Sport en bewegen in de buurt

 

Embed or link this publication

Description

Sport en bewegen in de buurt, kansen voor sport en bewegen in het sociaal domein

Popular Pages


p. 1

Maart 2014 Het speelveld van de decentralisatie Kansen voor sport en bewegen in het sociaal domein De aanstaande decentralisatie van langdurende zorgtaken en jeugdzorg geeft de sportsector kansen om een rol te spelen in het sociaal domein. Lees in dit SBB-magazine hoe en waarom. Succesvolle aanpakken sport en bewegen leveren inspiratie voor lokaal initiatief

[close]

p. 2

voorwoord Met een veranderende overheid staan burgerparticipatie en de rol van het maatschappelijk middenveld hoog op de agenda binnen gemeenten. Op steeds meer plekken komen lokale co-creaties tot stand, die aantoonbaar bijdragen aan het realiseren van breed gewenste doelstellingen op tal van beleidsterreinen, waaronder veiligheid, gezondheid, onderwijs, cultuur, ruimtelijke ordening en sociale cohesie. Sport en bewegen kunnen een belangrijk vliegwiel zijn voor sterke buurtallianties. Vrijwilligers spelen daarbij een cruciale rol. Hoe kunnen sportverenigingen, sportbonden en gemeenten hen hierin ondersteunen? We hebben niet alleen maar een crisis, het is ook een transitie! Wat mij betreft zijn op weg van een verticaal georganiseerde samenleving naar een horizontaal georganiseerde samenleving. Met de gemeente niet meer als scheidsrechter en de rijksoverheid als bepaler van regels, maar waarin we als een team optrekken, ieder met zijn of haar eigen kwaliteiten. Inwoners van gemeenten nemen steeds meer het initiatief in het aanpakken van maatschappelijke vraagstukken in hun eigen omgeving. De burger regelt steeds meer zijn eigen zaakjes. Gemeenten zijn blij met het ontstaan van dergelijke initiatieven die barsten van innovatiekracht, kennis en creativiteit. Wil het gemeentelijk beleid op maatschappelijke vraagstukken en de uitvoering ervan ten goede komen van de inwoners, dan is aansluiting zoeken bij deze initiatieven geen discussie meer maar een voorwaarde. Daarom is dit magazine boordevol goede voorbeelden een mooie inspiratiebron voor gemeenten en al haar lokale partners. Jantine Kriens, Voorzitter directieraad VNG Wat houden de decentralisaties in? In 2015 worden de AWBZ, het participatiebeleid en de jeugdzorg een verantwoordelijkheid van de gemeenten. Deze decentralisatie van het sociaal domein is voor gemeenten een enorme uitdaging. De sport- en beweegsector kan een bijdrage leveren aan het succes van deze grootscheepse beleidstransitie. Hiervoor is wel een proactieve en ondernemende houding nodig. De centrale overheid trekt zich sinds de jaren ‘90 steeds verder terug. Eigen kracht en mogelijkheden van de burger zijn het vertrekpunt, van waaruit een hulpbehoefte kan worden opgeschaald, ingevuld door het eigen sociale netwerk van burgers en pas daarna door overheidsvoorzieningen. De overheidsrol verandert hiermee van ‘zorgen voor…’ naar ‘zorgen dat…’ Vanaf 2014 worden de AWBZ, participatiewet en Jeugdzorg naar de gemeenten overgeheveld. Dat gaat gepaard met een korting op de budgetten. Van gemeenten wordt verwacht dat zij goedkoper zorg leveren. Dit gaat veel organisaties en mensen binnen de gemeenten aan. Het zijn dan ook complexe vraagstukken; de hele sociale sector moet anders gaan werken voor allerlei groepen mensen. Niet alleen voor de doelgroepen die vallen onder de AWBZ, particpatiewet of jeugdzorg, maar ook voor bewoners met een kleine zorgvraag of ondersteuningsbehoefte. Hierbij kunnen kansen voor de sport ontstaan. De decentralisaties gaan niet over sport, maar de sportsector kan een waardevolle bijdrage leveren. Door succesvolle methodes en beweegprogramma’s aan te bieden als oplossing voor sociale vraagstukken van anderen. In dit magazine vertellen mensen uit de sport, van gemeenten of welzijn hoe zij contact hebben gezocht met anderen om samen resultaat te halen. De decentralisaties van het sociaal domein zijn complex. De lezer die de hoofdlijnen ziet en nadenkt over een aanbod waar anderen gebruik van kunnen maken, heeft een eerste stap al genomen. Wij hopen dat dit magazine u de nodige kennis en inspiratie biedt. André de Jeu Algemeen Projectleider Sport en Bewegen in de Buurt

[close]

p. 3

Welke partijen hebben met de decentralisaties te maken? . . Gemeenten krijgen veel nieuwe verantwoordelijkheden op hun bord. Zij moeten drie complexe beleidsvelden zoveel mogelijk zien te organiseren met gemiddeld forse bezuinigingsdoelstellingen. Ze hebben een overzicht nodig van de wettelijke eisen en mogelijkheden, en willen deze vertalen naar doelgroepen die elkaar vaak overlappen. In veel gevallen komt het neer op het verdelen van schaarsere middelen met een claim op andere, meer op afstand gerichte ondersteuning en verzorgingsvormen; Welzijns-/begeleidingsinstellingen moeten meer uitgaan van zelfredzaamheid en de inzet van directe sociale netwerken rondom de cliënten. Vrij vertaald betekent dat dat per ingezette professional veel minder tijd beschikbaar is voor directe begeleiding en ondersteuning. Aangezien deze diensten al onder bezuinigingsdruk staan, zal een deel van de actieve begeleiding van de cliëntenvertegenwoordiging binnen bijvoorbeeld WMO-raden of andere participerende overlegvormen wegvallen; Lokale zorgorganisaties die mogelijkheden bieden voor ondersteuning van ouderen, revalidanten en gehandicapten krijgen waarschijnlijk minder mogelijkheden om deze zorg geheel zelfstandig en binnen de eigen locatie te verlenen; . . Jeugdzorginstellingen zijn niet meer de enigen die verantwoordelijk zijn voor gezinsdossiers. In het hele veld van wijkopbouwwerk, kinderdagopvang, onderwijs en andere gezinsgerichte instanties is meer samenwerking en onderlinge afstemming nodig; UWV en andere arbeidstoegeleidingsorganisaties stellen in de toeleiding naar werk vaker de vraag of iemand (nog) geschikt is voor arbeidsparticipatie. De bezuinigingen op aangepast werk en uitkeringen leiden tot meer actieve bemoeienis in de zoektocht naar passend werk, met name voor jongeren. Ook werkgevers gaan meer voorzieningen treffen zoals thuiswerkfaciliteiten en het aanpassen van taakbelastingen en productienormen voor personeel met een arbeidsbeperking; Scholen moeten bij het wegvallen van direct controlerende ondersteuning meer zelf oog krijgen voor vroeg signaleren van problemen en zullen in de afstemming met hulpdiensten met scherpere normen te maken krijgen. Zo speelt het speciaal onderwijs vermoedelijk meer een rol bij het regelen of coördineren van het leerlingenvervoer. . . Tussen risico’s en kansen Lokale sportaanbieders zelf lijken nog geen grote risico’s te zien in de komende decentralisatiebeweging. Verwachting is echter wel dat gemeenten de door de decentralisatie noodzakelijke forse bezuinigingen voor een deel ook in de sportsector zullen zoeken door te snijden in subsidies voor verenigingen of evenementen of deze te verbinden aan het verlenen van diensten of accommodaties in het sociaal domein. Hoewel gemeenten vaak een aardig inzicht hebben in de mogelijkheden van sport en bewegen voor ouderen, gehandicapten, werklozen en andere doelgroepen van het sociaal domein, lijkt het belang van de sportsector toch onvoldoende zichtbaar. Zorg- en welzijnsorganisaties hebben eveneens weinig kennis van de potentie van sport voor hun doelgroepen. De verbinding tussen sport en het sociaal domein is niet voor iedereen vanzelfsprekend; er lijken nog veel eilandjes te zijn. Er is behoefte aan partijen die de betekenis en rol van sport en bewegen in het sociaal domein zichtbaar helpen maken. Doelgroepen De doelgroepen van de decentralisaties zijn vaak niet in beeld bij sportaanbieders: Mensen met chronische lichamelijke of psychische beperkingen en/of ziekte; Kinderen en jongeren met sociale/ ontwikkelingsproblematiek; Werkloze jongeren of volwassenen; Andere kansarme groepen, zoals verslaafden, ex-gedetineerden. In totaal gaat het om ca 1,5 miljoen mensen die gebruik maken van de regelingen. 11 TIPS VOOR SPORT- & BEWEEGAANBIEDERS! . . . . Voor meer informatie over de inhoud van de decentralisatie verwijzen wij u graag door door naar de website van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (www.vng.nl) Laura van Dongen en Hans Hoes (in opdracht van Stimulansz, LVO en LCGW) hebben een aantal adviezen voor sport- en beweegaanbieders. 1 Zoek aansluiting bij laagdrempelige activiteiten in de buurt, waar de doelgroep toch al naartoe komt en voeg daar sport en beweegaanbod toe. 2 Bekijk in overleg met de sociale dienst van de gemeente of je in je vereniging bijvoorbeeld bijstandscliënten kunt inzetten. Betrek ze bij het vrijwilligerswerk. 3 Leg contacten met scholen en buitenschoolse opvang. 4 Geef (overlast)jongeren taken en bevoegdheden binnen je vereniging. Maak ze verantwoordelijk voor onderdelen van je sportprogramma. Jongeren die nodig zijn, hebben geen tijd voor overlast. 5 Schakel inwoners met een uitkering in als vrijwilliger en/of leid ze op tot sportcoach. 6 Sport in combinatie met goede voeding (gezonde kantine) voorkomt obesitas. 7 Verminder de taal- en ontwikkelachterstand bij kinderen door inschakeling van een ‘buitenspeeljuf’ (of meester) in de pauzes op school. 8 Bied nieuwkomers een goedkoop “startersabonnement” aan. Laat mensen eerst kennismaken. 9 Zorg, dat sport en bewegen als onderwerp wordt meegenomen in het sociaal wijkteam. In gesprekken met gezinnen kan hierover gesproken worden. 10 Leg contacten met zorginstellingen (zoals MEE) en schakel (met steun van MEE) licht verstandelijk gehandicapten in voor sport en vrijwilligerswerk. 11 Leg contact met GGZ sportinitiatieven, zodat ook deze groep na verloop van tijd kan overstappen naar de reguliere sport.

[close]

p. 4

Investeer in promoot loka Wie ‘s avonds in de gemeente Geldermalsen fietst, kan zomaar een groepje van zo’n 20 hardlopende mensen met lampjes en fluorescerende hesjes tegenkomen. Grote kans dat dit deelnemers zijn van het project Geldermalsen Gezond. Mensen Particulier initiatief zet buurt in beweging die een jaar geleden nog niet hardliepen, er misschien zelfs niet eens van gehoord hadden: het zichtbare bewijs van een lokaal beweegproject dat werkt. G illian Franje (zie inzet) is ondernemer en inwoner van Geldermalsen. Hij is ook de initiatiefnemer van Geldermalsen Gezond. Dit project beoogt inactieve bewoners in beweging en/ of aan het sporten te krijgen, die daar zelf om wat voor redenen niet aan toe komen. We praten met Gillian over de achtergronden van dit project. Geldermalsen Gezond Gillian is geen professionele sportwerker of ambtenaar. Hij heeft een eigen consultancybureau en sport in zijn vrije tijd intensief, evenals zijn vrouw en drie kinderen. Het viel hem op dat veel inwoners van Geldermalsen kampen met overgewicht en gezondheidsproblemen. In gesprekken die hij voerde met die vaak minder hoog opgeleide en/of minder gefortuneerde mensen, bleek dat zij vaak niet wisten welke sportmogelijkheden er binnen hun eigen gemeente bestaan. Ook de officiële verwijzers, bijvoorbeeld van de gemeente of de gezondheidszorg, bleken niet voldoende op de hoogte. Gillian besloot op eigen initiatief daar wat aan te gaan doen. Digitaal sportloket Hij bedacht allereerst in maart 2013 het plan om een digitaal loket te maken, waar alle bewoners van Geldermalsen in één oogopslag kunnen zien Gillian Franje, ondernemer en inwoner van Geldermalsen. Eelco Dam, Algemene Vereniging Schoolleiders Remco Hoekman, senior onderzoeker Mulier Instituut It takes a village to raise a child We hebben in Nederland de zorg voor kinderen en jongeren erg versnipperd georganiseerd. Ik hoop dat de aankomende decentralisatie ook wordt benut om de verkokering van het beleid ten aanzien van jeugd en kinderen integraal te richten op het kind zelf. Het gezin en de school hebben net zo goed een rol als de gemeenschap waarin een kind woont en opgroeit, waaronder sport en cultuur. “It takes a village to raise a child!”. Wie pakt de regie die nodig is om die drie met elkaar samen te werken aan één centraal op het kind gericht beleid? Eerlijk duurt het langst De ervaring leert dat waar geld is, partijen in beweging komen. Kijk naar de massale overtekening van de Sporti-mpuls. Dat is mooi, maar het moet wel worden waargemaakt als het geld eenmaal binnen is. We weten dat sportverenigingen een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan zorg en (re)integratie trajecten en lokaal vaak met diverse sectoren samenwerken. Dat biedt kansen. Maar we weten ook dat lang niet alle sportaanbieders in staat zijn om een goede rol te spelen binnen de leefdomeinen. Ik roep sportaanbieders daarom op eerlijk en realistisch te zijn over hun mogelijke rol en structurele bijdrage op dit terrein. Het is vervolgens aan gemeenten om een afweging te maken waar welke taken en verantwoordelijkheden het beste gewaarborgd zijn. Laten we voorkomen dat we zaken over de schutting gooien of blind gaan voor een zak geld. Er staat immers meer op het spel dan een leuke en gezellige vrijetijdsactiviteit.

[close]

p. 5

preventie; aal aanbod! welke faciliteiten voor sport en bewegen op korte afstand van hun huis bestaan. Hij investeerde veel uren in het ontwerpen en bouwen van een website, waarbij toegankelijkheid vooropstond. Dus geen saaie digitale lijsten met contactgegevens, maar een heldere zoekfunctie waarin mensen een sport en/ of plaatsnaam konden invullen. Het resultaat is een overzichtskaart, met daarop de gevonden activiteiten en een link naar de website van de aanbieders. Dat zijn niet alleen verenigingen, maar ook individuen die in de buurt allerlei activiteiten organiseren. Enthousiasme door een gezamenlijk doel Vervolgens maakte Gillian talloze afspraken met bestuurders van lokale sportverenigingen, die allemaal enthousiast waren om mee te doen. Om het loket publiciteit te geven, haakte hij aan bij een beachvolleybalevenement in september 2013. Daar konden zich allerlei sportverenigingen aan de inwoners presenteren. De wethouder sport zorgde ervoor, dat hij het digitaal sportloket warm kon aanbevelen. Door een uitgekiende publiciteitsgolf begonnen bewoners het loket op te zoeken en te gebruiken. Een mooie bijvangst van het digitale en ook nog actief bezig zijn. Tijdens de Kerst werd ook ’s avonds gelopen, waarbij het zo gezellig was dat omwonenden de indruk kregen dat ze opeens 20 verlichte Kerstmannen tegenkwamen. Nu, een half jaar later, bestaan de hardloopgroepen al uit zo’n 140 inwoners! Verbinding met gezondheid Het digitale sportloket levert samen met de evenementen een regelmatig terugkerend publiek op, waardoor weer nieuwe kansen ontstaan om de verbinding met gezondheid verder te leggen. Zo worden nu thema-avonden georganiseerd voor Wilt u ook beschikken over een digitaal sportloket? Neem dan contact op met Gillian, via 06-52 84 82 35 of mail naar gillianfranje@gmail.com. “Denk niet dat je met subsidie alle kosten dekt. Wees creatief in het vinden van partners” belangstellenden over gezonde voeding en worden ook conditietests aangeboden aan mensen, die willen weten hoe het met hun gezondheid is gesteld. Lessons learned Het project draait nu een half jaar. Wat kunnen anderen leren van de aanpak van Geldermalsen Gezond? Gillian: “Allereerst dat je zelf het initiatief moet nemen en moet doorzetten. Ik heb het plan gemaakt en ruim 200 uur geïnvesteerd in gesprekken met bewoners, sportorganisaties, gemeente en bedrijven om dit project van de grond te krijgen. Denk niet dat je met subsidie alle kosten dekt. Wees dus creatief in het vinden van partners. In ons geval draagt de plaatselijke fruitveiling bij, omdat het logo van Geldermalsen Gezond aan een appel refereert. De impuls van Programma Sport en Bewegen in de Buurt is de enige financiering van buitenaf. De gemeente heeft vooral bijgedragen qua publiciteit. Door de gezamenlijke inzet van gemeente, lokale sport- en beweegaanbieders, zorginstellingen, bedrijven en talloze vrijwilligers is het mogelijk om dit te doen.” Wat is je grootste wens als het gaat om dit soort projecten? Gillian: “Ik zou willen dat overheden en zorgorganisaties anders gaan denken over de inzet van hun geld. Nu wordt eigenlijk alleen gedacht in kosten. Om gezondheid te verbeteren moet gedacht worden in preventie en dus in investeren. Elke obesitaspatiënt kost de samenleving € 100.000. Als we “Een half jaar later, bestaan de hardloopgroepen al uit zo’n 140 inwoners!” sportloket was dat sportverenigingen het medium ook konden inzetten om bijvoorbeeld vrijwilligers te werven, wat dan ook met succes gebeurde. Evenementen organiseren Naast het sportloket organiseerde Gillian ook een hardloopprogramma. De insteek hierbij was niet het hardlopen als doel, maar gezellig bij elkaar komen “Sluit aan bij waar de gemeente mee bezig is” in elke gemeente 10 potentiële obesitaspatiënten structureel kunnen laten bewegen, hoeft dit geld op den duur daar niet meer besteed te worden. Dat vergt wel een investering in dit type projecten, en die blijft momenteel uit omdat overheid en zorg alleen ingrijpen als het leed al is geschied.” 3 Annemarie van Hinsberg, senior projectleider Movisie SPORT IS OOK WERK Een tegenprestatie in de sport? Als moeder van twee voetballende zonen kom ik vaak op de sportvereniging. Regelmatig krijg ik de vraag of ik tijd heb om mee te helpen. Want extra handjes zijn altijd nodig: in de activiteitencommissie, bij het wedstrijdsecretariaat, bij het organiseren van toernooien of om te coachen, vlaggen en fluiten. Helaas moet ik als alleenstaande werkende moeder vaak ‘nee’ zeggen. Niet omdat ik niet wil, maar gewoonweg omdat het mij niet lukt om naast werken en zorgen nog heel veel extra dingen te doen. In mijn werk bij Movisie is de tegenprestatie naar vermogen momenteel een ‘hot’ item. Het gaat over het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten door mensen met een uitkering die moeilijk aan werk komen. Dit is geen reïntegratie instrument, dus het gaat niet om regulier werk. Zo’n tegenprestatie is altijd tijdelijk en niet fulltime. Gemeenten vinden het lastig om hiervoor voldoende leuke en passende plekken te vinden. In de media zie ik steeds vaker berichten over nutteloze activiteiten die mensen moeten doen als tegenprestatie. Niet echt motiverend lijkt mij. Ik denk dan opeens aan de voetbalclub van mijn zonen. Zou je inzetten voor een sportvereniging niet een heel nuttige tegenprestatie kunnen zijn? Een sportvereniging is naast een aanbieder van sport ook een potentieel werkveld. Als langdurig werklozen goede werkervaring willen opdoen, kan een sportvereniging uitkomst bieden: bardienst draaien, materiaalonderhoud, organiseren van evenementen; werk genoeg!

[close]

p. 6

De Gelderse gemeente Groesbeek heeft sinds 2012 een overduidelijke sportambitie: het wil het Papendal van de gehandicaptensport worden. Een dergelijke ambitie ontstaat nooit zomaar en leeft ook niet van papier. Maarten Benthem, beleidsmedewerker Sport, schetst hoe de sportambitie van de gemeente Groesbeek in de genen en haarvaten van de gemeente zit, en hoe dat wordt uitgewerkt in de praktijk. “Het begint met heel kleine dingen die je mee laat liften in de beleidsvorming.” Klein beginnen De genen van de gemeente bepalen de sportambitie D e gemeente Groesbeek is een bosrijke en glooiende gemeente, waar nogal wat instellingen voor gezondheidszorg, huisvesting van ouderen en mensen met een handicap en welzijnsinstellingen zijn gevestigd. De opvatting van de gemeente op het gebied van sport en bewegen is neergelegd in een strategische visie met een duidelijke doelstelling: Groesbeek wil het Papendal van de gehandicaptensport worden. Hoe komt zo’n strategie tot stand en is die eigenlijk wel levensvatbaar? We vragen het Maarten Benthem die als beleidsmedewerker bij dit proces betrokken is. Van binnenuit gegroeid “Het gemeentebeleid is niet iets dat zomaar ontstaat natuurlijk, daar zit een historie achter. Wij zijn als gemeente al jaren georiënteerd op de vele gehandicaptenzorginstellingen in onze omgeving. Dan is het niet vreemd dat dat ook zijn weerslag krijgt in het beleid. Het begint met heel kleine dingen die je mee laat liften in de beleidsvorming. Zo hebben we bijvoorbeeld een sportbus, die door combinatiefunctionarissen wordt gebruikt om naar hangplekken bij scholen te rijden, om jongeren te motiveren te gaan sporten. Zo’n bus kan ook langs gehandicaptenterreinen rijden, maar dat was in beginsel niet voorzien. Wat we nu hebben gedaan is de route en de stoplocaties zo te kiezen dat zowel de jongeren van gehandicaptenzorginstellingen als de jongerendoelgroep daar gebruik van kunnen maken. Zo ontmoeten de groepen ook elkaar in de bus, en dat geeft weer kennis en ervaring in elkaars mogelijkheden. Maar zoiets gaat ook op het darten in het dartcentrum, waar we nu de integratie van jongeren met een handicap hebben “Soms is er maar een kleine wijziging nodig om meer mensen te betrekken bij de sport- en beweegactiviteiten die er al zijn” gestimuleerd. Soms is er maar een kleine wijziging nodig om meer mensen te betrekken bij de sport- en beweegactiviteiten die er al zijn”, aldus Benthem. Slim plannen en samenwerken “Het gaat natuurlijk om heel bewust omgaan met de planningen. Bij de renovatieplannen van een sporthal in de buurt hebben we ervoor gezorgd dat er nu voorzieningen en belijningen voor het beoefenen van Boccia (een balsport voor gehandicapten) in zijn opgenomen. Kosten hiervan zijn praktisch nul, maar er was eerder nog niet aan gedacht. Ook op die manier zorg je voor net iets meer benutting en mogelijkheden. Zo hebben we de organisatie van het NK Mountainbike aangesproken om een aangepaste variant voor gehandicaptenmountainbike in te bouwen. Op die manier zorg je ervoor dat het gewoon steeds terugkeert in je aandachtsveld. We kunnen als gemeente niet alles zelf, en daarom hebben we ambassadeurs nodig die het net als wij belangrijk vinden om die ambitie uit te dragen. Je komt dan al snel bij de vele vrijwilligers die er altijd en overal mee bezig zijn. Als je die bij “Een wethouder maakt deel uit van de projectgroep en dat wordt ook gewaardeerd” elkaar brengt onder zo’n noemer, kom je meteen een stuk verder. Als gemeente zorgen we voor betrokkenheid die verder gaat dan alleen het faciliteren: een wethouder maakt deel uit van de projectgroep en dat wordt ook gewaardeerd.” Groesbeek topsportmekka voor gehandicapten? Groesbeek timmert aan de weg om de sportgemeente voor mensen met een handicap te worden. De constante aandacht voor voorzieningen op bijvoorbeeld voetbalterreinen maar ook voor de plaatselijke tafeltennisvereniging maakt dat er al een infrastructuur aan het ontstaan is waar een grotere ambitie uit kan voortvloeien. Samen met gemeenten in de directe nabijheid zoals Nijmegen en Wijchen wordt ook gewerkt aan een rol als gastheer bij de Special Olympics. Op die manier krijgt de aandacht voor gehandicaptensport in de gemeente nog een extra boost. 3 3 TIPS VAN MAARTEN Maarten Benthem heeft een aantal tips voor gemeenten die een soortgelijke slag willen maken in de sport- en beweegstimulering als in Groesbeek. 1 Begin klein, met gesprekken organiseren, meenemen van nieuwe groepen mensen in bestaande plannen en beleid. 2 Niet alleen over geld praten en niet meteen vanuit geld de onmogelijkheden benoemen. Breng in kaart wat er al is, en kom uit op gezamenlijke belangen. 3 Probeer als gemeente vooral je expertise uit te brengen door de markt en de partijen te identificeren en ze aan elkaar te verbinden. Maak gebruik van de krachten die er al zijn in de gemeenschap.

[close]

p. 7

Corniel Groenen, gemeente ‘s-Hertogenbosch Sportallianties blijken de winstvermeerderaar van sportbeleid ‘s-Hertogenbosch Het sportbeleid van de gemeente Den Bosch kent het fenomeen sportallianties. Dit zijn gezelschappen van personen, verenigingen en bedrijven in een wijk of deelgemeente die van de gemeente geld krijgen om sportieve ambities vorm te geven. De sportalliantie Rosmalen wist van het geld dat ze van de gemeente kreeg tweemaal zo veel sport en speelvelden te financieren dan werd verwacht. Een winstvermeerderaar in het sportbeleid, dat werkt op basis van vertrouwen, doorgeven van verantwoordelijkheid en netwerkkracht. Vijf jaar geleden werd de sportvisie van de gemeente ’s-Hertogenbosch vastgesteld. Het was de eerste keer dat alle initiatieven over sport en bewegen in de gemeente met elkaar werden verbonden in een visie. Beleidsmedewerker Corniel Groenen was er vanaf het begin bij betrokken: “Mooi was om te zien, wat eigenlijk op de gemiddelde inwoner van de gemeente wel moet overkomen als een heel pluriform en geschakeerd aanbod van faciliteiten, in de praktijk wel degelijk een aantal gemeenschappelijke factoren bezit, zodat er ook een lijn in ontstaat.” Uitgangspunten van sportbeleid Den Bosch streeft naar een zo divers mogelijk sport- en beweegaanbod in de gemeente, dat bijdraagt aan de positieve ervaring dat ’s-Hertogenbosch een fijne gemeente is voor zijn inwoners. De centrale inzet van het sportbeleid is dat gekeken wordt wat er in buurten en deelgemeenten leeft en dat daarop wordt ingespeeld. De gemeente treedt daarbij doelbewust op als facilitator en verbinder van initiatieven, niet als uitvoerder. Daar waar inwoners, verenigingen en bedrijven iets willen, sluit de gemeente aan in onderzoek, begeleiding en soms ook financiering. Binnen de gemeente wordt dat aangeduid met de term ‘rumoer’, op te vatten als: er moet beweging, dynamiek, ruis zijn. U leest hier drie voorbeelden van hoe de gemeente ’s-Hertogenbosch dat doet. Sportpuntenbeleid Onderscheidend fenomeen in het Bossche sportbeleid is het sportpuntenbeleid. Het gaat hierbij om plekken in de stad waar voorzieningen geclusterd zijn en sportverenigingen, sportaanbieders en andere organisaties met elkaar samenwerken. De samenwerking maakt het bijvoorbeeld mogelijk dat inwoners een groot deel van de dag kunnen sporten bij de verschillende verenigingen. Maar het sportpunt is er ook voor de ongeorganiseerde sporter. Het kan dienen als start (ontmoeting) en finishplek (douchen en horeca) voor onder andere hardlopers, wandelaars, fietsers en skaters, maar ook voor de jeugd die na schooltijd een balletje wil trappen. Het resultaat is een ontmoetingspunt voor de wijk en een complex waar het de hele dag door bruist van de activiteiten. Den Bosch heeft vijf van dergelijke sportpunten benoemd, waarvan er vier worden gefinancierd. 3 1 2 3 TIPS VAN CORNIEL Investeer in gedeelde ambitie. Probeer niet slim te zijn, maar juist de ander te helpen. Er moet ‘rumoer’ zijn: beweging, dynamiek, ruis. Rode draad Rode draad in het sportbeleid van de gemeente ’s-Hertogenbosch is de inbreng van derden als initiatiefnemers en uitvoerders van beleid. De gemeente faciliteert, verbindt en coördineert maar lokale partners regelen het met elkaar. Dat gebeurt ten dele ook met de financiën: daar waar de gemeente voorheen zelf de organisatie en betaling van accommodaties ter hand nam, wordt dat nu uitbesteed aan groepen burgers of verenigingen. Doordat deze allianties ter plekke hun eigen netwerken aanspreken en gebruiken, wordt veel meer bereikt dan de gemeente zelf zou kunnen realiseren. Want altijd blijken er wel weer organisaties te bestaan die budgetten kunnen aanvullen, als er doelen worden aangevuld die voor die organisaties van belang zijn. Op deze wijze maken een school en de sportclub FC Engelen een geheel nieuw sportpark mogelijk en toegankelijk zonder extra geld van de gemeente. Citytrainers Het project Citytrainers is op initiatief van de gemeente ’s-Hertogenbosch ontwikkeld met hulp van WHISE en KPC Groep. Doel van Citytrainers is om jongeren te enthousiasmeren om op vrijwillige basis sportactiviteiten te bedenken, te ontwikkelen en uit te voeren. Jongeren worden niet alleen geworven voor de cursus, maar daarna ook regelmatig ingezet voor activiteiten in de wijk, stad of op de club. Door een dergelijk project kon bijvoorbeeld een initiatief als Winterparadijs, waarbij een mooie schaatsbaan werd gebouwd en geëxploiteerd door vrijwillige jongeren, mogelijk worden gemaakt. Koert Hetterscheidt, directeur Stichting Vitale Sportvereniging (VSV) Terug naar werk via de sportvereniging Werk geeft mensen die langdurig zonder werk zitten weer structuur, zelfvertrouwen en inkomen. Sinds de start op 1 februari 2012 van het project ‘Vitale Sportvereniging’ in Enschede hebben 125 langdurig werklozen deelgenomen. Zij doen werkervaring op in een sportvereniging en worden dagelijks begeleid door een enthousiaste HBO-Verenigingsmanager. Centraal hierbij staat niet sport, maar werk. Inmiddels is ruim 20% van de deelnemers uitgestroomd naar betaald werk in o.a. de groenvoorziening, horeca, facilitair, productie, bouw en afvalverwerking. Afspraak is afspraak Deelname aan het project is niet vrijblijvend: Niet voor de deelnemers, niet voor de VSV. De VSV maakt bij aanvang concrete afspraken met de deelnemers en zorgt voor werk op de sportvereniging, werkkleding en een passend opleidingsaanbod (startkwalificatie). VSV maakt gebruik van een netwerk van werkgevers en sociaal-maatschappelijke begeleiding via partner SMD Enschede-Haaksbergen. De deelnemers moeten de gemaakte afspraken nakomen: een opleiding volgen, een positieve instelling tonen en bereid zijn zichzelf te ontwikkelen. De verplichting om een geschikte baan te accepteren, spreekt voor zich. Deelnemers die door fysieke en/of psychische problemen niet naar werk kunnen worden begeleid, blijven als vrijwilliger aan de sportvereniging verbonden en verrichten als dagbesteding allerhande werkzaamheden. Voor zowel de sportvereniging als de deelnemer hebben hier baat bij. Meer over de VSV Naast arbeidsre-integratieplekken heeft de VSV een dagelijks aanbod van leerwerkplekken voor MBO/HBO-studenten, een huiskamer en eetcafé voor buurtbewoners, dagbesteding voor licht verstandelijk gehandicapten, een ontmoetingsplek voor vroeg dementerenden, een activeringsprogramma voor risico-jongeren, naschools sporten voor basisschool kinderen en een sport- en beweegprogramma voor ouderen. Meer weten? Zie www.vitalesportvereniging.nl

[close]

p. 8

Net zo gewoon als een zwemdiploma Diana Boelhouwers vindt het een van de leukste ervaringen in haar leven: het werken met peuters in een bewegingsles bij Guppy Gym. In Uden heeft Diana ervoor gezorgd dat de plaatselijke gymnastiekvereniging V&K dit bewegingsaanbod aan de jongste kinderen de komende jaren op zes verschillende plaatsen binnen de gemeente zal gaan uitvoeren. ‘Jong geleerd, oud gedaan’ geldt zeker ook voor bewegen. Bewegen voor de jongste kinderen “A ls ze binnenkomen is het meteen al leuk: de kinderen hebben plezier en zijn direct ook bezig. Peuters zijn een heel dankbare groep, ik word er altijd vrolijk van”. Aan het woord is Diana Boelhouwers. Zij is de drijvende kracht achter een initiatief dat haar eigen gymnastiekvereniging een jaar geleden startte met hulp van Sportimpuls: het aanbieden van sport- en bewegingslessen voor alle kinderen die nog niet in het basisonderwijs zitten. Quality time De bewegingslessen sluiten volledig aan op het niveau van de kinderen. In een groep, die doorgaans ’s ochtends van 9.00 tot 9.45 uur begint, zitten zo’n 10 tot 20 peuters. Ze worden begeleid door een speciaal opgeleide trainer, maar ook hun ouders doen mee. In de les komt alles aan de orde wat peuters kunnen en leuk vinden: alle grondvormen van bewegen komen aan bod. De kinderen beleven er steeds weer een hoop plezier aan, maar ook de ouders zien het echt als quality time. Wat we willen bereiken is dat bewegingslessen voor heel jonge kinderen steeds normaler wordt. Een diploma voor bewegen moet eigenlijk net zo normaal zijn als een zwemdiploma”, aldus Diana Boelhouwers. Eisen stellen aan kwaliteit Het lijkt zo eenvoudig om kinderen in beweging te zetten, maar in de praktijk komt er veel bij kijken: Boelhouwers: “Omdat de KNGU (Koninklijk Nederlandse Gymnastiekbond) ons had gevraagd om eens te kijken naar de mogelijkheden, grote ruimte voor nodig en aangepaste materialen. Tot slot moet je ook nog goede trainers hebben. Die moeten veel inlevingsvermogen bezitten, goed met kinderen kunnen omgaan en zich ook realiseren dat het geen bezighouden is maar wel kinderen begeleiden in een leerproces. En de via ZonMw aangevraagde subsidie van de Sportimpuls hadden we wel nodig, want die materialen hadden de scholen in Uden niet. Op elke locatie staat nu zo’n box. Als je weet dat één zo’n box al bijna € 3.000,- kost, dan weet je wel dat dat niet zomaar door iedere school kan worden opgebracht.” Is het ook zonder subsidie te doen? Wij hebben hier ervoor gekozen om de subsidie vooral te besteden aan materialen en aan het geven van een ingangskorting voor de ouders: zij mogen het vier keer komen ervaren en daarna betalen ze de kostprijs. Als die materialen er al zijn, bijvoorbeeld op school en als ouders het geen probleem vinden om van het begin te betalen, wordt het wel wat gemakkelijker om het later zonder subsidie te doen. Wij hadden hier ook al meer ervaringen opgedaan met dat soort aanvragen voor subsidies, bijvoorbeeld voor speciale lessen voor allochtone vrouwen. Als je daar niet veel ervaring mee hebt, raad ik aan om vooral veel partners te zoeken zoals scholen, kinderdagverblijven en de gemeente. De combinatiefunctionaris die we hier hebben, kende al veel scholen dus die had de ingangen in Uden. Ook de gemeente was voor ons heel belangrijk, mede als ondertekenaar van het subsidiecontract. Zo hebben veel handen licht werk gemaakt.” Heeft Diana er zelf veel tijd in gestoken?: “Ja (lachend), heel veel tijd is wel nodig voor de aanvragen en al het overleg, Zeker ook omdat ik het voor meer projecten heb gedaan, heeft het wel veel tijd gekost. Maar de opbrengst is ook zo leuk en belonend, dat je dat eigenlijk al snel weer bent vergeten.” 3 “Bewegingslessen voor jonge kinderen moeten steeds normaler worden” hadden we ook meteen een kader om aan te sluiten bij het programma dat de bond heeft voor de wat oudere kinderen. Doelen zijn ook niet alleen om kinderen plezier te laten beleven aan bewegen, maar ook om al vroeg te kunnen signaleren waar de kwaliteiten of juist de problemen van kinderen kunnen liggen op het vlak van bewegen. Dat is nuttig want zo kan je op diverse manieren ervoor zorgen dat kinderen worden gestimuleerd op wat zij goed kunnen, of dat zij al heel vroeg in beeld komen van zorginstellingen die dan nog wat voor hen kunnen betekenen.” Scholen doen mee Daarnaast is het ook nog een heel werk om scholen te vinden die mee willen doen. Boelhouwers: “Je hebt er best een Freek de Meere, senior onderzoeker Verwey-Jonker Instituut Waar blijft de sport in buurtteams? Veel gemeenten anticiperen op de aankomende decentralisatie met het inzetten van Buurtteams. In een Buurtteam zitten professionals uit welzijn, zorg, inkomen en/of activering. Zij bieden laagdrempelige hulp aan buurtbewoners, zoals hulp bij schulden, gezondheid en opvoeding. Buurtteams gaan uit van de eigen kracht en het eigen informele netwerk van cliënten: zo veel mogelijk zelf doen met eigen familie, buren en vrienden. De teams geven vooral collectieve begeleiding, gekoppeld aan netwerken in de buurt. Gemeenten willen met Buurtteams goede, maar ook goedkopere hulp leveren. Wat opvalt in de bestuurlijke discussie over welke organisaties in Buurtteams deelnemen, is de afwezigheid van sportverenigingen en andere sportinstellingen. Dat is vreemd, want zij kunnen Buurtteams goed helpen om sociaal-maatschappelijke beleidsdoelstellingen te behalen. GGZ-instellingen kunnen bijvoorbeeld met hun cliënten activiteiten ondernemen op sportverenigingen als alternatief voor activiteiten in dagactiviteitencentra. Door te sporten kunnen deze cliënten bovendien ook hun dag- en nachtritme verbeteren, zelfvertrouwen ontwikkelen en in contact te komen met andere mensen. Allemaal belangrijke voorwaarden om weer zelfstandig te kunnen wonen of leven. Per buurt, per club, per probleem kan een passend sportaanbod worden geformuleerd, maar niet door roofbouw te plegen op de vrijwilligers van de sportvereniging: we moeten hen niet vragen om overdag vrij te nemen om buurtbewoners een les te geven. Nee, het gaat erom juist sportprofessionals in te zetten die een verantwoord aanbod kunnen bieden, juist door hun verbinding met een club in de buurt.

[close]

p. 9

“Je moet als vereniging lokaal bestaansrecht hebben” Rotterdam Charlois gonst van de nieuwe sport- en beweegactiviteiten: verenigingen slaan de handen in elkaar om doelgroepen te bereiken die ze nog niet eerder kenden. Nieuwe leefstijlcentra geven straks ook commercieel advies en begeleiding aan diverse doelgroepen. We spreken hierover met Harrie Dechering, initiator en inspirator van Sportzone Rotterdam Charlois. Verenigingen werken samen in de buurt gezamenlijke nieuwbouwaccommodatie aan de rand van de buurt. Door samen op één locatie actief te zijn en zorg hierbij te integreren kunnen we veel effectiever zijn en veel synergie realiseren. Dit plan kost 15 miljoen en zo’n investering is niet eenvoudig te financieren. Maar als we de bouw modulair regelen, zal dat stapsgewijs wel worden gerealiseerd. De nieuwe locatie is natuurlijk ook een geweldig incentive voor de verenigingen om deel te blijven nemen.” Cowell leefstijlcentra Een spinoff van het project is de ontwikkeling van CoWell leefstijlcentra (Community center for well-being and health). In deze lokale centra kunnen bewoners van Rotterdam die niet lekker in hun vel zitten, ontevreden zijn over hun leefstijl met bijkomende kwalen en ziektes, aan hun eigen gezondheid en welbevinden werken. In de CoWell centra werken buurtbewoners, vrijwilligers en beroepskrachten intensief samen. Dechering: “We zoeken echt groepen die een gemeenschappelijk probleem en/of achtergrond hebben, waar sport en bewegen een oplossing kan bieden. Het kan starten met laagdrempelig bewegen met een beweegmaatje en dan een follow up in ons centrum. De CoWell leefstijlcentra verhogen E igenlijk begon het voor Harrie Dechering allemaal toen hij als bestuurslid van zijn hockeyclub (Tempo ’34) werd geconfronteerd met de noodzaak om creatief na te denken over de jaarlijkse begroting. De hockeyclub is gehuisvest in de Rotterdamse wijk Charlois, maar de meerderheid van de leden kwam uit de wat beter gesitueerde buurten daaromheen. “Met de buurt zelf hadden we eigenlijk weinig contact. Tijdens evenementen hadden we daar ook last van: uit de binnen onze accommodatie opgetrokken tentenkampen voor deelnemers werd gestolen en soms werden ook spullen beschadigd. We realiseerden ons dat we een onbekende en dus onbeminde buurtgenoot waren voor veel wijkbewoners. We hebben toen besloten om toenadering te zoeken tot de wijk, de hekken neer te halen en meer nadrukkelijk te kijken hoe we in contact konden komen.” Ingang via gezondheidsproblemen In een buurtinventarisatie werden allerlei instanties gesproken die in de buurt werkzaam waren, van ggz-instelling tot en met fysiotherapeuten: Dechering: “We hebben bekeken welke problemen in de wijk speelden en vonden een rode draad, namelijk de opvolging van gezondheidsproblemen. Vaak vonden we dat mensen in revalidatie baat hadden bij beweging en zij daar dan ook aanbod voor ontvingen. De eerste drie maanden gaat dat dan goed, want het wordt gesubsidieerd door de zorginstelling. Maar daarna moeten die mensen verder met bewegen, en dan stokt het. Wij waren daar als vereniging ook niet op berekend: als zich bij ons twee obese buurtbewoners aanmelden die net hun gewicht hebben teruggebracht tot 140 kilo en verder omlaag willen, dan kunnen we die ook niet helpen met een hockeylidmaatschap. Of denk aan ex-verslaafden die verder willen met een beweegaanbod. Er was dus een ander kader nodig.” De handen ineen: Sportzone Charlois “Ik heb daarom het initiatief genomen tot het oprichten van een stichting waarin sportverenigingen in Charlois samenwerken om sport- en beweegaanbod voor de eigen omgeving te organiseren. Die samenwerking was nodig want met zes verenigingen samen kun je tenminste de taken en lasten verdelen. Al snel was duidelijk dat we voor twee groepen direct al concreet iets konden doen: jongeren en ouderen met overgewicht. We maakten een programma en vroegen daarvoor subsidie aan bij de Sportimpuls 2013. De programma’s voorzagen in een opvang via de eerstelijnszorg, met doorverwijzingen naar fysiotherapie en uiteindelijk met een aansluiting bij laagdrempelige beweegactiviteiten in de buurt bij een van de aangesloten accommodaties. In januari van dit jaar draaien al de eerste twee groepen en aan het eind van de periode willen we 40 groepen hebben. Daarmee geven we ook in de buurt onze bestaansgrond, onze ‘license to operate’ af. We hebben daarnaast een plan om alle accommodaties van de aangesloten verenigingen op den duur te verruilen voor één “We zoeken groepen die een gemeenschappelijk probleem of achtergrond hebben” de saamhorigheid in een buurt, versterken het eigen vermogen om aan eigen gezondheid en welbevinden te werken”. Daarnaast zal er ook een kookworkshop door buren voor buren worden gegeven en cursussen zoals Mindful Eten georganiseerd om een duurzame gedragsverandering naar een gezonde leefstijl te bereiken. Wat breng je mee als initiatiefnemer? Dechering denkt even na: “Heel veel uren, ik denk dat ik er meer dan 1000 onbetaalde uren aan heb gegeven. En het is een heel erg goede stap geweest, niet alleen in het resultaat dat ik nu zie, maar ik ben nu voor mezelf ook zinvol bezig. Hier ben ik trots op!.” 3 Joke Brouwer, manager Sport en Samenleving gemeente Utrecht Organiseer ontmoetingen tussen sport en welzijn Als ik aan sport en welzijn denk komt vaak een beroemd citaat van Kipling bij me boven: “East is east and west is west, and never the twain shall meet”. In mijn werk ben ik met sport én welzijn bezig. Het enthousiasme waarmee mensen zich inzetten voor hun sportvereniging, de buurt, culturele activiteiten en voor elkaar is inspirerend. Maar wat mij opvalt is hoe gescheiden de werelden van sport en welzijn zijn. Slechte onderlinge beeldvorming In de praktijk, maar vooral ook in de hoofden van professionals en politici. Wie voor de sport werkt ziet welzijn vaak als hordes geitenwollen sokken dragende beroepskrachten die met veel subsidie de kwetsbare medemens pamperen. Veel welzijnswerkers en beleidsmakers denken dat sport alleen gaat over competitie en presteren. “Onze mensen komen daar niet”, zei een welzijnsprofessional toen ik over de mogelijkheden van de sportvereniging begon. Alsof buurthuisbezoekers van een andere planeet komen dan mensen die sporten. In politiek wordt de sport soms voorgesteld als de sector die alles op eigen kracht doet en welzijn als miljoenenverslinder. Alsof sportaccommodaties en grote clubs niet grotendeels gefinancierd worden door de overheid en alsof welzijn niet ook wordt georganiseerd door vele vrijwilligers. Ontmoet elkaar Mijn wens is dat de werelden van sport en welzijn elkaar eens wat meer opzoeken. Dat de sport zich meer open stelt voor mensen die niet makkelijk meekomen in onze samenleving. En dat welzijn begrijpt wat sport en de sportvereniging kunnen betekenen in samen ergens voor gaan, plezier hebben, doorzetten, erbij horen. Juist in de verbinding tussen sport en welzijn liggen kansen om zoveel mogelijk mensen te laten meedoen in “het gewone leven”: als sporter, als vrijwilliger, als ouder, als betrokken buurtbewoner. Hoe we dat voor elkaar moeten krijgen? Ik zou zeggen: ga elkaar ontmoeten, om te beginnen op het buurthuis of het sportpark. Onbekend maakt onbemind. En, om met Johan Cruijff te spreken: je gaat het pas zien als je het door hebt!

[close]

p. 10

Sportief Capelle zet sport in de etalage Makelaar sportzaken Sportief Capelle is een sportservicebureau dat de gemeente Capelle adviseert en helpt met de uitvoering van het sportbeleid, o.a. door stimuleringsprojecten, accommodatiebeheer en -verhuur. Directeur Lian Witteveen geeft leiding aan dit bureau van ongeveer 30 medewerkers. Zij zetten zich samen elke dag in voor het structureel in beweging krijgen van inwoners van Capelle. Een makelaarsrol die bij de komende decentralisatieslag van grote waarde kan blijken. draaien op vrijwilligers, en die doen dat gemiddeld zo’n 4 tot 8 uur in de week in de avonduren. Dat betekent dat als je als gemeente sportbesturen vraagt om iets te doen, ze gemiddeld een paar weken over een antwoord doen. Heel anders ligt dat met de vrijwilligers die verenigingen op de sportvelden hebben rondlopen. Die kunnen soms heel eenvoudig een extra handeling erbij nemen, zonder dat hen dat heel behoorlijk belast. Het gaat er dus om, sportverenigingen aan te spreken op dat waar ze goed in zijn. Het moet maatwerk zijn.” Participatie door focus op sport en gezondheid “De aanstaande decentralisatie van het sociaal domein kan een enorme uitdaging worden om sport en het sociaal domein nog verder aan elkaar te verbinden. Nu al draaien projecten als Fit Plus Capelle en Sportieve Jaargetijden die vele wat oudere inwoners aan te trekken door een sportaanbod dat bij hun leeftijd en mogelijkheden past. Vaak is het een combinatie van de zin om te bewegen, maar ook wat meer willen weten over de eigen gezondheid. In Fit Plus zit een fitheidstest waaraan artsen en fysiotherapeuten hebben meegewerkt, en ook een diëtiste. Hierdoor kunnen we ook adviezen geven ten aanzien van de levensstijl van deelnemers, en dat blijkt veel mensen aan te trekken. We zoeken de deelnemers, 55 plussers, juist op die plekken waar ze veel zijn en nemen de promotie van het project op ons. Deze organisatie kan een sportvereniging niet doen, maar wel kunnen we deelnemers laten aanhaken bij een van de sportverenigingen, door de verenigingen te vragen een plaatsje vrij te maken voor een nieuwe sporter. Daarmee nemen we werk uit handen en benutten toch de aantrekkelijkheid van de vereniging.” Waarom een BV, is het zo commercieel? “Nee, absoluut niet. Het gros van wat we hier doen wordt betaald door de gemeente en is niet gericht op commerciële activiteiten. Het oprichten van een B.V. als werkvorm had veel meer te maken met het terug kunnen krijgen van de BTW, een maatregel in het kader van het Sportbesluit. Dat scheelt 21% van de kosten, en die kunnen we dan mooi weer in het project stoppen. Verder leggen we vooral kennis in en zoeken naar de uitwisseling daarvan. We zijn bijvoorbeeld bezig met het helpen om jongeren met autisme beter te laten deelnemen in reguliere sportverenigingen. We hebben dan van een school inzichten nodig in wat je kunt doen in pedagogische zin. Anderzijds kunnen wij de school weer op mogelijkheden wijzen voor accommodatieverhuur van bijvoorbeeld hun sportzalen, die ‘s avonds nogal eens leeg staan. Zo snijdt het mes aan twee kanten. Kansen in de decentralisatiegolf? Zoals iedere gemeente is ook Capelle bezig met de voorbereidingen van de decentralisatie van het beleid in de jeugdzorg, het participatiebeleid en de maatschappelijke ondersteuning van mensen met een handicap. Sportief Capelle oriënteert zich ook op dit terrein door onder andere via partners als NISB zich alvast goed voor te bereiden. Lian Witteveen: “Het grote voordeel is dat wij de infrastructuur en het overzicht binnen ons bureau al hebben: we kennen de gemeente, we kennen de sportorganisaties en de accommodaties. Als straks de eerste beleidslijnen worden gemaakt, zijn we in staat op allerlei doelgroepen een mooi maataanbod te formuleren. Ik weet zeker dat we hierin voor de gemeente en voor de burgers veel zullen gaan betekenen.” 3 H oe kunnen gemeenten sport en beweging inzetten voor het bereiken van doelen in het sociale domein? Al meteen pareert Lian Witteveen deze eerste vraag: “Ik zou het willen omdraaien: welke kansen bieden sport en beweging aan gemeenten om doelgroepen binnen het sociaal domein structureel in beweging te krijgen? Wij zijn met het bureau Sportief Capelle bezig om sport in de etalage te zetten voor de gemeente.“ Makelaar in sport en bewegen Sportief Capelle helpt de gemeente door de organisatie en uitvoering van het sportbeleid. Door die rol kent het bureau de ruim 60 sportverenigingen, sportondernemingen en andere organisaties goed, maar ook de doelstellingen en de mogelijkheden van de gemeente: Lian Witteveen: “Er is een verschil tussen hoe een gemeente denkt en handelt en hoe sportverenigingen dat doen. Besturen van sportverenigingen 8 1 2 3 4 5 6 7 8 ADVIEZEN Erkende interventies Op www.effectiefactief.nl presenteert het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen (NISB) een groot aantal erkende sport- en beweeginterventies. De website biedt een ‘online gereedschapskist’ met verschillende sport- en beweegaanpakken die een erkenningstraject hebben doorlopen. Deze aanpakken kunnen op elke lokale situatie worden toegepast en aangepast, bijvoorbeeld bij sportverenigingen. Een groot deel van deze erkende interventies biedt hun sport- en beweegaanbod aan binnen de Sportimpuls. En dat is niet voor niets. Ook in de Sportimpuls, onderdeel van het VWS-programma Sport en Bewegen in de Buurt, ligt de nadruk op de inzet van bestaande succesvolle sport- en beweeginterventies. Lysbeth de Vries, adviseur bij het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen: “Zowel lokaal als landelijk zie je de tendens dat er alleen nog maar wordt geïnvesteerd in ontwikkelingen waarvan de werkzaamheid is aangetoond. We willen niet allemaal het wiel opnieuw uitvinden. Door meer inzicht te krijgen in de basis, onderbouwing en effectiviteit van interventies scheiden we het kaf van het koren: welke aanpakken werken nu echt in de praktijk?” Wat heeft de lokale sportbestuurder daar in de praktijk aan? “Het is een goede start en biedt houvast. Als je weet dat een aanpak elders al gewerkt heeft, dan geeft dat vertrouwen. En je kunt bijvoorbeeld beter onderbouwd de plaatselijke wethouder of een potentiële geldverstrekker informeren”, zegt De Vries. “Maar natuurlijk kan je in het algemeen niet alles één op één gaan kopiëren en plakken en dan maar hopen dat dezelfde effecten behaald worden. De situatie kan per locatie en per vereniging verschillen. Een succesvolle aanpak in Delfzijl hoeft niet automatisch ook aan te slaan in Vlissingen. Maar het biedt wel een goede basis, een onderbouwd vertrekpunt voor iemand die zich wil richten op wat werkt.” SPORT EN BEWEGEN IN HET SOCIAAL DOMEIN Overwin angst voor risico’s, richt je op de kansen. Maak de drempel voor deelname laag en sluit aan bij wensen van de doelgroep. Stimuleer ondernemerschap en particulier initiatief. Betrek lokale bedrijven en zorgverzekeraars bij de plannen. Begin niet direct over geld, begin met betrokkenheid. Er zijn al veel voorbeelden in het land, verspreid die inzichten. Benut de talenten van zowel professionals als vrijwilligers. Ga voor continuïteit, korte projecten zijn er al veel.

[close]

p. 11

Duurzaam investeren? Zet in op ‘wat werkt’! Vechtsport en Maatschappij (NIVM) geeft twee voorbeelden van succesvolle aanpakken. Makelaar sportzaken Sport- en beweegaanbod dat aansluit bij de maatschappelijke doelstellingen van de gemeente maakt een grote kans om bij te dragen bij de transities in het sociaal domein. De vraag naar ‘aanbod dat werkt’ zal daarbij zeker toenemen. Wouter Schols van het Nederlands Instituut voor Vechtsportles om het gevecht met jezelf te leren begrijpen Als het gaat om pesten, zelfbewust worden of leren omgaan met je eigen humeuren, denken we doorgaans niet direct aan vechtsport. Toch wordt de vechtsport steeds vaker ingezet voor jongeren die beter willen leren om te gaan met pesten, agressie en/of driftbuien. Wouter Schols, programmamanager bij het NIVM, geeft twee voorbeelden, een binnen een aanbod voor de jeugdzorg en een ander aanbod gericht op regulier onderwijs. Sport Zorgt heeft inmiddels de erkenning ‘Goed beschreven’ behaald, Respons werkt daar in 2014 naar toe. Sport Zorgt; agressieregulatie en sociale weerbaarheid Samen met instanties voor jeugdzorg en jeugdhulpverlening wordt het programma ‘Sport Zorgt’ aangeboden bij jeugdhulporganisaties, het speciaal onderwijs of in sportclubs. Alle ervaringen van de eerste jaren zijn verwerkt en omgezet in twee aparte aanpakken: Vechtsport Plus en Vechtsport met een missie. Bij Vechtsport Plus worden jongeren met lichte tot matige gedragsproblemen begeleid door een docent die specifieke begeleiding op de gedragsthema’s kan leveren. Vechtsport met een missie is een gedragsinterventie die wordt aangeboden aan jongeren met duidelijke agressie- en/ of sociale weerbaarheidsproblemen, individueel of in kleine homogene groepen. Doorstroming naar het reguliere aanbod van een vechtsportvereniging is hierbij geen doelstelling. Bij deze interventie staat de vechtsportvereniging niet centraal, maar de docent die de interventie aanbiedt. Respons: vechtsport als hulpmiddel bij sociale problematiek In het programma Respons is sociale problematiek in het onderwijs het uitgangspunt om met vechtsport aan de slag te gaan. In drie lespakketten staat telkens een onderwerp centraal, zoals ‘Omgaan met pesten en groepsdruk in het primair onderwijs’, ‘Omgaan met agressie en geweld in het voorgezet onderwijs’ en ‘Omgaan met onveiligheid in het MBO’. Deze problematiek wordt aangepakt door middel van thema’s als ‘grenzen stellen’, ‘zelfvertrouwen’ en ‘samenwerken’. Respons gaat er daarbij vanuit dat je de keuze hebt om het probleem aan te pakken. Naast het gestandaardiseerde deel bevat Respons een traject op maat, waarbij een intensieve samenwerking wordt aangegaan met het onderwijs, de vechtsportvereniging of de trainer in de buurt. Ook kan de onderwijskundige instelling zelf haar eigen (LO-)docenten opleiden om met Respons te werken. 3 Ton Markink, eigenaar Activaat Stimuleer integraal ondernemerschap Het inzetten van sport voor de integratie van minderheden, activering van inactieven of tegengaan van obesitas is mogelijk, dat bewijzen talloze projecten van de afgelopen jaren. Maar het structureel verankeren van deze projecten na afloop van de subsidieperiode vormt de grootste uitdaging. Veel projecten zijn opgezet met een zekere druk naar de vereniging om mee te doen. Maar die kunnen het niet voortzetten, willen het niet of hebben daarvoor een zet nodig. Gevolg; miljoenen besteed aan projecten zonder structureel vervolg: BSI, BOS, Combinatiefunctionaris, proeftuinen en veel meer. Een kortdoor-de-bocht-conclusie, zeker, maar met een kern van waarheid. Wacht niet op elkaar, onderneem nu! Mijn advies luidt: ‘Blijf niet op elkaar wachten’! Verenigingen willen graag en velen zien de noodzaak om te veranderen. De tijd van pilots en pamperen is voorbij, ondernemerschap wordt gevraagd. Gemeenten hebben grote vragen. De nieuwe taken vanuit de transities, maar ook slecht exploitabele maatschappelijke voorzieningen die leeglopen als gevolg van bezuinigingen op activiteitenbudget. Grijp elkaar dus vast! De vereniging wil en moet, de gemeente eveneens. In de vereniging komt de hele samenleving bij elkaar en de vereniging is de vindplaats, de broedplaats en uitvoeringsplaats voor decentralisatie en maatschappelijke activiteiten. Try before you die? Hieronder een kort stappenplan voor gemeenten om het sociaal domein te activeren via de sportorganisaties: - Sluit, waar dat past, de slecht te exploiteren wijkcentra. - Besteed een deel van de bezuinigingen aan de sportvereniging. - Stimuleer met sturingsmiddelen het ondernemerschap van de vereniging. - Eis commitment in de portemonnee, ook van sportverenigingen - Handel in de gedachte van burgerparticipatie en neem de vereniging serieus. Geen sportbedrijf maar een stichting En misschien wel een van de belangrijkste: richt geen sportbedrijf op om alles te organiseren. Dat zorgt voor verdere institutionalisering en praten over in plaats van met de sport. Kies liever voor een overkoepelende stichting volgens onderstaande structuur. Dat betekent wel een centrale aansturing, maar met inbreng van vertegenwoordigers uit alle maatschappelijke geledingen ten behoeve van de georganiseerde sport. Op z’n minst op sportparkniveau, maar het liefst op gemeentelijk niveau. 5 1 2 3 4 5 VOORWAARDEN VOOR SUCCES? Kies voor een centrale aanpak, georganiseerd door maatschappelijke partijen. Stel een gemeentelijk projectleider aan. Verenigingen moeten mee investeren voor commitment. Kies voor een sportparkmanager. Maak van het sportpark een maatschappelijke voorziening, dat open is van 8.00 – 24.00 uur. Why have a meeting if you can also have a party?

[close]

p. 12

Gemeenten en verenigingen kunnen ook in elkaar investeren: de maatschappelijke vereniging. colofon Nuttige websites en publicaties Websites: Decentralisaties sociaal domein (VNG): www.vng.nl; menu Onderwerpenindex Publicaties: Sportverenigingen in beeld bij de Wmo: De rol van de gemeente bij de samenwerking tussen de sociale sector en sportverenigingen. Wmo Kenniscahier 21 (Verweij-Jonker Instituut). www.verweij-jonker.nl Sportief participeren: wmo & sport (VSG): www.invoeringwmo.nl Decentralisaties (kennisdossiers Movisie): www.movisie.nl; menu Kennisdossier Visie- en beleidsplein: Vereniging Sport en Gemeenten (VSG): www.sportengemeenten.nl; index.php/visie-beleid/visie-beleidsplein Dit inspiratiemagazine is een product van het programma Sport en Bewegen in de Buurt (SBB). Het programma Sport en Bewegen in de Buurt streeft naar meer lokaal sport- en beweegaanbod, op basis van vragen van de bewoners uit de buurt. Maatwerk staat centraal. Door middel van het inzetten van extra buurtsportcoaches vanuit gemeenten, een Sportimpuls voor sport- en beweegaanbieders en ondersteuning op beleid en uitvoering daarvan. Deze ondersteuning wordt uitgevoerd door Vereniging Sport en Gemeenten (VSG), NOC*NSF, ZonMw en het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen (NISB). Bestuurlijke partners van SBB zijn het ministerie van VWS, VNG, NOC*NSF, VNO-NCW en MKB-NL. Redactie: Eindredactie: Vormgeving: Druk: Beeld: Ronald Jas, Twiga Communicatie Juul van Rijn Hans-Peter Helder, Toro Vormgeving Preduxion Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen en beschikbaar gesteld door de geïnterviewde personen Samenhang 3 decentralisaties (Divosa): www.divosa.nl; menu Dossiers Aan dit nummer werkten mee: Marjon Stroet, VSG Geeske van Asperen, Hans Arends en Thom Rutten, NISB en vele andere experts. Copyright Projectbureau Sport en Bewegen in de Buurt, VSG, Den Haag. Artikelen uit deze uitgave mogen, met bronvermelding, worden gebruikt of overgenomen. Het magazine is tevens te downloaden op www.sportindebuurt.nl Oplage Eerste druk 5.000 exemplaren Den Haag, maart 2014 Decentralisatie sociaal domein (LVG, nu InEen): www.lvg.nl; Dossiers Blijven we vechten voor ons eigen eiland of bouwen we bruggen? Invoering wmo (Ministerie van VWS): www.invoeringwmo.nl Marian ter Haar, staffunctionaris kwaliteit, NISB Vereniging die meer dan alleen worstelaars bereikt Ik ben sinds kort zelfverklaard ambassadeur van een worstelvereniging, De Halter. Deze Utrechtse vereniging werkt met aanstekelijke passie aan de ontwikkeling van krachtsport en bereikt veel meer mensen dan je van een vechtsportvereniging zou verwachten. Voor mij een bron van inspiratie, die ik u niet wil onthouden. Een ander beeld van krachtsport Het beeld dat ik van krachtsport had, is van een paar gedrongen mannen die zwetend ineengestrengeld in gebreide badpakken elkaar al duwend en trekkend over een mat slepen. Dit beeld houdt veel ouders tegen om hun kinderen aan vechtsport deel te laten nemen. De stoeilessen die De Halter voor kinderen geeft, veroorzaakten bij mij een heel ander beeld. Stoeilessen Jeugd Bij het stoeispelen gaat het om spelenderwijs met veel plezier, rust, inspanning en ontspanning te leren duwen, trekken, tuimelen en controle over het lichaam te krijgen. Er is aandacht voor leren winnen en verliezen, sportiviteit en respect. Stoeilessen zijn geschikt voor alle kinderen vanaf 5 jaar, ook voor kinderen met een contactstoornis, ADHD of autisme. Buurtsport en bredere functies De Halter doet uitzonderlijk veel voor buurtbewoners. Senioren kunnen er twee maal per week terecht voor een eerlijk potje krachtsport. Asielzoekers met worstelervaring kunnen meetrainen en ervaren daarbij eveneens de huislijkheid die ze in het asielzoekerscentrum missen. Basketballers mogen de ruimte van de vereniging gebruiken om informeel een potje te ballen. De fitnessruimte mag ook door mensen uit de buurt worden gebruikt. En tot slot organiseert De Halter samen met de basisschool waarmee ze een pand delen, de buitenschoolse kinderopvang. Zichtbaarheid en meedoen De Halter maakt de worstelsport beter zichtbaar, zowel in de sportsector als in de eigen gemeente. Zo kreeg worstelen aanvankelijk geen aandacht op de Achmea High Five Challenge omdat de organisatoren de sport niet kenden. De Halter nam daarop initiatief en organiseerde daar een aantal druk bezochte workshops. Maar ook in Utrecht werkte de Halter mee aan een buurtscan om vragen en behoeften van de buurt in kaart te brengen. De Halter is een ‘schoolvoorbeeld’ van een sportvereniging die door sterke onderlinge betrokkenheid en passie voor de krachtsport ook betekenis heeft voor de omgeving!

[close]

Comments

no comments yet