LEB-fonds 90 jaar

 

Embed or link this publication

Description

Jubileumpublicatie

Popular Pages


p. 1

90 jaar fonds landbouw export bureau 1916-1918 leo klep 2008

[close]

p. 2

© 2008 wageningen universiteits fonds

[close]

p. 3

voorwoord het leb-fonds viert dit jaar zijn negentigste verjaardag als bestuur vinden we dat we dit niet onopgemerkt voorbij moeten laten gaan vandaar dit boekje waarin journalist leo klep de woelige en interessante geschiedenis van het leb-fonds beschrijft tevens heeft het leb-fonds in het kader van het jubileum een schrijfwedstrijd georganiseerd samen met resource het weekblad van wageningen universiteit en researchcentrum mensen werden uitgedaagd een column te schrijven over het onderwerp `export of knowlegde blessing or curse een deskundige jury heeft zich over de inzendingen gebogen en eeen winnaar aangewezen deze column van mevrouw zhu xiaoxiao is gepubliceerd in de resource van 10 juli 2008 het leb-fonds is nog steeds actief als subsidiefonds voor promovendi jonge onderzoekers gastdocenten en buitenlandse onderzoekers aan wageningen ur het doel is om een financiële ondersteuning te leveren aan activiteiten die kennisontwikkeling bevorderen de afgelopen jaren honoreerde het leb-fonds gemiddeld zo n zestig aanvragen per jaar die variëren van reisaanvragen voor congressen tot het organiseren van wetenschappelijke bijeenkomsten of cursussen in nederland het leb-fonds zet hiermee zo n 57 duizend euro per jaar aan subsidies uit dit draagt substantieel bij aan de vorming en internationale `exposure van onze jonge wetenschappers nadere informatie over subsidieaanvragen is te vinden op de website www.fondsen.wur.nl wij wensen u veel leesplezier met dit boekje namens het bestuur van het leb-fonds prof dr ir b kemp voorzitter 3

[close]

p. 4

leo klep is een freelance-landbouwjournalist en publicist eerder was hij medewerker van het wagenings universiteitsblad en hoofdredacteur van lt journaal en het wagenings alumniblad naast puur journalistiek en eindredactioneel werk verricht hij ook communicatieve diensten voor uiteenlopende organisaties zo was hij intensief betrokken bij het nationaal landbouwdebat en verzorgt hij voorlichting en publicaties voor ondermeer de nationale raad voor landbouwkundig onderzoek de nationale coöperatieve raad het ministerie van lnv en de gemeente wageningen.

[close]

p. 5

inleiding op 15 juni 1918 werd te wageningen de stichting `fonds landbouw export bureau 1916-1918 opgericht met als doel `de bevordering van de landbouwwetenschap en aanverwante handelswetenschap in haar geheele omvang na negentig jaar achtte het huidige bestuur het een goed idee om eens in de geschiedenis van dit fonds te duiken alleen de naam roept al vraagtekens op de gangbare benaming leb-fonds wekt associaties met koeienmagen en de uitgeschreven naam landbouw export bureau doet het kwartje ook niet bepaald vallen met genoegen heb ik mij gestort op de vele tientallen archiefdozen van het fonds en op de nodige secundaire literatuur waarvan `de geschiedenis van de landbouwuniversiteit wageningen van j van der haar de belangrijkste was want dat is het aardige van zo n onderwerp het biedt doorkijkjes naar de geschiedenis van wageningen ur als geheel naast de ontstaansgeschiedenis en enkele curieuze anekdoten is de rode draad de worsteling van een relatief klein fonds dat een wezenlijke bijdrage probeert te leveren aan de landbouwwetenschap sinds 1926 heeft het fonds 1,4 miljoen euro besteed ten opzichte van de huidige begroting van wageningen ur is dat bepaald een schijntje de aspiraties zijn dan ook navenant bescheidener geworden waar ooit een wijs gremium van hoogleraren in de slag ging over de vraag wat voor onderzoek geëntameerd zou moeten worden tegenwoordig ziet men het fonds vooral als een kannetje smeerolie om wetenschappers met goede ideeën een steuntje in de rug te kunnen geven wat echter gebleven is is dat hoogleraren uiteindelijk de dienst uitmaken en zo hoort dat in de leb-traditie voor wie speciaal belang stelt in het ontstaan van het tijdens de eerste wereldoorlog functionerende landbouw export bureau verwijs ik vast naar een nog te verschijnen proefschrift van samuël kruizinga hij was zo vriendelijk mij al vast het een en ander te vertellen verder is dank verschuldigd aan wim ter beest en de mensen van zijn sectie document management archivering van wageningen ur voor de hartelijke wijze waarop zij informatie aandroegen en voor een werkplek zorgden dank ook voor de begeleiding door thea agba-kuijpers en monique montenarie van het wageningen universiteits fonds en de eindredactie en vormgeving door grafisch atelier wageningen 5 ir l.f.m klep

[close]

p. 6

6

[close]

p. 7

neutraliteit en handel het was een hachelijke neutraliteit die nederland te verdedigen had tijdens de eerste wereldoorlog op een handjevol landen na was de hele wereld in oorlog zelfs buurland belgië ­ dat toch ook van plan was geweest de neutraliteit te bewaren ­ was in de oorlog gesleept omdat het de pruisen handig leek via belgisch grondgebied frankrijk aan te vallen maar nederland `mocht voorlopig neutraal blijven ons landje kon volgens de duitsers nuttig zijn als `luftröhre de nederlandse havens en hun rijnverbinding zouden kunnen functioneren als vrije aanvoerlijn voor bijvoorbeeld voedsel en indische producten als koffie tabak en kina als duitsland nederland zou bezetten zouden de geallieerden de `entente nederland als vijand kunnen gaan behandelen haar havens kunnen blokkeren en haar schepen op kunnen brengen maar zolang nederland neutraal was zouden de geallieerden nederland ook als zodanig moeten behandelen volgens het internationale zeerecht konden oorlogvoerenden de schepen van neutrale landen alleen iets in de weg leggen als die beladen waren met oorlogstuig dat kennelijk voor de vijand bestemd was niettemin lieten de engelsen direct al merken dat ze die clausule ruim wensten te interpreteren ook als de lading bestond uit voedsel of uit andere zaken die eventueel voor duitsland interessant zouden kunnen zijn eisten ze van de nederlandse regering de garantie dat die lading niet doorgevoerd zou worden naar duitsland voor de nederlandse regering was het geven van zo n garantie echter een onmogelijkheid het zou de facto neerkomen op partij kiezen voor de geallieerden en de duitsers zouden dat beslist niet accepteren nederland zat dus klem oorlog met duitsland zou een militaire ramp betekenen al was het aan het begin van de oorlog nog niet duidelijk welke enorme aantallen mensenlevens de great war zou gaan vergen duidelijk was wel dat duitsland ons land direct zou kunnen overlopen bovendien was nederland met name voor haar energievoorziening afhankelijk van duitsland en was het een publiek geheim dat de nederlandse opperbevelhebber duidelijk pro-duits was en daarin achter de schermen gesteund werd door koningin wilhelmina aan de andere kant was oorlog met engeland ook allesbehalve aantrekkelijk als handelsnatie wist nederland maar al te goed hoe machtig engeland ter zee was en onze economie was niet alleen afhankelijk van de handel op indië maar ook van de aanvoer van basisproducten als graan en veevoer uit de vs en kunstmest uit chili bovendien speelde de angst dat de geallieerden met name de engelsen een oorlogssituatie zouden kunnen aangrijpen om `ons indië domweg in te pikken het was dan ook niet toevallig dat cornelis van aalst directeur van de nederlandsche handel-maatschappij een voorloper van de algemene bank nederland met grote 7

[close]

p. 8

belangen in scheepvaart en in indië al in september 1914 enkele zakenlieden bij elkaar riep om te bespreken wat het bedrijfsleven zou kunnen doen aan de dreigende patstelling aanwezig waren onder meer graanhandelaar anton kröller en de directeur van de koninklijke pakketvaart maatschappij het gezelschap besloot tot de oprichting van een `commissie voor de nederlandse handel die moest gaan proberen het gesprek gaande te houden met de oorlogvoerende partijen geleidelijk aan ontstond binnen deze commissie het idee voor een juridisch foefje als de nederlandse regering formeel geen garantie kon bieden dat producten niet doorgevoerd zouden worden naar duitsland dan kon het bedrijfsleven dat toch zelf doen en zo ontstond in november 1914 de nederlandsche overzee trustmaatschappij n.o.t die in eerste instantie bestond uit de zeven grootste nederlandse scheepvaartmaatschappijen doel van deze maatschappij was `het verlenen van tussenkomst in de ruimste zin des woords ten behoeve van nederlandse kooplieden of vennootschappen van koophandel ten einde ondanks de bestaande oorlogstoestand de ongestoorde aanvoer en uitvoer van goederen zooveel mogelijk te verzekeren het succes van deze trust is een diplomatiek huzarenstukje geweest in de onderhandelingen met engeland moest de n.o.t zoveel mogelijk handelsvrijheid zien te bedingen tegelijk moest duitsland blijven geloven dat er geen sprake was van een knieval voor de engelsen en op een derde front moest de nederlandse overheid ervan overtuigd worden dat ze de zaken beter aan de n.o.t kon overlaten naast nederland zelf heeft duitsland waarschijnlijk het meeste baat gehad bij de afspraken die de n.o.t wist te maken want nederland bleef fors exporteren naar duitsland zo nam de boterexport tussen 1913 en 1916 toe van 19 naar 31,4 miljoen ton en die van kaas van 13,3 naar 76,3 miljoen ton overigens tegen voor nederland steeds lucratiever prijzen het waren dan ook de geallieerden die uiteindelijk de meest dreigende taal uitsloegen het was leuk en aardig dat de overzeese aanvoer naar nederland niet rechtstreeks naar duitsland werd doorgevoerd maar indirect gebeurde dat wel degelijk de door nederland geïmporteerde granen vonden in de vorm van vlees boter kaas en eieren hun weg naar de vijand en dus eiste men verdere regulering van de nederlandse export naar duitsland de `economische neutraliteit van nederland stond opnieuw ter discussie en opnieuw nam het bedrijfsleven zelf het initiatief om de problemen op te lossen trekker werd jan tijmen linthorst homan deze was op dat moment voorzitter van het toen nog niet koninklijke nederlands landbouw comité en lid van de n.o.t.commissie voor handelsverkeer met het buitenland in gezelschap van onder meer 8

[close]

p. 9

9 mr j.t linthorst homan

[close]

p. 10

anton kröller en de beoogd directeur van het latere landbouw export bureau leb ir c broekema toog linthorst homan naar londen om daar afspraken te maken voor verschillende agrarische productgroepen werd daarbij vastgelegd welk percentage van de nederlandse export voortaan naar de geallieerden zou gaan daarbij slaagden de onderhandelaars er zelfs in om prijsbonussen te bedingen omdat de duitsers meer plachten te betalen en kregen ze de toezegging dat de engelsen de aanvoer van voeder en meststoffen naar nederland niet zouden belemmeren vervolgens werd aan de duitsers voorgehouden dat dit agreement met de engelsen de enige mogelijkheid was om de nederlandse landbouw te kunnen blijven voorzien van kunstmest en veevoer en dús ook de enige manier om naar duitsland te kunnen blijven exporteren na enige discussie besloot de n.o.t dat de gesloten overeenkomst het beste kon worden uitgevoerd door een aparte organisatie van agrarische producenten en handelaren en zo kwam op 29 juni 1916 de vereeniging landbouw export bureau tot stand met aanvankelijk negen maar al snel zeventien leden variërend van de boter de peulvruchten en de ribbehooivereeniging tot de paardenvereeniging de zaadcentrale en de vereeniging van aardappelmeelfabrieken na enige aanloopproblemen kregen directeur broekema en voorzitter linthorst homan de zaak al snel op de rails met name een knap staaltje was dat duitsland de verminderde invoer accepteerde zonder economische of militaire tegenmaatregelen en dat engeland andersom bereid was om uitvoer naar duitsland toe te blijven staan en het leb zelfs schadeloos te stellen voor het verlies aan export naar duitsland niettemin zou de regering het landbouw export bureau al na anderhalf jaar buitenspel zetten door de oprichting van de nederlandse uitvoermaatschappij num waarschijnlijk werd het te pijnlijk gevonden om een bij uitstek nationale taak zo volkomen uit te besteden aan het bedrijfsleven in de anderhalf jaar van haar bestaan heeft het leb voor 66,5 miljoen gulden omgezet en als de vereniging op 11 februari 1918 wordt opgeheven is een half procentje van dat bedrag zo n 280.000 gulden nog in kas 10

[close]

p. 11

de boedelscheiding op het moment dat de vereeniging landbouw export bureau wordt opgeheven is voorzitter jan tijmen linthorst homan inmiddels commissaris van de koningin in drenthe als opvolger van zijn net overleden vader zijn zoons zouden later overigens dezelfde functie vervullen in groningen en friesland na zijn studie had linthorst homan zich ook net als zijn vader als advocaat in assen gevestigd naast lidmaatschap van de gemeenteraad en provinciale staten was hij in 1914 voorzitter geworden van het nederlands landbouw comité en vanuit die functie was hij onder meer in de n.o.t terecht gekomen en later in het landbouw export bureau dat hij met straffe hand heeft geleid ook in zijn verdere carrière zou hij bijzondere belangstelling voor landbouw blijven tonen deze achtergrond is niet onbelangrijk als we het verslag van de opheffingsvergadering van de vereeniging leb van 11 februari 1918 nader bestuderen centraal thema van die vergadering is de vraag wat er moet gebeuren met het verenigingskapitaal op het oog geen moeilijke kwestie want in artikel 13 van de statuten was in 1916 al vastgelegd dat de eventueel bij liquidatie resterende fondsen aangewend zouden worden voor `landbouw en handelswetenschappelijke doelstellingen in dat kader heeft linthorst homan voor de opheffingsvergadering al het nodige voorwerk gedaan uit wageningen is mr dr h.c.w bordewijk ingevlogen `ter voorlichting van de bestemming die het bestuur aan het fonds denkt te geven op dat moment zal het nog krap twee maanden duren voor de rijks hoogere land tuin en boschbouwschool gepromoveerd zal worden tot landbouwhogeschool en leraar bordewijk tot hoogleraar in de rechts en staatswetenschappen het voorstel van linthorst homan is simpel `conform de statuten komt er een fonds onder beheer van de wageningse senaat meneer bordewijk heeft de statuten bij zich maar zo gemakkelijk gaat de vergadering niet akkoord het gezelschap bestaat behalve uit primaire agrariërs ook uit handelaren en die hebben hun hart meer liggen bij de jonge nederlandsche handels-hoogeschool een school die in 1913 in rotterdam uit particulier initiatief is ontstaan de eiervereeniging heeft dan ook al een amendement op tafel liggen om de leb-gelden te verdelen over beide hogescholen daarnaast klinkt uit de veeteelthoek een fors pleidooi voor de utrechtse veeartsenijkundige hoogeschool die tegelijk met wageningen een academische status zal krijgen linthorst homan wimpelt al deze oppositie gedecideerd af met het argument dat verdeling van het fonds de spoeling maar dun zou maken een aantal leden houdt echter vol wageningen alleen is te eenzijdig en niet al het geld moet naar rijksinstellingen uiteindelijk wil de vergadering wel afzien van een versnippering van de gelden 11

[close]

p. 12

maar dan moet er wel een bestuur komen waarin alle drie de hogescholen vertegenwoordigd zijn bordewijk wil dan toch iets `verduidelijken wageningen wordt geen louter `technische hogeschool er wordt ook economie gedoceerd en als onderdeel daarvan handelswetenschappen en wageningen zal natuurlijk rekening houden met de wensen van deze vergadering een `gemengd bestuur van het fonds raadt hij af omdat hij daarvan `een minder regelmatige politiek verwacht om het fonds meer op afstand te houden van de regering adviseert hij ten slotte om het bestuur in handen te geven van de gezamenlijke wageningse senatoren en niet van de senaat als zodanig toch blijft de vergadering sputteren als linthorst homan nogmaals vaststelt dat hij wageningen veelzijdig genoeg acht om de doelstellingen in de volle breedte te behartigen begint saal van zwanenberg directeur van de gelijknamige slachterij te oss voorloper van organon uit een ander vaatje te tappen hij wijst erop dat de veehouderij het meeste aan het ontstaan van het leb-vermogen heeft bijgedragen hoewel van zwanenberg her en der bijval ontvangt kapt linthorst homan de discussie botweg af genoeg gepraat er wordt gestemd wageningen redt het nipt met vijftien tegen veertien stemmen met twee blanco vervolgens komen de door bordewijk ontworpen statuten voor de te vormen stichting ter sprake als de opposanten alsnog hun zin pogen te krijgen door allerlei bepalingen voor te stellen ten aanzien van `aandacht voor de gezondheid van landbouwhuisdieren en de definiëring van `aanverwante handelswetenschappen kapt linthorst homan dat af met de toezegging dat de notulen van de vergadering aan de stukken zullen worden toegevoegd dan wordt besloten de vereeniging landbouw export bureau per 1 maart 1918 op te heffen en op te doen richten een `fonds landbouw export bureau 1916-1918 dat beheerd zal worden door de gezamenlijke gewone leden der senaat van de landbouwhogeschool die stichting zal ingaan als de liquidatie van de vereeniging leb haar beslag zal hebben gekregen tot zolang zal een liquidatiecommissie functioneren als interim-bestuur dat de zaken van de vereniging moet afwikkelen in die commissie nemen zitting de rotterdamse zakenman h de goede mr a.g.a ridder van rappard rechter te tiel drie aanstaande wageningse hoogleraren ir l broekema hoogleraar veeteeltwetenschap en vader van de oud lebdirecteur c broekema ir s koenen hoogleraar landhuishoudkunde en voornoemde bordewijk tot slot besluit men dat het pand van het bureau bazarstraat 7 in den haag tegen balanswaarde ter beschikking wordt gesteld aan de nederlandse vereniging van huisvrouwen ter inrichting van een centrale keuken 12

[close]

p. 13

formele oprichting leb-fonds op 25 februari 1918 veertien dagen na de opheffingsvergadering van de vereeniging leb wordt de liquidatiecommissie te den haag geïnstalleerd met l broekema als voorzitter en hoewel dat volgens eerdere besluiten pas ná afronding van de liquidatie zou gebeuren stapt deze commissie al op 15 juni 1918 naar de wageningse notaris j.j.f van rijn om de stichting fonds landbouw export bureau 1916-1918 op te richten dit met een startkapitaal van 2.000 gulden niemand durfde op dat moment nog over de eerder genoemde 280.000 gulden te reppen want onder aanvoering van een viertal kaasexporteurs hadden 26 bedrijven inmiddels driekwart van het leb-kapitaal opgeëist en als de liquidatiecommissie die zaak zou verliezen zouden ongetwijfeld nog meer claims volgen en zou een algeheel faillissement onafwendbaar zijn wat dat betreft lijkt de vroegtijdige oprichting van het fonds een vlucht vooruit geweest te zijn om toch in elk geval een stichting met een symbolisch startbedrag veilig te stellen er volgde een periode van lang en veelvuldig procederen in verband daarmee droeg l broekema het voorzitterschap van de liquidatiecommissie al snel over aan de jurist bordewijk klaarblijkelijk vond een aantal producentenverenigingen het achteraf toch zonde om `hun geld richting wageningen te zien verdwijnen acht jaar lang zou bordewijk als een veldheer de ene slag na de andere winnen saillant detail is dat hij dat deed met de hulp van zijn vijf jaar jongere broer de beroemde schrijver ferdinand bordewijk die op dat moment samen met m.m van velzen een advocatenkantoor had in schiedam de enige juridische vordering waarbij de liquidatiecommissie uiteindelijk toe moest geven was die van de `eiervereniging in liquidatie de club die eerder al voor was gegaan in de strijd tegen de wageningse hegemonie over het leb-fonds voor de rest konden alle claims worden afgewimpeld met een beroep op de statuten notulen en in londen opgediepte contracten twee commissieleden zouden het einde van deze leb-oorlog niet meer meemaken de econoom koenen overleed op tweede kerstdag 1922 en de rotterdamse handelaar de goede overleed op 27 februari 1923 oud leb-directeur c broekema ­ in de wandel aangeduid als broekema junior ­ verving de goede als secretaris overigens had zijn vader l broekema in 1921 op 71-jarige leeftijd zijn hoogleraarschap opgegeven en was borderwijk zelf al in 1918 als hoogleraar overgestapt naar groningen samen met ridder van rappard zou dit viertal niettemin de liquidatieklus tot een goed einde brengen 13

[close]

p. 14

een leb-kamer voordat de liquidatiecommissie zich opheft doet ze er alles aan om te zorgen dat de jonge stichting niet alleen financieel in een gespreid bedje terecht komt zo vraagt ze de landbouwhogeschool om een vergaderkamer ter beschikking te stellen de met ruimtegebrek kampende rector van der burg biedt gegeneerd `een donkere kamer in een afgelegen hoekje van het hoofdgebouw aan maar bij een grotere verbouwing en herinrichting van dit gebouw in 1963 krijgt het leb-bestuur alsnog een prominente kamer midden aan de achterzijde met een rijk uitzicht op de tuin de liquidatiecommissie heeft bovendien gezorgd voor `een zeer moderne inrichting inclusief een speciale kast waarin het keurig geordende archief van de vereeniging leb opgeborgen kan worden tot de genoemde verhuizing in 1963 blijft dit meubilair trouw als pro-memoriepost op de balans prijken daarna gaat het archief van de vereniging naar het rijksarchief te beekbergen en verdwijnt het originele meubilair in de anonimiteit de grootste blikvanger in de leb-kamer is echter het schilderij van de geestelijk vader van het leb en dus de geestelijk grootvader van de stichting mr j.t linthorst homan omdat het de commissie `zeer ter harte ging dat de leb-kamer een blijvende herinnering zou herbergen aan deze man van het eerste uur heeft ze dit portret speciaal voor de wageningse stichting laten schilderen door willem matthijs maris zoon van de beroemde willem maris linthorst homan heeft er in den haag voor geposeerd en bezoekt eind 1923 op een zondag wageningen om in aanwezigheid van de rector en het voltallige bestuur de leb-kamer en in het bijzonder het portret in ogenschouw te komen nemen niettemin schenkt het bestuur van het leb-fonds dit schilderij in 1970 aan de provincie drenthe nadat het al in 1963 in bruikleen was gegeven ten behoeve van het drentse provinciehuis het bewaren van cultureel erfgoed blijft een zwak punt van wageningen binnen het hoofdgebouw werd in latere jaren met enige afgunst gekeken naar de leb-kamer door de claim van het leb-bestuur moest dat een vergaderkamer blijven terwijl menig afdeling er graag zijn domicilie had gehad uiteindelijk gebeurde dat ook en werd de riante kamer overgenomen door de afdeling juridische zaken het lebbestuur moest wijken naar een wat minder prominente plek aan een inpandige lichtkoker een kamer die ­ na enig zeuren van het bestuur ­ wel weer keurig het opschrift `leb-kamer op de deur kreeg toch zou de eerdere tuinkamer nog heel lang als lebkamer bekend blijven staan deze kamer bleef vooral beroemd door het memorabele 14

[close]

p. 15

feit dat ze ooit ter gelegenheid van een bezoek van de koningin was uitgerust met een koninklijk toilet omdat hare majesteit zich in geval van nood toch ergens in alle rust moest kunnen terugtrekken omdat het bestuur vond dat de nieuwe donkere kamer aan de lichtkoker toch ook wat elan moest krijgen contracteerde ze in 1986 collega h van leeuwen ­ architect en hoogleraar in de leer van de woning en haar bewoning ­ om een nieuwe kast te ontwerpen met 10.000 gulden was dit veruit de grootste uitgave die het leb ooit voor zichzelf heeft gedaan het leek een investering voor de toekomst want rector c oosterlee zegde toe dat het nieuwe bestuurscentrum dat in 1990 betrokken zou worden ook weer een leb-kamer zou krijgen die kamer kwam er ook op de derde etage linksboven uitkijkend op het atrium de kast sneefde echter vrij snel omdat de sleutels kwijt waren en iemand in het gebruik van de koevoet een aannemelijk alternatief zag om de kast te openen in het proces van verdergaande rationalisering van het ruimtegebruik werd de laatste leb-kamer al snel verder opgedeeld waarna het bordje leb-kamer definitief in de container verdween de enig resterende tastbare herinnering aan de beginjaren van het leb-fonds lijkt dan ook de voorzittershamer die prof a te wechel tijdens één van de eerste vergaderingen ten geschenke gaf een `schitterende voorzittershamer vervaardigd uit angélique hout dicorynia guianensis uit suriname compleet met bijpassend kistje stichting fonds leb eindelijk een feit op 13 maart 1926 is het feest in de senaatskamer van de landbouwhogeschool vindt de laatste vergadering plaats van de liquidatiecommissie met aansluitend de eerste vergadering van de stichting fonds landbouw export bureau 1916-1918 het gezelschap is te groot om in de leb-kamer te passen niet zonder trots kan bordewijk meedelen dat het kapitaal van het fonds in de acht slapende jaren ondanks de gemaakte kosten is gegroeid van 281 naar 446.000 gulden en dat de belegging voornamelijk bestaande uit obligaties anno 1926 op een gemiddelde rente van 4,8 procent uitkomt ofwel op een jaarlijkse bate van 21.000 gulden overigens mag volgens de statuten jaarlijks maximaal 90 procent van de inkomsten worden uitgegeven deze regel geldt tot het totale kapitaal boven de één miljoen gulden zal zijn gegroeid eventuele overschotten van een bepaald jaar moeten sowieso aan het vermogen worden toegevoegd en als er koers verliezen worden geleden moeten die in de direct volgende jaren worden goedgemaakt tot een maximum van 5.000 gulden per jaar de regels zijn dus duidelijk gericht op continuïteit en groei 15

[close]

Comments

no comments yet

YOUBLISHER
About
What Others Say
Sitemap
Impressum

PUBLISHERS
Login
Signup
Tutorials
FAQ
Support

BUSINESS
Overview
Advertising
Support

DEVELOPERS
API

LEGAL
Report a Copyright Violation
Copyright FAQ
Terms of Use
Privacy Policy