p. 1
vectron blue l 02.86 duo gebruiksaanwijzing voor de gespecialiseerde vakman stookoliebrander low nox 2-16 operating instructions for the authorized specialist fuel-oil burners low nox 17-31 pièces de rechange wisselstukkenlijst spare parts list 33-37 schémas électrique et hydraulique elektrische en hydraulische schema electric and hydraulic diagrams 39-41 06/2008 art nr 13 023 236a
[close]
p. 2
overzicht inhoud overzicht pagina inhoud 17 belangrijke aanwijzingen 17 technische karakteristieken werkingsbereik 18 afmetingen beschrijving van de brander 19 brandercyclus en veiligheidsfunctie 20 branderautomaat 21 aansluitschema aansluitvoet 22 aansluiting de optie oliebranderpomp 23 ontstekingstransformator met geïntegreerde ionisatiebewaking 23 montage van de brander 24 inbouwsituatie van de brander 24 elektrische voeding stookolievoeding 25 testen voor de ingebruikname 26 instelgegeven controle menginrichting 26 recirculatie luchtregeling 27 oliedrukregeling 27 inregeling van de brander 28 onderhoud 29-30 oplossen van storingen 31 driekamerketel omkeervlamketel kunnen er afwijkende emissiewaarden optreden voor de gegevens van de garantiewaarden moet u rekening houden met de voorwaarden voor de meetinrichting toleranties luchtvochtigheid en het stikstofgehalte in de huisbrandolie leef de volgende normen na voor een veilige betrouwbare milieuvriendelijke en energiezuinige werking en 226 aansluiting van olieverstuivings en gasbranders met ventilator aan het warmteapparaat en 60335 veiligheid van elektrische apparatuur voor huishoudelijk gebruik plaats van opstelling u mag de brander niet gebruiken in ruimten met agressieve dampen bijvoorbeeld haarspray perchloorethyleen tetrachloorkoolstof veel stof of hoge luchtvochtigheid bijvoorbeeld spoelkeukens in zoverre voor de luchttoevoer geen las-aansluiting is aangebracht moet een toevoerlucht-opening aanwezig zijn met duitsland tot 50 kw 150 cm² voor iedere volgende kw 2,0 cm² zwitserland toevoerluchtopening in cm² groter dan brandercapaciteit in kw x 6 echter minimaal 150 cm² plaatselijke voorschriften kunnen leiden tot afwijkingen conformiteitverklaring voor olie-ventilatiebranders wij fabriek gekeurd met nr aqf030 f-74106 annemasse cedex verklaren in exclusieve verantwoording dat de producten vectron blue l 02.86 duo voldoen aan de volgende normen en 50165 en 55014 en 60335 en 60555-2 en 60555-3 en 267 belgisch koninklijk besluit van 08/01/2004 overeenkomstig de bepalingen van de richtlijnen 89 392 eg machinerichtlijn 89 336 eg richtlijn voor elektromagnetische verdraagzaamheid 2006 95 eg laagspanningsrichtlijn 92 42 eg rendementsrichtlijn werden deze producten voorzien van het ce-kenmerk annemasse op 1 juli 2007 j haep functie montage ingebruikname zorg voor goede werking belangrijke aanwijzingen de branders vectron blue l 02 duo voldoen qua constructie en functie aan en 267 de branders zijn ontworpen voor de emissiearme verbranding van huisbrandolie extra licht volgens de landsnormeen a Önorm c1109 standaard en zwavelarm be nbn t52.716 stookolie standaard en nbn en 590 zwavelarm ch sn 181160-2 stookolie standaard of zwavelarm de din 51 603-1 standaard of zwavelarm de branders zijn geschikt voor uitrusting van alle warmteapparaten binnen hun capaciteitsbereik die voldoen aan en 303 voor toepassing in andere verwarmingsapparaten of gebruik van een andere brandstof is de schriftelijke toestemming van elco vereist uitsluitend bevoegde vakkrachten mogen de montage inbedrijfstelling en het onderhoud verrichten waarbij de geldende richtlijnen en voorschriften moeten worden nageleefd beschrijving van de brander de brander vectron blue l 02 duo is een volautomatische 2-traps brander in één stuk uitgevoerd hij is uitgerust met een weinig vervuilende branderkop met interne rookgascirculatie de vereisten van lrv at van lrv ch en van 1.bimschv de worden vervuld bij de onderzoekingsvoorwaarden volgens en267 blijft de uitstoot van de brander binnen de vereisten van de strengste uitstootklasse 3 nox 120 mg/kwh co 60 mg/kwh afhankelijk van de geometrie en de belasting van de branderruimte en het brandersysteem 2 wij sluiten garantie uit voor schaden met de volgende oorzaken ondeskundig gebruik verkeerde montage of verkeerde reparatie door de koper of door derden inclusief het gebruik van onderdelen van derden overdracht en bedieningsaanwijzing de fabrikant van de branderinstallatie moet de exploitant van de installatie uiterlijk bij de overdracht een bedienings en onderhoudshandleiding verstrekken de exploitant moet deze goed zichtbaar in de ruimte van het warmteapparaat ophangen noteer het adres en telefoonnummer van de dichtstbijzijnde klantendienst aanwijzing voor de exploitant de installatie moet minstens eenmaal per jaar worden gecontroleerd door een vakman we adviseren een onderhoudscontract af te sluiten om een regelmatige controle te garanderen 06/2008 art nr 13 023 236a
[close]
p. 3
overzicht technische karakteristieken werkingsbereik vectron blue l 02.86 duo 63 86 overeenkomstig en 267 emissieklasse 3 en overeenkomstig lrv 5,3 7,3 stookolie el overeenkomstig landsnormen 4x6 tweetraps met voorverwarming van de olie en sproierstangafsluiting stelmotor sta 4,5 1 1,6 230v 50hz 385 18 130w ip 21 sh 213 c3 ionisatie 2 x 7,5kv op oliepomp bfp21 l3-les r 24 liter bij 10 bar fphb-le 30 90w 67 brandercapaciteit min max kw certificering emissieklasse oliedebiet min max kg/h huisbrandolie afmeting van zuigleiding mm hydraulisch systeem chokeregeling regelverhouding spanning opgenomen elektrisch vermogen w gewicht circa kg elektromotor 2800 min 1 type beveiliging branderregeling vlambewaker ontstekingstransformator magneetklep oliedrukpomp opbrengst sproeierstang met voorverwarming van de olie geluidsdrukniveau overeenkomstig vdi 2715 dba verklaring van de typeaanduiding blue brander blauwe flamm low nox l lichte olie 02 afmetingen 86 capaciteitgetal in kw duo tweetraps brander dapa 10 8 6 4 2 0 55 blue l 02.86 duo mbar 1 0,8 0,6 0,4 0,2 werkingsbereik het werkveld toont de brandercapaciteit als functie van de druk van de branderruimte deze komt overeen met de maximum waarden overeenkomstig en 267 gemeten aan de testvlambuis houd bij de branderselectie rekening met het ketelrendement berekening van de brandercapaciteit 63 86 65 75 85 0 95 kw qf qn k qf qn k brandercapaciteit kw nominaal ketelvermogen kw ketelrendement 06/2008 art nr 13 023 236a 3
[close]
p. 4
overzicht afmetingen beschrijving van de brander a mm 110-135 b mm 150-170 c m8 d 45° boringen in de ketelaansluitplaat a1 m1 pl t1 y y1 y2 y10 3 7 8 9 10 10.1 11 12 13 19 102 113 olie-branderregeling elektromotor voor pomp en ventilatorwiel luchtdrukaansluiting ontstekingstransformator regelbereik recirculatieopening magneetklep gedeeltelijke belasting magneetklep volledige belasting stelmotor instelschroef recirculatieopening hoekstuk voor aanhaken behuizing slangklembeugel olieslangen 7-polige aansluitbus 4-polige aansluitbus buishouder met aansluitflens en isolatieonderlaag branderbuis vlambuis bijartikel ontgrendelknop oliepomp luchtkast 4 06/2008 art nr 13 023 236a
[close]
p. 5
functie veiligheidsfunctie opwarmfunctie wanneer de installatie warmte vraagt schakelt eerst de sproeierverwarming in wanneer de olie-voorverwarmtemperatuur wordt bereikt geeft een thermostaat in de sproeierverwarming de programmaloop vrij de opwarmtijd bij koude start bedraagt circa twee minuten branderstart ventilatormotor loopt aan ontsteking schakelt in voorbeluchting met geopende choke magneetklep 6 opent drukregeling via deellastdrukregelaar 5 vlamvorming ontsteking schakelt uit branderbedrijf regeling tussen deelen vollast de brander werkt met een oliesproeier en met twee oliedrukken voor deel en vollast de oliedrukken worden onafhankelijk van elkaar geregeld met behulp van twee drukregelaars in de pomp bij vraag van de ketelregelaar schakelt de brander na een vertraging van circa 60 seconden over van deellast op vollast de chokeaandrijving plaatst de choke 14 in de vollastpositie bij een door een nok instelbare positie sluit magneetklep 3 deellastdrukregelaar 5 wordt inactief vollastdrukregelaar 2 verzorgt de drukregeling choke gaat verder naar de vollastpositie vollast functioneert veiligheidsfunctie een uitschakeling tengevolge van een storing treedt op wanneer tijdens de voorbeluchting een vlamsignaal aanwezig is extern lichtcontrole wanneer bij het starten vrijgeven van brandstof na 10 seconden veiligheidstijd geen vlam is gevormd wanneer tijdens het bedrijf de vlam wegvalt en na een mislukte poging tot opnieuw starten geen vlam ontstaat een uitschakeling tengevolge van een storing wordt aangegeven door een storingslamp en kan na het wegnemen van de storingsoorzaak worden opgeheven door de ontstoringsknop in te drukken zie de beschrijving van de branderregeling voor meer informatie principeschema 1 tweetraps-oliebranderpomp compleet 2 oliedrukregelaar vollast 104 3 magneetklep vollast y2 4 oliedrukpomp 102 5 oliedrukregelaar deellast 104 6 7 8 9 magneetklep voor sproeierlijn afsluiting deellast y1 lineaire luchtdoseertrommel 103 verwarmde sproeierstang e4 membraanklep voor sproeierlijn afsluiting 06/2008 art nr 13 023 236a 10 12 13 14 brandermotor m1 branderbuis vlambuis elektrische chokeaandrijving y10 5
[close]
p. 6
functie branderautomaat sh 213 c3 als u op r drukt gedurende minder dan 9 seconden dan leidt dat tot ontgrendelen of vergrendelen van de automaat de stookoliebranderautomaat sh 213 c3 stuurt en bewaakt de aangeblazen brander omdat het programma door een microprocessor wordt uitgevoerd worden uiterst stabiele tijden bereikt die onafhankelijk zijn van schommelingen van de netspanning en van de omgevingstemperatuur de branderautomaat is niet gevoelig voor onderspanning als de netspanning onder de vereiste minimumwaarde ligt schakelt de automaat uit zonder storingssignaal wanneer de spanning terug normaal wordt start de automaat vanzelf informatiesysteem het geïntegreerde visuele informatiesysteem verschaft inlichtingen over de oorzaak van eventueel uitschakelen in storingstoestand de meest recente storingsoorzaak wordt in het apparaat opgeslagen en kan worden achterhaald bij het opnieuw inschakelen van het apparaat ook als de spanning is uitgevallen bij storingstoestand brandt de led in de ontgrendelingsknop r voortdurend tot de storing wordt bevestigd d.w.z tot de automaat wordt ontgrendeld om de 10 seconden wordt dit oplichten onderbroken en een flikkercode wordt uitgezonden die inlichtingen geeft over de oorzaak van de storingstoestand als toebehoren is een weergaveprogramma verkrijgbaar waarmee uit de automaat verdere uitvoerige inlichtingen kunnen worden uitgelezen over de werkings en storingsstappen die werden doorlopen vergrendeling en ontgrendeling de automaat kan via de ontgrendelingsknop r worden vergrendeld in storingstoestand gebracht en ontgrendeld teruggesteld als tenminste voedingsspanning aanwezig is op de automaat als de knop in normale werking of tijdens het opstarten wordt ingedrukt dan gaat het apparaat over in de storingstoestand als de knop wordt ingedrukt wanneer het apparaat zich al in storingstoestand bevindt dan wordt de automaat ontgrendeld voor het in of uitbouwen van de automaat moet het apparaat spanningsvrij worden geschakeld het apparaat mag niet geopend noch gerepareerd worden tussen 9 en 13 wissen van de seconden statistische gegevens van de automaat meer dan 13 seconden geen uitwerking op de automaat flikker-code informatie oorzaak van de storing wacht op vrijgave thermostaat van voorverwarmer voorventilatie voorontstekingtijd geen vlamsignaal na de beveiligingstijd parasietlicht gedurende de voorventilatie voorontstekingstijd code manueel ontgrendelen na een storing zie ook vergrendeling verklaring kort lichtsignaal lang lichtsignaal pause noodzakelijkeingangssignalen uitgangssignalen temperatuurregelaar voorverwarmer 1 2 3 4 brandermotor stookolieventiel 5 6 7 8 10 tw regeling ontstekingstrafo vlamcontrole tlk tr ts tn tv2 servomotor sm storing ontgrendeling inschakelen van de automaat en van de voorverwarmer inschakelen van de brandermotor en de ontstekingstrafo de servomotor verplaatst zich in de stand volledige belasting terugschakelen van de servomotor in de stand gedeeltelijke belasting inschakelen van het stookolieventiel vlamcontrole uitschakelen van de ontstekingstrafo branderwerking in gedeeltelijke belasting branderwerking regeling tussen gedeeltelijkeen volledige belasting uitschakeling van de regeling storingstoestand wachttijd voorverwarmer openingstijd van de sm voorventilatie en voorontsteking sluittijd van de sm beveiligingstijd naontstekingstijd minimumtijd tussen brandstofventiel 1 en 2 6 06/2008 art nr 13 023 236a
[close]
p. 7
functie aansluitschema aansluitvoet klem stekker nr afstandsontgrendeling klem stekker nr stekker nr klem stekker nr klem vlamcontrole ontsteking elektromag ventiel ii elektromag ventiel i werkingsurenteller servomotor brandermotor elektrische voeding l1 klem 1 2 3 4 7 8 9 10 11 12 15 16 17 18 19 20 22 23 24 25 26 27 28 29 30 beschrijving klem a van de automaat klem 9 van de automaat klem 7 van de automaat nulleider klem 5 van de automaat aarding nulleider klem 4 van de automaat aarding nulleider klem 1 van de automaat klem 2 van de automaat klem 9 van de automaat klem b5 aan de wiel st 4p en klem 4 van de sm-st aarding nulleider klem 5 van de automaat en klem b4 op de wiel st 7p teller 1e trap klem b5 op de wiel st 4p.en klem 4 van de sm-st teller 2e trap nulleider fase fase aarding nulleider nulleider klem 3 van de automaat klem 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 54 55 56 beschrijving klem b van de automaat via de klemmen t6 en t7 in de 1e trap aan de wiel st 4p 1 van de sm-st klem c van de automaat 2 van de sm-st klem t1 aan de wiel st 7p 2 van de sm-st klem b5 aan de wiel st 4p 4 van de sm-st en fase van het ventiel 2 klem b4 aan de wiel st 7p 5 van de sm-st en fase van het ventiel 1 klem 5 van de automaat nulleider klem 3 van de automaat 7 van de sm-st klem 6 van de automaat 8 van de sm-st wanneer de brug tussen 4 en 6 of wanneer de verwarming warm is dan de klemmen 4 en 6 klem b van de automaat via de klemmen t6 en t8 aan de wiel st 4p 9 van de sm-st fase aarding nulleider klem 5 van de automaat ventiel klem 6 van de automaat verwarming klem 4 van de automaat verwarmingscontact aarding nulleider klem t8 op de wiel st 4p klem t6 aan de wiel st 4p klem t7 op de wiel st 4p klem t2 op de wiel st 7p klem 9 van de automaat fase aarding nulleider 06/2008 art nr 13 023 236a voortd ventilatie regelaar sproierlijnvoorverwarmer storingsmelding 7
[close]
p. 8
functie aansluiting de optie oliebranderpomp ontstekingstransformator met geïntegreerde ionisatiebewaking u kunt op de stekkerconsole onder de branderregeling diverse uitrustingsstukken aansluiten die verkrijgbaar zijn als toebehoren hiertoe moet u · op de betreffende insteekplaats de kunststof afdekking afbreken met behulp van een kleine schroevendraaier · vervolgens de kabel in de richting van de kardeeluitgang steken zie afbeeldingen · lees voor de verdere procedure de montagehandleiding uit het pakket toebehoren externe ontgrendeling oliebranderpomp de gebruikte oliebranderpomp is een zelfaanzuigende tandwielpomp die als dubbelleidingpomp moet worden aangesloten via een ontluchtingsfilter in de pomp zijn ingebouwd 1 drukinstelling 1e trap 2 drukinstelling 2e trap 3 zuigaansluiting g 1/4 4 retouraansluiting g 1/4 5 aansluiting sproeiertoevoer 6 manometeraansluiting oliedruk 7 drukmeteraansluiting onderdruk 8 filter 9 magneetklep 1e trap 10 magneetklep 2e trap ontstekingstransformator met geïntegreerde ionisatiebewaking de gebruikte transformator gebruikt de elektroden die op de branderkop geïnstalleerd zijn zowel voor de ontsteking als voor de bewaking van de vlam via ionisatie de schakeltoestand van de vlambewaking wordt aangegeven via een groene led in de behuizing van de transformator uit geen spanning knippert:geen vlamsignaal aan vlam aanwezig pompfilter reinigen het filter bevindt zich onder de schroefaansluiting 8 het filter eruit schroeven voor de reiniging 8 06/2008 art nr 13 023 236a
[close]
p. 9
montage montage van de brander inbouwsituatie van de brander montage van de brander de branderflens 3 is voorzien van lange gaten en kan worden gebruikt voor een diameterbereik van 150 170 mm deze maten komen overeen met en 226 door het verschuiven van de buishouder 2 op de branderbuis kan de insteekdiepte van de menginrichting worden aangepast aan de betreffende geometrie van de branderruimte de insteekdiepte blijft onveranderd bij de montage en demontage door de buishouder 2 wordt de brander bevestigd aan de aansluitflens en daarmee aan de ketel hiermee wordt de branderruimte dicht afgesloten montage van de vlambuis · open na de montage van de brander de deur van de ketel · plaats vlambuis 6 op de buis van de brander 7 en draai deze rechtsom tot de bajonetsluiting 8 stevig gesloten is montage · bevestig de aansluitflens 3 met schroeven 4 aan de ketel · buishouder 2 aan de branderbuis monteren en bevestigen met schroef 1 draai schroef 1 vast met een moment van maximaal 6 nm · draai de brander enigszins breng hem in de flens en bevestig hem met schroef 5 demontage · draai schroef 5 los · draai de brander uit de bajonetsluiting en trek hem uit de flens insteekdiepte van de brander stel de insteekdiepte van de brander zodanig in dat de achterkant 9 van de recirculatieopening 10 vlak afsluit met de isolatie van de keteldeur 11 sluit de keteldeur voorzichtig let op de vrije draairadius van de vlambuis 6 trek de brander desgewenst verder terug en snij de keteldeurisolatie overeenkomstig uit de recirculatieopening moet omwille van het ongehinderde rookgasgebruik volledig vrij en goed toegankelijk in de branderruimte liggen de opening mag in geen geval afgedekt zijn door isolatiemateriaal afzuiginstallatie gebruik bij de rookgasaansluiting van de ketel geen rechthoekige aansluitstukken om eventuele ongunstige geluidsemissies te vermijden de vereiste minimumafstand van de voorkant van de vlampijp tot de achterwand van de branderkamer kan worden berekend met de formule 70 x q q=kg olie /h voor de minimumlengte van de branderkamer lf vindt men aldus lf e lt 70 x q lt v-bl02 duo 208 mm 06/2008 art nr 13 023 236a 9
[close]
p. 10
montage elektrische voeding stookolievoeding uitsluitend de elektrovakman mag de elektrische installatie en aansluitwerkzaamheden verrichten neem daarbij de geldende voorschriften en richtlijnen in acht elektrische aansluiting · controleer of de netspanning overeenkomt met de aangegeven bedrijfsspanning van 230 v 50 hz afzekering van de brander 10 a elektrische stekkerverbinding de brander moet van het net kunnen worden verwijderd met behulp van een meerpolige onderbreker overeenkomstig de normen van kracht brander en warmteapparaat ketel worden met elkaar verbonden via een 7-polige en een 4-polige stekkerverbinding 2 de kabels die op die connector zijn aangesloten moeten een diameter hebben tussen 8,3 en 11 mm stookolievoeding de meegeleverde olieslangen zijn reeds aangesloten op de oliebranderpomp de voorloopslang heeft een speciale markering om verwisseling te voorkomen de olieaansluiting vindt plaats via een enkelleidingsysteem met ontluchtingsfilter plaats het filter zodanig dat een vakkundige slanggeleiding gegarandeerd is de slangen mogen niet knikken de olieleiding moet een nominale doorlaat dn4 of dn6 hebben afhankelijk van zuigleidingslange en zuighoogte zie elco-richtlijn in zwitserland leiding polyamide olietoevoer de olietoevoer moet zorgvuldig worden geïnstalleerd overeenkomstig din 4755 en de plaatselijke voorschriften ter garantie van de bedrijfsveiligheid van de installatie gebruik een filter met een zeefwijdte 50 µm neem de grenswaarden voor zuigleidingslangen en zuighoogtes overeenkomstig de procal en/of elcorichtlijn respectievelijk de richtlijn voor de opzet en dimensionering van apparaten met zuiginstallatie in acht de zuigleiding wordt bij kubusvormige tanks tot 5 cm en bij cilindrische tanks tot 10 cm boven de tankbodem geleid let op het volgende · maximum toevoerdruk aan de pomp 1,5 bar · maximum aanzuigvacuüm aan de pomp 0,4 bar · zuig vóór de inbedrijfstelling olie aan met de handpomp en controleer de olieleidingen op dichtheid 10 06/2008 art nr 13 023 236a
[close]
p. 11
ingebruikname testen voor de ingebruikname instelgegeven controle menginrichting testen voor de ingebruikname controleer de volgende punten vóór de eerste inbedrijfstelling · correcte montage van de brander overeenkomstig deze handleiding · correcte instelling van de brander overeenkomstig de gegevens uit de insteltabel · instelling van de menginrichting juiste sproeier moeten zijn geplaatst · warmteapparaat moet bedrijfsklaar zijn gemonteerd neem de bedrijfsvoorschriften van het warmteapparaat in acht luchtsproeier mm blue l 02.86 duo 33 33 33 · alle elektrische aansluitingen moeten correct zijn uitgevoerd · warmteapparaat en verwarmingssysteem zijn voldoende gevuld met water circulatiepompen draaien · temperatuurregelaar drukregelaar beveiliging tegen watertekort en overige eventueel aanwezige veiligheidsbegrenzingsinstallaties zijn correct aangesloten en bedrijfsklaar · afzuigkanalen moeten vrij zijn tweede luchtinstallatie indien aanwezig in functie · voldoende toevoer van frisse lucht moet zijn gegarandeerd pomp druk bar 1e trap 2e trap 15 14 14 22 22 23 luchtklepstand maat 1e trap nok iv 10 10 10 2e trap nok i 40 80 90 · warmteafname moet aanwezig zijn · brandstofopslagtanks moeten zijn gevuld · brandstofleidingen moeten vakkundig zijn gemonteerd moeten zijn gecontroleerd op dichtheid en moeten zijn ontlucht · meetpunt voor de afvoergas-meting overeenkomstig de normen moet aanwezig zijn afvoertraject tot aan het meetpunt moet dicht zijn zodat meetresultaten niet worden beïnvloed door omgevingslucht brander brandervermogen sproeier kw 80°s 1e trap 63 63 63 2e trap 75 82 84 gph 1,25 1,35 1,35 druk in de branderbuis mbar 1e trap 9 9 9 2e trap 12 13,5 14 recirculatie maat sproeier opening luchtsproeier schaal mm 10 10 10 4,5 4,5 4,5 bovenstaande instelgegevens zijn basisinstellingen de fabrieksinstelgegevens zijn voorzien van een vette rand met deze instellingen kan de brander normaliter in bedrijf worden genomen controleer de instelwaarden in ieder geval grondig houd de aangegeven co2-waarden aan per installatie kunnen correcties nodig zijn u kunt gunstige verbrandingswaarden realiseren met de sproeier danfoss 80° s aanbevolen door de fabriek controle van het mengtoestel voor de instelling van de afstand tussen de ontstekingselektroden en de afstand tussen de oliesproeier en de straalpijp kan de instelsjabloon worden gebruikt die samen met de brander wordt geleverd afstand oliesproeier luchtsproeier maat y 06/2008 art nr 13 023 236a 11
[close]
p. 12
ingebruikname recirculatie luchtregeling oliedrukegeling instelling van de recirculatie sluit een no en co-meetapparaat aan voor de juiste instelling van het recirculatiedebiet u stelt de breedte van de recirculatieopening in door de menginrichting in de branderbuis axiaal te verplaatsen de positionering vindt plaats aan de instelschroef a overeenkomstig de aangegeven waarde in de tabel instelgegevens deze waarde kan worden afgelezen op de schaal y na de inregeling van de recirculatie moet u na een bedrijfspauze van circa 5 minuten opnieuw proberen te starten wanneer de brander niet of te luchtdrukregeling de regeling van de verbrandingslucht gebeurt aan zuigzijde via de door de servomotor y10 aangedreven luchtklep de stand van de luchtklep wordt door instelling van de nokken i iv vastgelegd laat start moet u de recirculatie op een kleinere waarde instellen tot een veilige start is gegarandeerd koude start gebruik de brander niet met een veel te kleine of een gesloten recirculatieopening dit zou kunnen leiden tot een sterke temperatuurstijging in de menginrichting en tot beschadiging van de menginrichting functioneren van de nokken i luchtkleppositie 2 trap ii luchtafsluiter iii aansturing magneetklep 2 trap iv luchtkleppositie 1 trap instelwaarde schakelnok iii moet liggen tussen schakelnok i en iv het luchtdebiet wordt door de nokken i en iv ingesteld de instelwaarde volgens de insteltabel kan op de instelschaal worden afgelezen voor de fijninstelling moet een geschikt meetapparaat worden gebruikt een co2-waarde van 12,5 13,5 moet worden ingesteld oliedrukregeling u stelt de oliedruk en daarmee de brandercapaciteit in met de olieregelaar 1 voor de 1e trap 2 voor de 2e trap in de pomp ter controle moet op de manometeraansluiting 6 een manometer worden geplaatst schroefdraad r1/8 onderdrukcontrole sluit de vacuümmeter voor de onderdrukcontrole aan op de aansluiting 7 r1/8 hoogst toelaatbare onderdruk 0,4 bar bij een hogere onderdruk vergast de verwarmingsolie waardoor schurende geluiden ontstaan en de pomp is beschadigd 12 06/2008 art nr 13 023 236a
[close]
p. 13
ingebruikname inregeling van de brander de brander starten zuig vóór de start van de brander olie aan met de handpomp tot het filter volledig is gevuld start vervolgens de brander door de ketelregelaar in te schakelen open de ontluchtingsschroef op het oliefilter tijdens de voorbeluchtingsfase voor een volledige ontluchting van de olieleiding hierbij mag de onderdruk niet lager zijn dan 0,4 bar sluit de ontluchtingsschroef wanneer er luchtbellenvrije olie komt en het filter geheel is gevuld met olie deflagratiegevaar controleer tijdens het inregelen continu co co2 en roetemissies bij co-vorming moet u de verbrandingswaarden optimaliseren het co-aandeel mag niet hoger zijn dan 50 ppm instelling trap 1 nok iv · brander in 1e trap zetten · via drukregelaar 1 oliedruk voor trap 1 overeenkomstig gewenst brandervermogen instellen hierbij continu de verbrandingswaarden controleren co co2 roettest indien nodig luchthoeveelheid aanpassen zo nodig stap voor stap · luchthoeveelheid verhogen nok iv op hogere schaalwaarde instellen · brander kort op 2e trap schakelen en verminderen luchtkleppenmotor schakelt naar de nieuwe kleinlaststand · luchthoeveelheid reduceren nok iv op kleinere schaalwaarde instellen servomotor loopt automatisch na let op minimaal noodzakelijke rookgastemperatuur volgens opgave van de ketelfabrikant en overeenkomstig eisen rookgaswegen ter voorkoming van condensatie in acht nemen instelling trap 2 nok i · met 4-polige steker in 2e trap schakelen · via drukregelaar 2 oliedruk voor trap 2 overeenkomstig gewenst brandervermogen instellen hierbij continu de verbrandingswaarden controleren co co2 roettest indien nodig luchthoeveelheid aanpassen zo nodig stap voor stap · luchthoeveelheid verhogen nok i op hogere schaalwaarde instellen servomotor loopt automatisch na · luchthoeveelheid reduceren nok i op kleinere schaalwaarde instellen · brander kort op 1e trap schakelen en weer starten · luchtklep gaat naar de nieuw ingestelde stand instelling omschakelpunt magneetklep trap 2 nok iii · brander meerdere keren van trap 1 naar trap 2 omschakelen nok iii zo instellen dat een zachte overgang van trap 1 naar trap 2 gewaarborgd is 06/2008 art nr 13 023 236a 13
[close]
p. 14
zorg voor goede werking onderhoud servicewerkzaamheden aan de ketel en brander worden uitsluitend door een erkende verwarmingsmonteur uitgevoerd om regelmatige uitvoering van de servicewerkzaamheden te waarborgen dient de exploitant van de installatie te worden aanbevolen om een onderhoudscontract af te sluiten · vóór onderhouds en schoonmaakwerkzaamheden stroom uitschakelen · alleen originele wisselstukken gebruiken in het kader van het jaarlijks onderhoud aan de brander aanbevolen werkzaamheden proefdraaien van de brander ingangsmeting reinigen van het mengontstekingstoestel en zo nodig defecte onderdelen vervangen ventilatorwiel en ventilator reinigen en pompkoppeling controleren oliesproeier controleren zo nodig vervangen controle resp vervanging van het oliefilter optische controle van de olieslangen zo nodig vervangen visuele controle van de basisplaat demonteren · branderkap verwijderen · de tussenstekker van de servomotor afkoppelen · schroeven van de basisplaat losschroeven · basisplaat verwijderen en in servicestand inhangen zie afbeelding branderelektronica zo nodig storingen verhelpen branderstart controleren bij werkende brander oliedruk en vacuüm controleren functiecontrole vlambewaker en verbrandingsautomaat correctie van de instelwaarden indien nodig meetprotocol opstellen algemene controles functiecontrole van de noodschakelaar visuele controle van de in de verwarmingsruimte aanwezige olieleidingen controle van het mengtoestel · ontstekingskabel afkoppelen · borgschroef x losschroeven · de meng en ontstekingsinrichting uitnemen · sproeier vervangen · de ontstekingselektroden en de ontstekingskabel controleren en eventueel vervangen · de meng en ontstekingsinrichting reinigen · bij het monteren instellingen controleren demonteren ontstekings en ionisatie-elektroden · bevestigingsschroef 10 uitdraaien · elektroden 9 uit de geleiding trekken reiniging ventilatorwiel · ventilatorturbine reinigen indien nodig vervangen reiniging van de luchtaanzuigkast · bevestigingsbouten v van luchtaanzuigkast eruit draaien · luchtaanzuigkast verwijderen en reinigen en in omgekeerde volgorde weer in elkaar zetten · op de correcte stand van luchtklep en servo-aandrijving letten 14 06/2008 art nr 13 023 236a
[close]
p. 15
zorg voor goed werking oplossen van storingen pompfilter reinigen · afsluiter aan het filter sluiten · neem het filter er uit · reinig of vervang het voorzichtig · plaats het filter 11 weer · controleer of vervang de afdichting · monteer het filter filter van de olieleiding reinigen · sluit de afsluiter aan het filter · reinig of vervang het filterelement · gebruik een filterelement met een maaswijdte 50 µm · controleer bij het openen van de afsluiter de filterinstallatie op dichtheid vervangen van de vlambuis · stroom uitschakelen · met open keteldeur de vlambuis 2 draaien en verwijderen bajonetsluiting vlambuis kan heet zijn vervangen van de branderpijp · borgschroef 12 aan de aansluitflens losdraaien · brander uit de bajonetsluiting draaien lichtjes optillen en uit de aansluitflens trekken branderpijp demonteren branderpijp kan heet zijn · 4 bevestigingsschroeven 4 losdraaien · branderpijp 5 draaien en verwijderen bajonetsluiting belangrijk na elke ingreep de verbrandingswaarden onder bedrijfsomstandigheden controleren gesloten verwarmingsruimtedeur gemonteerde kap enz meetwaarden in documenten verwarmingsruimte noteren controle van de rookgastemperatuur · regelmatig de rookgastemperatuur controleren · ketel reinigen als de rookgastemperatuur de waarde van de inbedrijfsteling met meer dan 30k overschrijdt · om de controle te vereenvoudigen een rookgasthermometer gebruiken 15 06/2008 art nr 13 023 236a
[close]