BA - VL2.140/200 (EN-NL)

 

Embed or link this publication

Description

Operating instructions

Popular Pages


p. 1

vl 2.140 vl 2.200 originele bedieningshandleiding voor de gespecialiseerde vakman aangeblazen oliebrander 2-16 original operating instructions for authorised specialists forced-draught fuel-oil burners 17-31 nl en de fr it 4200 1036 9300 4200 1036 9200 05/2011 art nr 4200 1036 9400a

[close]

p. 2

overzicht inhoudsopgave overzicht functie inhoudsopgave 2 belangrijke aanwijzingen 2 branderbeschrijving 3 werkings veiligheidsfunctie 4 branderautomaat 5 aansluitschema aansluitsokkel 6 oliebranderpomp 7 montage van de brander 8 elektrische aansluiting olieaansluiting 9 controles vóór de inbedrijfstelling 10 instelgegevens controle van het mengtoestel 10 luchtregeling 11 de brander inregelen oliedrukregeling 12 werkingscontrole 12 onderhoud 13-14 storingen verhelpen 15 aanduiding onderhoudsinterval 16 aanduiding olievoorraad 16 conformiteitsverklaring voor oliebranders wij gecertificeerd bedrijf onder nr aqf030 f-74106 annemasse cedex verklaren onder onze enige verantwoordelijkheid dat de producten vl 2.140 vl 2 200 in conformiteit zijn met de volgende normen en 50165 en 55014 en 60335-1 en 60335-2-102 en 60555-2 en 60555-3 en 267 belgisch koninklijk besluit van 08/01 2004 deze producten dragen het ce-keur conform de bepalingen van de volgende richtlijnen 2006 42/ce machinerichtlijn 2004/108/ce emc-richtlijn 2006 95/ce laagspanningsrichtlijn 92 42/ceerendemenstscoëfficiënt richtlijn annemasse 16 maart 2011 m sponza montage inbedrijfstelling service belangrijke aanwijzingen de branders vl 2.140/200 zijn ontworpen voor de verbranding van extra lichte olie volgens de nationale normen at eco-norm c1109 standaard en zwavelarm be nbn t52.716 stookolie standaard en nbn en 590 zwavelarm ch sn 181160-2 stookolie el en ecostookolie zwavelarm de din 51603-1 standaard of zwavelarm de branders stemmen qua opbouw en functie overeen met en 267 installatie inbedrijfstelling en onderhoud mogen uitsluitend door erkende vaklui worden uitgevoerd waarbij de geldende richtlijnen en voorschriften in acht dienen te worden genomen branderbeschrijving de branders vl 2.140/200 zijn apparaten uit één stuk met een trap en een geheel automatische werking ze zijn geschikt voor de uitrusting van alle verwarmers conform en 303 resp heteluchtverwarmers conform din 4794 of din 30697 binnen hun vermogensbereik voor iedere andere vorm van gebruik is toestemming vereist van elco leveromvang in de verpakking van de brander bevinden zich 2 olieslangen 1 aansluitflens met onderlegisolatie 1 zakje met bevestigingsonderdelen 1 etui met technische documentatie voor een veilige milieuvriendelijke en energiebesparende werking moeten de volgende normen in acht worden genomen en 226 aansluiten van olie en gasbranders met ventilator aan warmtebron en 60335-1 -102 veiligheid van elektrische apparaten voor huishoudelijk gebruik montageplaats de brander mag niet in ruimten met agressieve dampen bijv haarspray perchloorethyleen tetrachloorkoolstof veel stof of een hoge luchtvochtigheid bijv waskeuken in bedrijf worden gesteld in zoverre er voor de luchtverzorging geen las-aansluiting aanwezig is moet een opening voor luchttoevoer aanwezig zijn met de tot 50 kw 150 cm2 voor elke volgende kw 2,0 cm2 ch qf [kw x 6 cm2 min echter 150 cm2 plaatselijke voorschriften kunnen leiden tot afwijkingen voor schade om de volgende redenen ontstaan sluiten wij garantie uit ondeskundig gebruik foutieve montage resp reparatie door de koper of derden inclusief gebruik van onderdelen van vreemde herkomst overdracht en gebruiksaanwijzing de installateur van de verbrandingsinstallatie dient de exploitant van de installatie uiterlijk bij de overdracht een gebruiks en onderhoudsaanwijzing te overhandigen deze dient in de plaatsingsruimte van de verwarmer duidelijk zichtbaar te worden opgehangen adres en telefoonnummer van de dichtstbijzijnde klantenservice dient hierop te worden ingevuld aanwijzing voor de exploitant de installatie moet ten minste één keer per jaar door een gespecialiseerde vakman worden geïnspecteerd afhankelijk van het type van de installatie kunnen kortere onderhoudsintervallen nodig zijn om regelmatig onderhoud te waarborgen wordt het afsluiten van een onderhoudscontract aanbevolen 2 05/2011 art nr 4200 1036 9400a

[close]

p. 3

overzicht branderbeschrijving nl a1 a4 branderautomaat display en bedieningseenheid verstoken b3 vlambewaker m1 ventilator en pompmotor t1 ontsteker 3 schroef voor het afstellen van maat y 4 buis van de sproeierlijn 5 branderhuis 6 bevestigingssysteem van de basisplaat 8 branderbuis 10 7-polige elektrische aansluiting 18 branderkap 19 ontgrendelingsknop 20 bevestigingsschroef van de kap 102 oliepomp 103b luchtregeling y1 magneetventiel 113 luchtkast 05/2011 art nr 4200 1036 9400a 3

[close]

p. 4

functie werkingsfunctie veiligheidsfunctie werkingsfunctie na warmteverzoek door de ketelregelaar start de olieverbrandingsautomaat het programmaverloop de motor start de ontsteking wordt ingeschakeld en de voorventilatietijd van 15 sec loopt tijdens de voorventilatie wordt de branderkamer bewaakt op vlamsignalen na afloop van de voorventilatie openen de oliemagneetventielen en start de brander de ontsteking wordt uitgeschakeld als de brander werkt uitschakelen regeling de ketelregelaar onderbreekt het warmteverzoek de oliemagneetventielen sluiten en de vlam dooft de brandermotor wordt uitgeschakeld de brander is stand-by veiligheidsfunctie storingsuitschakeling gebeurt als tijdens de voorventilatie een vlamsignaal aanwezig is parasietlichtbewaking als bij de start brandstofvrijgave na 5 sec veiligheidstijd geen vlam is gevormd als er bij vlamuitval tijdens de werking na een vergeefse herstartpoging geen vlam ontstaat een storingsuitschakeling wordt weergegeven door het branden van de storingslamp en kan na het verhelpen van de storingsoorzaak door het indrukken van de resetknop weer worden ontgrendeld voor meer informatie zie beschrijving verbrandingsautomaat principeschema 1 2 3 4 5 6 7 9 10 11 oliebranderpomp cpl oliedrukregelaar oliebranderpomp magneetventiel no sproeierstang vlambuis stuwschijf luchtklep ventilator brandermotor 4 05/2011 art nr 4200 1036 9400a

[close]

p. 5

functie branderautomaat tch 1xx de knop r indrukken gedurende veroorzaakt de oliebranderautomaat tch 1xx stuurt en bewaakt de aangeblazen brander door het microprocessorgestuurde programmaverloop worden uiterst stabiele tijden bereikt die onafhankelijk zijn van schommelingen in netspanning en omgevingstemperatuur de branderautomaat is niet gevoelig voor onderspanning als de netspanning onder de vereiste minimumwaarde ligt schakelt de automaat uit zonder storingssignaal nadat weer een normale spanning is bereikt start de automaat weer automatisch vergrendeling en ontgrendeling de automaat kan via de resetknop r worden vergrendeld in storingstoestand gebracht en worden ontgrendeld uit storingstoestand gehaald op voorwaarde dat netspanning voorhanden is op de automaat voor het in of uitbouwen van de automaat moet het apparaat spanningsvrij worden gemaakt de automaat mag niet worden geopend of gerepareerd 1 seconde ontgrendelen van de automaat 2 seconden 9 seconden vergrendelen van de automaat wissen van de statistieken van de automaat nl a4 scherm bp1 drukknop 1 opvraging storingscode bp2 drukknop 2 opvraging waarden symbool benaming wacht op warmteverzoek wacht op de sproeierlijnverwarming voor branders met sproeierlijnverwarming brandermotor ingeschakeld ontsteking in vlam aanwezig fasen werkingsverloop 1 geen spanning 2 spanningsvoeding aanwezig geen warmteverzoek 3 warmteverzoek sproeierlijnverwarming ingeschakeld 4 voorventilatie motor ingeschakeld ontsteking ingeschakeld 4 parasietlichtbewaking 5 branderstart magneetventiel open vlamvorming veiligheidstijd 05/2011 art nr 4200 1036 9400a 6 vlam aanwezig naontstekingstijd 7 branderwerking 8 einde van het warmteverzoek magneetventiel sluit brander stopt 9 stand-by 5

[close]

p. 6

functie aansluitschema aansluitsokkel afstandsontgrendeling sproeierlijnverwarming stroomvoeding l1 aarde vlamcontrole stekker nr klem brandermotor magneetventiel ontsteking aanduiding storing stekker nr klem klem 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 benaming aarde signaal vlamdoofveiligheid fase signaal afstandsontgrendeling fase fase sproeierlijnverwarming/vrijgavecontact aarde neutraal fase aarde neutraal aarde stekker nr 11 20 25 6 klem 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 benaming fase brandermotor aarde neutraal l1 magneetventiel netaansluiting aarde neutraal neutraal fase onstekingstransformator aarde stekker nr 4 1 5 10 21 fase storingsaanduiding neutraal 6 05/2011 art nr 4200 1036 9400a

[close]

p. 7

functie oliebranderpomp as47d de gebruikte oliebranderpomp is een zelfaanzuigende tandwielpomp die als tweestrengenpomp via een ontluchtingsfilter moet worden aangesloten in de pomp zijn aanzuigfilters en oliedrukregelaars ingebouwd vóór de inbedrijfstelling moeten manometers voor druk 4 en onderdrukmetingen 5 worden gemonteerd 1 aanzuigaansluiting 2 retouraansluiting 3 drukaansluiting 4 manometeraansluiting oliedruk 5 manometeraansluiting onderdruk 6 oliedrukregeling 10 y1 elektrische aansluiting magneetventiel oliemagneetventiel nl bfp21l3 05/2011 art nr 4200 1036 9400a 7

[close]

p. 8

montage montage van de brander montage van de brander de branderflens 3 is uitgerust met langgaten en kan voor een gatdiametervan 150 184 mm worden gebruikt deze maten zijn conform en 226 door verschuiven van buissteun 2 op de branderbuis kan de insteekdiepte van het mengtoestel aangepast worden aan de respectievelijke afmetingen van de verbrandingsruimte de insteekdiepte blijft bij het in en uitbouwen onveranderd door buissteun 2 wordt de brander aan de aansluitflens en dus aan de ketel bevestigd de verbrandingsruimte wordt hierdoor dicht afgesloten inbouwdiepte van de branderbuis en inmetselen bij verwarmers zonder gekoelde voorwand is in zoverre de ketelfabrikant geen andere opgave doet een gemetselde bekleding of een isolatie 5 zoals hiernaast afgebeeld noodzakelijk het inmetselen mag de voorkant van de vlambuis niet overlappen en moet met niet meer dan 60° conisch toelopen de luchtspleet 6 moet worden opgevuld met een elastisch onbrandbaar isolatiemateriaal inbouwen · aansluitflens 3 met bouten 4 aan de ketel bevestigen · buissteun 2 op de branderbuis monteren en met bout 1 bevestigen bout 1 met een aantrekmoment van max 6 nm vastdraaien · brander enigszins draaien in de flens brengen en met bout 5 bevestigen uitbouwen · bout 5 losdraaien · brander uit de bajonetsluiting draaien en uit de flens trekken voor een de brander in montage van positie omgekeerde moet ook de weergave worden omgekeerd hiertoe houdt u als de brander onder spanning staat de toetsen bp1 en bp2 tegelijk ingedrukt tot u de verandering constateert dit is alleen mogelijk als de brander is gestopt roofgasafvoersysteem om eventuele geluidshinder te voorkomen dient bij de verbinding van de ketel met het rookgaskanaal het gebruik van aansluitstukken met een rechte hoek te worden vermeden bij ketels met omkeerverbranding moet rekening gehouden worden met de minimale insteekdiepte a van de vlambuis conform opgave van de ketelfabrikant peilglaskoeling het branderhuis kan voorzien worden van een r1/8 aansluiting voor de opname van een leiding voor peilglaskoeling van de ketel · hiervoor gietrand 6 doorboren en 1/8 schroefdraad snijden voor aansluitnippel en verbindingsslang toebehoor art nr 12 056 459 gebruiken 8 05/2011 art nr 4200 1036 9400a

[close]

p. 9

montage elektrische aansluiting olieaansluiting het installeren van de elektra en de aansluitwerkzaamheden mogen uitsluitend worden uitgevoerd door een erkend elektricien hierbij dienen de geldende voorschriften en richtlijnen in acht te worden genomen elektrische aansluiting · controleer of de netspanning eenfasig 230 v 50 hz is met neutraal en aarde zekering op de ketel 10 a elektrische stekkerverbindingen de brander moet van het net gescheiden kunnen worden met een omnipolair uitschakeltoestel de brander en de verwarmer ketel worden via een zevenpolige wieland steker 1 niet meegeleverd met elkaar verbonden de diameter van de op deze steker aangesloten kabel moet absoluut tussen 8,3 en 11 mm liggen nl olieaansluiting de olieaansluiting moet lopen via een ontgassingsfilter dit filter zo zijn geplaatst dat de slangen correct liggen de slangen mogen niet zijn afgeknepen de gebruikte olieleidingen moeten van kopen buis dn6 of dn8 zijn gemaakt ch olieleiding van polyamide din 16773 voor de grenswaarden van de aanzuiglengten en -hoogten zie de richtlijn voor het realiseren en dimensioneren van installaties met aanzuiging deze richtlijn maakt integraal deel uit van de basisplanning van elco het olieaansluiting voor het garanderen van de bedrijfsveiligheid van de installatie is de zorgvuldige installatie van de olietoevoer met in achtname van de plaatselijke voorschriften vereist aanzuigflter mag zich niet minder dan 5 cm van de bodem van een vierkant reservoir bevinden en niet minder dan 10 cm van een cilindrisch reservoir letten op · max druk bij de ingang van de pomp 1,5 bar · max aanzuigvacuüm aan de pomp 0,4 bar · vóór de inbedrijfstelling vult u de olieleidingen en controleert u de dichtheid ervan 05/2011 art nr 4200 1036 9400a 9

[close]

p. 10

inbedrijfstelling controles vóór de inbedrijfstelling instelgegevens controle van het mengtoestel controles vóór de inbedrijfstelling vóór de inbedrijfstelling moeten de volgende punten worden gecontroleerd · montage van de brander volgens de bijgeleverde handleiding · voorinstelling van de brander conform opgave insteltabel · instelling van het mengtoestel · de warmtebron moet klaar voor inbedrijfstelling gemonteerd zijn de voorschriften voor de werking van de warmtebron moeten worden opgevolgd · alle elektrische aansluitingen moeten correct uitgevoerd zijn · de warmtebron en het verwarmingssysteem zijn met water gevuld de circulatiepompen zijn in werking de temperatuurregelaar drukregelaar droogloopbeveiliging en andere eventueel aanwezige beveiligende begrenzingsvoorzieningen moeten correct aangesloten zijn en functioneren de rookgaswegen moeten vrij zijn en de secundaire-luchtvoorziening indien aanwezig moet in werking zijn voldoende toevoer van verse lucht moet gewaarborgd zijn het verzoek om warmte moet aanwezig zijn · de brandstofopslagtanks moeten gevuld zijn · de brandstofleidingen moeten vakkundig gemonteerd en ontlucht zijn en op lekkages gecontroleerd zijn · een meetplaats volgens de normen voor de meting van rookgas moet aanwezig zijn het rookgastraject tot en met de meetplaats moet dicht zijn zodat de meetresultaten niet worden vervalst door valse lucht · · · · brander brandervermogen oliedebiet kw kg/h 80 6,7 8,4 11,8 11,8 13,5 15,2 sproeier danfoss pompg ph druk 45°s bar 1,65 12 2,25 3,00 3,00 3,50 4,00 11 11 11 11 11 maat y mm 10 15 20 20 20 35 luchtregeling schaalwaarde 10 40 70 50 60 90 vl2.140 100 140 140 160 180 vl2.200 de instelgegevens hierboven zijn basisinstellingen de gegevens van de fabrieksinstelling zijn vet omlijnd en op een grijze ondergrond in het normale geval is met deze instelling de inbedrijfstelling mogelijk van de brander controleer in alle gevallen zorgvuldig de instelwaarden in het algemeen moeten afhankelijk van de installatie correcties worden aangebracht controle van het mengtoestel · ontstekingskabel aan trafozijde plaatsen · sproeiertoevoerleiding losmaken · de drie dekselbouten w losdraaien · deksel verwijderen en mengtoestel eruit trekken · sproeiermaat controleren zo nodig conform bovenstaande tabel vervangen · instelling van het ontstekingselektrodenblok en de stuwschijf controleren en zo nodig instellen · afstand sproeier/stuwschijf controleren en zo nodig bijstellen instellingen verbrandingskop de instelwaarden van de verbrandingskop afstand sproier deflector maat b afstand sproier ontstekingselektroden maat c kunnen naar schema worden gecontroleerd beide maten zijn in de fabriek vooraf ingesteld een instelring zorgt voor de juiste instelling van maat b bij het terugplaatsen van de stuwschijf na een onderhoud of sproeiervervanging kan deze tegen de instelring 5 pnieuw juist gemonteerd worden vl 2.140 vl 2.200 b 5 5 c 7 5 d 5 5 e 3 3 10 05/2011 art nr 4200 1036 9400a

[close]

p. 11

inbedrijfstelling luchtregeling luchtregeling de regeling van de verbrandingslucht gebeurt op twee plaatsen · aan drukzijde via de spleet tussen stuwschijf en branderbuis · aan aanzuigzijde via de handmatig met de regelknop instelbare luchtklep de luchtregeling in de branderkop beïnvloedt behalve de luchthoeveelheid ook de mengzone en de luchtdruk in de branderbuis verdraai schroef a naar de rechterkant meer lucht naar de linkerkant minder lucht · maat y instellen volgens de insteltabel nl luchtregeling via luchtklep de luchtregeling aan aanzuigzijde geschiedt via een luchtklep deze wordt met een regelknop 103b ingesteld 05/2011 art nr 4200 1036 9400a 11

[close]

p. 12

inbedrijfstelling de brander inregelen oliedrukregeling werkingscontrole brander starten vóór de start van de brander olie met de handpomp aanzuigen tot het filter volledig gevuld is vervolgens brander starten door het inschakelen van de ketelregelaar om de olieleiding tijdens de voorventilatiefase volledig te ontluchten de ontluchtingsbout op het oliefilter openen hierbij mag de onderdruk niet lager zijn dan 0,4 bar als de olie zonder gasbellen uitstroomt en het filter volledig met olie gevuld is ontluchtingsschroef sluiten 2 en roetemissies controleren bij co-vorming verbrandingswaarden optimaliseren cogehaltes mogen 50 ppm niet overschrijden explosiegevaar!continu co co tijdens het inregelen instelling brandervermogen · via de drukregelaar de oliedruk overeenkomstig het gewenste brandervermogen instellen hierbij continu de verbrandingswaarden controleren co co2 roettest indien nodig luchthoeveelheid aanpassen zo nodig stap voor stap verbrandingswaarden optimaliseren zo nodig verbrandingswaarden via instelling van de stuwschijfstand maat y optimaliseren hierdoor kunnen startgedrag pulsatie en verbrandingswaarden worden beïnvloed bij reductie van de schaalwaarde y stijgt de co2-waarde het startgedrag wordt echter harder indien nodig luchthoeveelheidwijziging door aanpassing van luchtklepstand compenseren let op minimaal noodzakelijke rookgastemperatuur in acht nemen volgens opgave van de ketelfabrikant en overeenkomstig eisen rookgaswegen ter voorkoming van condensatie as47d bfp21l3 oliedrukregeling de oliedruk en daarmee het brandervermogen wordt met de oliedrukregelaar 6 in de pomp ingesteld draaien naar rechts drukverhoging links drukverlaging ter controle moet op manometeraansluiting 4 een manometer worden aangesloten schroefdraad r1/8 onderdrukcontrole de vacuümmeter voor de onderdrukcontrole moet op aansluiting 5 worden aangesloten r1/8 hoogst toegestane onderdruk 0,4 bar bij een hogere onderdruk verdampt de stookolie waardoor krassende geluiden in de pomp ontstaan en de pomp schade oploopt pompfilter reinigen het filter bevindt zich onder het pompdeksel om het te reinigen moet na het losdraaien van de schroeven het deksel worden gedemonteerd · pompdekselafdichting controleren en zo nodig vervangen 1 2 3 4 5 6 10 y1 aanzuigaansluiting retouraansluiting drukaansluiting manometeraansluiting oliedruk manometeraansluiting onderdruk oliedrukregeling elektrische aansluiting magneetventiel oliemagneetventiel werkingscontrole een veiligheidstechnische controle van de vlambewaking moet zowel bij de eerste inbedrijfstelling als ook na revisies of langere stilstand van de installatie worden uitgevoerd startpoging met verduisterde vlamdoofveiligheid na het einde van de beveiligingstijd moet de branderautomaat op storing schakelen starten met verlichte vlamdoofveiligheid na 10 seconden voorventilatie moet de verbrandingsautomaat op storing schakelen 12 normale start als de brander in bedrijf is vlamdoofveiligheid verduisteren na nieuwe start en nieuw einde van de veiligheidstijd moet de verbrandingsautomaat op storing schakelen 05/2011 art nr 4200 1036 9400a

[close]

p. 13

service onderhoud onderhoudswerkzaamheden aan de ketel en brander mogen uitsluitend door een erkende verwarmingsmonteur worden uitgevoerd om een jaarlijkse uitvoering van de onderhoudswerkzaamheden te waarborgen wordt het afsluiten van een onderhoudscontract aanbevolen afhankelijk van het type van de installatie kunnen kortere onderhoudsintervallen nodig zijn · vóór onderhouds en schoonmaakwerkzaamheden de elektrische voeding uitschakelen · originele vervangingsonderdelen gebruiken in het kader van het jaarlijks onderhoud aan de brander aanbevolen werkzaamheden test van de brander meting bij aankomst in de verwarmingsruimte reinigen van het mengtoestel en zo nodig defecte onderdelen vervangen ventilatorwiel en ventilator reinigen en pompkoppeling controleren controle van de sproeier vervangen indien nodig controle of vervangen van de oliefilters pomp leiding visuele controle van de olieslangen vervangen indien nodig visuele controle van de elektrische componenten van de brander controle van het mengtoestel · verwijder de fotocel b3 · de drie dekselbouten w losdraaien · mengtoestel eruit trekken · sproeiermaat controleren zo nodig conform tabel pagina 10 vervangen · instelling van het ontstekingselektrodenblok en de stuwschijf controleren en zo nodig instellen · afstand sproeier/stuwschijf controleren en zo nodig bijstellen aanwezige schades herstellen branderstart controleren bij werkende brander oliedruk en vacuüm controleren test van de werking van de vlambewaker en van de branderautomaat correctie van de instelwaarden indien nodig meetprotocol opstellen algemene controles controle van de werking van de noodstopschakelaar visuele controle van de in de verwarmingsruimte aanwezige olieleidingen nl reiniging ventilatiewiel · toestelplaat verwijderen en in serviestand inhangen zie afbeelding · ventilatiewiel verwijderen en reinigen zo nodig vervangen en in omgekeerde volgorde weer in elkaar zetten montage van de turbine bij het vervangen van de motor of van de turbine raadpleegt u het plaatsingsschema hiernaast de binnenste flens a van de turbine moet op een lijn zijn met de plaat b steek een liniaal tussen de schoepen van de turbine en breng a en b op gelijke hoogte zet de puntschroef vast op de turbine 05/2011 art nr 4200 1036 9400a 13

[close]

p. 14

service onderhoud vervangen van de vlambuis voor dit proces is het noodzakelijk om de brander uit te bouwen · klembout van aansluitflens losdraaien · brander uit de bajonetsluiting draaien iets optillen en uit de aansluitflens trekken · brander op de vloer leggen · de 4 bouten x van de vlambuis losdraaien · vlambuis naar voren eruit trekken · vlambuis inbouwen en bevestigen reinigen van de kap · geen chloorhoudende of schurende middelen gebruiken · kap met water en een schoonmaakmiddel schoonmaken · kap weer monteren belangrijk na iedere ingreep de verbrandingswaarden in de normale bedrijfsomstandigheden controleren deuren gesloten kap gemonteerd enz de gemeten waarden moeten worden genoteerd op de formulieren van de verbrandingskamer controle van de rookgastemperatuur · regelmatig de rookgastemperatuur controleren · ketel reinigen als de rookgastemperatuur de waarde van de inbedrijfstelling met meer dan 30 °c overschrijdt · om de controle te vereenvoudigen een rookgasthermometer gebruiken vlambuis kan heet zijn filter vervangen · het filterelement van het multiblok moet ten minste één keer per jaar gecontroleerd en bij verontreiniging vervangen worden · bouten van het filterdeksel op het multiblok losdraaien · het filterelement verwijderen en de houder reinigen · geen onder druk staand schoonmaakmiddel gebruiken · het filterelement vervangen door een nieuw element · deksel weer vastschroeven · handmatige afsluiter weer openen · op lekkages controleren · verbrandingswaarden controleren reiniging van de luchtaanzuigkast · bevestigingsbouten v van luchtaanzuigkast eruit draaien · luchtaanzuigkast verwijderen en reinigen en in omgekeerde volgorde weer in elkaar zetten · op de correcte stand van luchtklep en servo-aandrijving letten 14 05/2011 art nr 4200 1036 9400a

[close]

p. 15

service storingen verhelpen oorzaken en verhelpen van storingen bij storingen moeten eerst de basisvoorwaarden voor een goede werking worden gecontroleerd 1 is er stroom aanwezig 2 is er stookolie in de tank 3 staan alle afsluitkranen open 4 zijn alle regel en veiligheidstoestellen zoals ketelthermostaat droogloopbeveiliging eindschakelaar etc ingesteld als de storing na controle van de hiervoor genoemde punten niet kan worden verholpen test dan de met de afzonderlijke branderonderdelen samenhangende functies de veiligheidsonderdelen mogen niet worden gerepareerd maar dienen te worden vervangen door onderdelen met hetzelfde nummer gebruik alleen originele onderdelen van de fabrikant voor onderhouds en reinigingswerkzaamheden de stroom uitschakelen na elke ingreep de verbrandingswaarden onder werkingsomstandigheden controleren deur van stookruimte gesloten kap gemonteerd enz meetwaarden in documenten verwarmingsruimte noteren a4 scherm bp1 drukknop 1 opvraging storingscode bp2 drukknop 2 opvraging waarden nl symbool storing geen aanvraag naar warmte oorzaak thermostaten defect of ontregeld verhelpen thermostaten instellen of vervangen brander start niet na thermostaatuitschakeling er is geen storingsmelding op de branderautomaat brander start bij inschakeling heel kort en schakelt uit geen of te lage netspanning storing van de automaat automaat werd opzettelijk vergrendeld oorzaak van te lage spanning of van stroomonderbreking opsporen de automaat vervangen automaat weer ontgrendelen brander start en schakelt na voorventilatie uit parasietlicht bij voorventilatie voorontstekingsfase ontstekingsvonken controleren/elektrode instellen/vervangen oliemagneetventiel controleren/vervangen brander start en schakelt na openen van de magneetventielen uit geen vlam na afloop van de veiligheidstijd oliepeil in de tank controleren tank eventueel bijvullen ventielen openen oliedruk en werking van de pomp koppeling filter magneetventiel controleren ontstekingscircuit elektrode-instelling controleren elektroden reinigen/vervangen vlamdoofveiligheid reinigen/vervangen indien nodig volgende onderdelen vervangen ontstekingselektroden/ontstekingskabel ontstekingstrafo/sproeier/pomp magneetventiel/branderautomaat vlamuitval tijdens de werking vlam dooft tijdens de werkingsfase 05/2011 art nr 4200 1036 9400a 15

[close]

Comments

no comments yet

YOUBLISHER
About
What Others Say
Sitemap
Impressum

PUBLISHERS
Login
Signup
Tutorials
FAQ
Support

BUSINESS
Overview
Advertising
Support

DEVELOPERS
API

LEGAL
Report a Copyright Violation
Copyright FAQ
Terms of Use
Privacy Policy