BA - VG2.140/200 (EN-NL)

 

Embed or link this publication

Description

Operating instructions

Popular Pages


p. 1

vg 2.140 vg 2.200 originele bedieningshandleiding voor de gespecialiseerde vakman aangeblazen gasbrander 2-18 original operating instructions for specialist installation engineers gas burners 19-35 nl en de fr it 4200 1036 9900 4200 1036 9800 04/2011 art nr 4200 1037 0000a

[close]

p. 2

overzicht inhoudsopgave overzicht functie inhoudsopgave 2 belangrijke aanwijzingen 2 branderbeschrijving 3 werkings veiligheidsfunctie 4 branderautomaat 5 aansluitschema aansluitsokkel 6 gasblok mb-dle 7 montage van de brander 8 gasstraat controle/instelling van de branderkop 9 gasaansluiting elektrische aansluiting 10 controles vóór de inbedrijfstelling 10 instelgegevens 11 luchtregeling 12 instelling compacte gaseenheid mb-dle 13 instelling luchtpressostaat 14 instelling gaspressostaat werkingscontrole 14 onderhoud 15-16 storingen verhelpen 17 aanduiding onderhoudsinterval 18 conformiteitsverklaring voor gasbranders wij gecertificeerd bedrijf onder nr aqf030 f-74106 annemasse cedex verklaren onder onze enige verantwoordelijkheid dat de producten vg 2.140 vg 2.200 in conformiteit zijn met de volgende normen en 50165 en 55014 en 60335-1 en 60335-2-102 en 60555-2 en 60555-3 en 676 belgisch koninklijk besluit van 08/01/2004 deze producten dragen het ce-keur conform de bepalingen van de volgende richtlijnen 2006 42/ce machinerichtlijn 2004/108/ce emc-richtlijn 2006 95/ce laagspanningsrichtlijn 92 42/cee rendementsrichtlijn annemasse 25 maart 2011 m sponza montage inbedrijfstelling service belangrijke aanwijzingen de branders vg 2.140/200 zijn ontworpen voor de verbranding van aardgas en van propaangas met geringe uitstoot van luchtverontreiniging de branders stemmen qua opbouw en functie overeen met en 676 ze zijn geschikt voor de uitrusting van alle verwarmers conform en 303 resp heteluchtverwarmers conform din 4794 of din 30697 binnen hun vermogensbereik voor iedere andere vorm van gebruik is toestemming vereist van elco installatie inbedrijfstelling en onderhoud mogen uitsluitend door erkende vaklui worden uitgevoerd waarbij de geldende richtlijnen en voorschriften in acht dienen te worden genomen branderbeschrijving de branders vg 2.140/200 zijn apparaten uit één stuk met een trap en een geheel automatische werking de speciale constructie van de branderkop een bijzonder stikstofarme verbranding met een hoge rendementsindex mogelijk de typegoedkeuring in klasse 3 volgens en676 certificeert het behalen van de laagste emissiewaarden waardoor wordt voldaan aan de nationale milieuvoorschriften at kfa 1995 fav 1997 ch lrv 2005 de 1.bimschv afhankelijk van de afmetingen en belasting van de verbrandingsruimte en van het verbrandingssysteem driekanaalsketel omkeervlamketel kunnen afwijkende emissiewaarden worden bereikt voor de opgave van garantiewaarden moeten de voorwaarden voor het meettoestel toleranties en luchtvochtigheid in acht worden genomen leveromvang in de verpakking van de brander bevinden zich 1 gasaansluitflens 1 compacte gasarmatuur met gasfilter 1 branderflens met isolatiering 1 zak met bevestigingsonderdelen 1 tas technische documentatie voor een veilige milieuvriendelijke en energiebesparende werking moeten de volgende normen in acht worden genomen en 226 aansluiten van olie en gasbranders met ventilator aan warmtebron en 60335-1 -2-102 veiligheid van elektrische huishoudelijke apparaten bijzondere regels voor gastoestellen gasleidingen voor de installatie van de gasleidingen en gasblokken moet men zich houden aan de algemene voorschriften en richtlijnen alsmede aan de volgende nationale reglementen ch instructies g1 van de ssige formulier ekas n°1942 richtlijn vloeibaar gas deel 2 instructies van de kantonnale instanties bijvoorbeeld de richtlijn over de hoofdkraan de dvgw-tvr/trgi montageplaats de brander mag niet in ruimten met agressieve dampen bijv haarspray perchloorethyleen tetrachloorkoolstof veel stof of een hoge luchtvochtigheid bijv waskeuken in bedrijf worden gesteld in zoverre er voor de luchtverzorging geen las-aansluiting aanwezig is moet een opening voor luchttoevoer aanwezig zijn met de tot 50 kw 150 cm2 voor elke volgende kw 2,0 cm2 ch qf [kw x 6 cm2 min echter 150 cm2 plaatselijke voorschriften kunnen leiden tot afwijkingen voor schade om de volgende redenen ontstaan sluiten wij garantie uit ondeskundig gebruik foutieve montage resp reparatie door de koper of derden inclusief gebruik van onderdelen van vreemde herkomst overdracht en gebruiksaanwijzing de installateur van de verbrandingsinstallatie dient de exploitant van de installatie uiterlijk bij de overdracht een gebruiks en onderhoudsaanwijzing te overhandigen deze dient in de plaatsingsruimte van de verwarmer duidelijk zichtbaar te worden opgehangen adres en telefoonnummer van de dichtstbijzijnde klantenservice dient hierop te worden ingevuld aanwijzing voor de exploitant de installatie moet ten minste één keer per jaar door een gespecialiseerde vakman worden geïnspecteerd afhankelijk van het type van de installatie kunnen kortere onderhoudsintervallen nodig zijn om regelmatig onderhoud te waarborgen wordt het afsluiten van een onderhoudscontract aanbevolen 2 04/2011 art nr 4200 1037 0000a

[close]

p. 3

overzicht branderbeschrijving nl a1 a4 branderautomaat display en bedieningseenheid bedekt f6 luchtdrukbewaker m1 ventilatormotor t1 ontsteker 3 knop voor het afstellen van maat y 4 sluiterschijf voor propaangas 5 branderhuis 6 bevestiging van de basisplaat onderhoud 8 branderbuis 10 7-polige aansluiting 16 gasblokaansluitflens 18 branderkap 19 ontgrendelingsknop 20 bevestigingsschroef van de kap 103b luchtregeling 113 luchtkast 04/2011 art nr 4200 1037 0000a 3

[close]

p. 4

functie werkingsfunctie veiligheidsfunctie werkingsfunctie bij de eerste in bedrijfstelling na stroomuitval of het in werking komen van de beveiliging na een onderbreking van de gastoevoer of na stilstand van 24 uur begint een voorventilatietijd van 24 sec tijdens de voorventilatie wordt de luchtdruk bewaakt de verbrandingskamer bewaakt om eventuele vlamsignalen te ontdekken na afloop van de voorventilatietijd wordt de ontsteking bijgeschakeld de hoofd en veiligheidsmagneetklep geopend de brander gestart bewaking de vlam wordt bewaakt door een ionisatiesonde de sonde is geïsoleerd op de gaskop gemonteerd en voert door de stuwschijf naar de vlamzone de sonde mag geen elektrisch contact met geaarde onderdelen maken als er tussen sonde en brandermassa kortsluiting optreedt schakelt de brander op storing tijdens de werking van de brander ontstaat er in de gasvlam een geïoniseerde zone waardoor een gelijkgerichte stroom van de sonde naar de branderbuis stroomt de ionisatiestroom in de 2e trap moet groter zijn dan 7 µa veiligheidsfuncties als zich bij de start van de brander gasvrijgave geen vlam vormt dan wordt na afloop van de veiligheidstijd van max 3 seconden de brander uitgeschakeld de gasklep sluit bij vlamuitval tijdens de werking wordt de gastoevoer binnen één seconde onderbroken een nieuwe start begint als de brander start gaat de werkingscyclus verder anders komt de veiligheid in werking als er te weinig lucht is tijdens de voorventilatie of tijdens de werking komt de veiligheid in werking als er te weinig gas is komt de brander niet in werking en/of stopt hij zodra er weer voldoende gasdruk aanwezig is start de brander weer als de regeling stopt de thermostaat van de regeling onderbreekt het verzoek om verwarming de gasventielen sluiten de vlam dooft de brander is gereed om te werken f4 f6 y12 y13 1 gasdrukbewaker luchtdrukbewaker veiligheidsmagneetklep hoofdelektroklep thermische veiligheidsklep door de installateur te installeren 104 gasdrukregelaar 106 zeef 108 gasonderbrekingsklep door de installateur te installeren 119pbrmeetpunt gasdruk bij de uitgang van de klep 119.1meetpunt gasdruk voor de kleppen 119.2meetpunt luchtdruk compact gasblok nb ch volgens de instructies van de ssige is het verplicht een veiligheidsgasklep nr 1 in de leiding te installeren nb de volgens de standaard verordening voor verbrandingsruimtes moeten op locaties met gasbranders bovendien een thermisch in werking tredende afsluiter worden gebruikt nr 1 4 04/2011 art nr 4200 1037 0000a

[close]

p. 5

functie branderautomaat tcg 1xx de knop r veroorzaakt indrukken tijdens 1 seconde ontgrendelen van de automaat 2 seconden vergrendelen van de automaat 9 seconden wissen van de statistieken van de automaat a4 scherm bp1 drukknop 1 opvraging storingscode bp2 drukknop 2 opvraging waarden symbool naam wacht op warmteverzoek wacht op luchtpressostaat bij branderstart brandermotor ingeschakeld ontstekingstranformator ingeschakeld vlam aanwezig de gasbranderautomaat tcg 1xx stuurt en bewaakt de aangeblazen brander door het microprocessorgestuurde programmaverloop worden uiterst stabiele tijden bereikt die onafhankelijk zijn van schommelingen in netspanning en omgevingstemperatuur de branderautomaat is berekend op onderspanning daardoor komt de werking van de installatie ook bij hevige spanningsdalingen niet in gevaar als de netspanning onder de vereiste minimumwaarde ligt schakelt de automaat uit zonder storingssignaal nadat weer een normale spanning is bereikt start de automaat weer automatisch vergrendeling en ontgrendeling de automaat kan via de ontstoringsknop r worden vergrendeld in storingstoestand gebracht en worden ontgrendeld uit storingstoestand gehaald op voorwaarde dat netspanning voorhanden is aan de automaat voor het in of uitbouwen van de automaat moet het apparaat spanningsvrij worden gemaakt de automaat mag niet geopend of gerepareerd worden nl 1 2 3 geen spanning elektrische voeding aanwezig geen verzoek om verwarming verzoek om verwarming controle van de ruststand van de luchtdrukbewaker 4 5 5 motor gevoed controle van de luchtdruk voorventilatie voorontsteking activering van de vreemd lichtbewaking 6 7 8 9 10 vlamvorming veiligheidstijd tijd van de naontsteking werking stoppen van de brander stoppen van de regeling 5 04/2011 art nr 4200 1037 0000a

[close]

p. 6

functie aansluitschema aansluitsokkel vlamcontrole afstandsontgren deling gaspressostaat luchtpressostaat stroomvoeding l1 aarde stekker nr klem ontste brandermotor display storing magneetventiel aarde stekker nr klem klem 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 benaming signaal vlamdoofveiligheid neutraal fase signaal afstandsontgrendeling fase fase signaal gaspressostaat signaal luchtpressostaat fase fase aarde neutraal aarde stekker nr 11 20 8 10 6 klem 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 benaming fase onstekingstransformator neutraal fase brandermotor aarde neutraal neutraal fase display storing fase veiligheidsventiel neutraal aarde fase hoofdgasventiel aarde stekker nr 5 4 21 1 6 04/2011 art nr 4200 1037 0000a

[close]

p. 7

functie gasblok mb-dle het compacte gasblok mb-dle met ingebouwde gasdrukregelaar is bestemd voor gasbranders met geforceerde luchttoevoer met een snelheid het compacte gasblok draagt de goedkeuring ce 0085 ap3156 technische gegevens ingangsdruk omgevingstemperatuur spanning opgenomen vermogen beschermingsindex gasaansluiting 13-360 mbar -15 tot +60°c 230 v 50 hz 46 w ip54 rp 3/4 nl werking door het onder spanning zetten van de magneetspoelen openen de kleppen y12 en y13 de klepzetels zijn tegen vuil beschermd door een stroomopwaarts geplaatst zeefje de ingebouwde drukregelaar regelt de gewenste uitgangsdruk de benodigde instelwaarden voor de gasdrukbewaker de gasdrukregelaar de startgasdruk kunnen met schroeven worden ingesteld de ingangs en uitgangsdrukken kunnen worden gemeten op de drukaansluitingen f4 drukschakelaar instelschroef onder de kap y12 veiligheidsklep y13 hoofdklep 2 elektrische aansluiting van de kleppen 8 inlaatflens 9 elektrische aansluiting van de drukschakelaar 104/c instelschroef van de drukregelaar 106 gasfilter 119 meetpunt gasingangsdruk 119pbr meetpunt gasuitgangsdruk 04/2011 art nr 4200 1037 0000a 7

[close]

p. 8

montage montage van de brander montage van de brander de branderflens 3 is uitgerust met langgaten en kan voor een gat van 150 184mm worden gebruikt deze maten voldoen aan en 226 door verschuiven van buizensteun 2 op de branderbuis kan de insteekdiepte van het mengtoestel aangepast worden aan de afmetingen van de verbrandingsruimte de insteekdiepte bij het in en uitbouwen ongewijzigd door de buizensteun 2 wordt de brander op de aansluitflens en dus aan de ketel bevestigd de verbrandingsruimte wordt hierdoor dicht afgesloten inbouwen · aansluitflens 3 met bouten 4 aan de ketel bevestigen · buizensteun 2 op branderbuis monteren en met bout 1 bevestigen bout 1 met een aantrekmoment van max 6 nm vastdraaien · brander enigszins draaien in de flens invoeren en met bout 5 bevestigen uitbouwen · bout 5 losdraaien · brander uit de bajonetsluiting draaien en uit de flens trekken inbouwdiepte van de branderbuis en inmetselen bij verwarmers zonder gekoelde voorwand is in zoverre de ketelfabrikant geen andere opgave doet een gemetselde bekleding of een isolatie 5 zoals hiernaast afgebeeld noodzakelijk het inmetselen mag de voorkant van de vlambuis niet overlappen en moet met niet meer dan 60° conisch toelopen de luchtspleet 6 moet worden opgevuld met een elastisch onbrandbaar isolatiemateriaal voor een montage van in omgekeerde positie de brander moet ook de weergave worden omgekeerd hiertoe houdt u als de brander onder spanning staat de toetsen bp1 en bp2 tegelijk ingedrukt tot u de verandering constateert dit is alleen mogelijk als de brander is gestopt roofgasafvoersysteem om eventuele geluidshinder te voorkomen dient bij de verbinding van de ketel met het rookgaskanaal het gebruik van aansluitstukken met een rechte hoek te worden vermeden bij ketels met omkeerverbranding moet rekening gehouden worden met de minimale insteekdiepte a van de vlambuis conform opgave van de ketelfabrikant peilglaskoeling het branderhuis kan met een r1/8 aansluiting voor de opname van een leiding voor de peilglaskoeling van de ketel worden voorzien · hiervoor gietrand 6 doorboren en 1/8 schroefdraad snijden voor aansluitnippel en verbindingsslang toebehoor art nr 12 056 459 gebruiken 8 04/2011 art nr 4200 1037 0000a

[close]

p. 9

montage gasstraat controle/instelling van de branderkop montage van de gasarmatuur · controleren of ringafdichting j1 aanwezig is en correct op de flens ligt · gasarmatuur rechts of links met spoelen in bovenste verticale stand bevestigen · let op de circulatierichting · aansluitkabel voor gasarmatuur door slangbeugelklem 7 geleiden en bij gasarmatuur aansluiten nl controle van het mengtoestel · de drie dekselbouten w losmaken · deksel verwijderen · contramoer e van de gasbuissteun losmaken · borgbout losmaken · mengtoestel eruit trekken instelling op vloeibaar-gaswerking brander vg 2.140 · steungaskap 3 en stuwschijf 4 demonteren · tussenstuk 5 bij behuizing geleverd monteren stuwschijf 4 zonder steungaskap 3 weer monteren instelling op vloeibaar-gaswerking brander vg 2.200 · steungaskap 3 en stuwschijf 4 demonteren · tussenstuk 5 bij behuizing geleverd monteren · stuwschijf 4 en steungaskap 3 weer monteren vg 2.140 vg 2.140 vg 2.200 vg 2.120 vg 2.200 controle van het mengtoestel · instelling van de ionisatiesonde en de ontstekingssonde volgens afbeeldingen controleren 04/2011 art nr 4200 1037 0000a 9

[close]

p. 10

montage gasaansluiting elektrische aansluiting controles vóór de inbedrijfstelling algemene voorschriften voor gasverzorging · de aansluiting van de gasarmatuur op het gasnet mag alleen door een erkend vakman worden uitgevoerd · de diameter van de gasleiding moet zo vormgegeven zijn dat de voorgeschreven gasstroomdruk niet onderschreden wordt · vóór de gasarmatuur moet een handbediende gaskraan niet meegeleverd worden gemonteerd · in duitsland moet volgens voorbeeldverbrandingsverordening bovendien een thermisch in werking tredende afsluiter door de klant te installeren worden gebruikt bij de inbedrijfstelling van de brander wordt de installatie gelijktijdig onder verantwoording van de installateur of zijn zaakwaarnemer afgenomen alleen hij kan waarborgen dat de installatie overeenstemt met de normen en voorschriften de installateur moet erkend zijn en de installatie op lekkages gecontroleerd en ontlucht hebben het installeren van de elektra en de aansluitwerkzaamheden mogen uitsluitend worden uitgevoerd door een erkend elektricien hierbij dienen de geldende voorschriften en richtlijnen in acht te worden genomen houd u stipt aan de geldende voorschriften en richtlijnen en aan het bij de brander geleverd elektrische schema elektrische aansluiting · controleer of de netspanning eenfasig 230 v 50 hz is met neutraal en aarde zekering op de ketel 10 a elektrische stekkerverbindingen de brander moet van het net gescheiden kunnen worden met een omnipolair uitschakeltoestel de brander en de verwarmer ketel worden via een zevenpolige steker wieland 1 niet meegeleverd met elkaar verbonden de diameter van de op deze steker aangesloten kabel moet absoluut tussen 8,3 en 11 mm liggen aansluiting gasarmatuur aansluiting van de gasarmatuur op de zich op de brander bevindende stekkers zwart op zwart grijs op grijs maken controles vóór de inbedrijfstelling vóór de inbedrijfstelling moeten de volgende punten worden gecontroleerd · montage van de brander volgens de bijgeleverde handleiding · voorinstelling van de brander conform opgave insteltabel · instelling van het mengtoestel · de warmtebron moet klaar voor inbedrijfstelling gemonteerd zijn de voorschriften voor het gebruik van de warmtebron moeten worden opgevolgd · alle elektrische aansluitingen moeten correct uitgevoerd zijn · de warmtebron en het verwarmingssysteem zijn met water · · · · · gevuld de circulatiepompen zijn in werking de temperatuurregelaar drukregelaar droogloopbeveiliging en andere eventueel aanwezige beveiligende begrenzingsvoorzieningen moeten correct aangesloten zijn en functioneren de rookgaswegen moeten vrij zijn en de secundaire-luchtvoorziening indien aanwezig moet in werking zijn voldoende toevoer van verse lucht moet gewaarborgd zijn het verzoek om warmte moet aanwezig zijn er moet voldoende gasdruk beschikbaar zijn · de brandstofleidingen moeten vakkundig gemonteerd en ontlucht zijn en op lekkages gecontroleerd zijn · een meetplaats volgens de normen voor de meting van rookgas moet aanwezig zijn het rookgastraject tot en met de meetplaats moet dicht zijn zodat de meetresultaten niet worden vervalst door valse lucht ionisatiestroommeting voor de meting van de ionisatiestroom de steker b10 losmaken en een multimeter met een meetbereik van 0100 µa aansluiten de ionisatiestroom moet groter zijn dan 7 µa het is ook mogelijk om de ionisatiestroomsterkte te raadplegen op het display 10 04/2011 art nr 4200 1037 0000a

[close]

p. 11

inbedrijfstelling instelgegevens pression foyer pf mbar 0,7 0,7 1,3 0,7 0,9 0,9 1,3 brandervermogen maat y kw mm positie luchtklep ° instelling gasklep gasdruk bij de kop pbr mbar mb 412 g20 g25 6 7,5 6,2 13,8 18,5 1,8 5,5 7 2 5,5 7,5 mb 407 g25 8 19,5 2 5,5 7,5 nl g31 5,5 10 1,5 4,5 5,5 vg2.140 80 82 135 80 110 140 185 10 20 30 10 25 20 35 25 25 90 20 60 70 80 g20 6,2 6,5 14 1,8 4,8 7 vg2.200 de instelgegevens hierboven zijn ter indicatie om de inbedrijfstelling te vergemakkelijken de fabrieksinstellingen zijn vet gedrukt op een grijze ondergrond de definitieve instellingen zijn absoluut noodzakelijk om de beste werking van de brander te garanderen de instellingen van vg2.200 gelden voor branders met gemonteerde ring zie pagina 13 na het verwijderen van de ring moet de inregeling van de brander helemaal opnieuw worden uitgevoerd instelling van de gasdrukbewaker · doorzichtig deksel verwijderen · stel de waarde van de gasdruk bij de kop in de 2e trap tijdelijk in 5mbar instelling van de luchtdrukbewaker · doorzichtig deksel verwijderen · tijdelijk instellen op 1 mbar 04/2011 art nr 4200 1037 0000a 11

[close]

p. 12

inbedrijfstelling luchtregeling luchtregeling de regeling van de verbrandingslucht gebeurt op twee plaatsen · aan drukzijde via de spleet tussen de vlammenhaker en branderbuis · aan aanzuigzijde via de handmatig met de regelknop instelbare luchtklep de luchtregeling in de branderkop beïnvloedt behalve de luchthoeveelheid ook de mengzone en de luchtdruk in de branderbuis verdraaien van de schroef a naar links meer lucht naar rechts minder lucht · stel de maat y in conform de insteltabel luchtregeling via luchtklep de luchtregeling aan aanzuigzijde gebeurt via een luchtklep deze wordt ingesteld door de knop 103b 12 04/2011 art nr 4200 1037 0000a

[close]

p. 13

inbedrijfstelling instelling compacte gaseenheid mb-dle instelling drukregelaar voor het instellen van de uitgangsdruk zijn 60 slagen van de instelschroef mogelijk drie slagen rechtsom verhogen de druk met 1 mbar drie slagen linksom verlagen de druk met dezelfde waarde bij de inwerkingstelling · ten minste 20 slagen rechtsom · gasdruk na de regelaar pbr moet zijn 12-15 mbar instelling startlasthoeveelheid snelslaginstelling · beschermkap 5 eraf draaien en over 180° gedraaid als regelgereedschap gebruiken · instelstift tot aan de aanslag naar min.stand draaien dan in plus-stand tot aan de middelste stand ca 3 halve slagen terugdraaien de startgashoeveelheid is nu ongeveer half open · om zacht opstartgedrag te bereiken moet het gasdebiet bij het starten worden aangepast aan de drukverhoudingen van de warmteproducerende uitrusting verbrandingswaarden optimaliseren zo nodig verbrandingswaarden via instelling van de stuwschijfstand maat y optimaliseren hierdoor kan het startgedrag de pulsatie en de verbrandingswarmte worden beïnvloed bij reductie van de schaalwaarde y stijgt de co2-waarde het startgedrag wordt echter harder indien nodig luchthoeveelheidwijziging door aanpassing van luchtklepstand compenseren let op minimaal noodzakelijke rookgastemperatuur in acht nemen volgens opgave van de ketelfabrikant en overeenkomstig eisen rookgaswegen ter voorkoming van condensatie nl instelbout van de gasdrukregelaar borg-schroef verzegelde schroef instelling nominale belasting · de borgschroef losmaken tot de draaiknop 6 kan worden versteld de verzegelde bout aan de tegenoverliggende zijde niet losdraaien · de hoofddoorstroomhoeveelheid door draaien aan knop 6 naar rechts verminderen resp door draaien naar links verhogen het totale traject voor verandering van minimaal tot maximaal debiet is ongeveer 4,5 slagen · wanneer de instelling met succes voltooid is de borgschroef weer vastschroeven · gasdruk op het meetpunt 119pbr meten fabrieksinstelling op pagina 11 controle van de regelbaarheid · de brander op de nominale belasting laten werken · gasdruk op punt 119 en punt 119pbr meten · de kogelkraan voor de compacte eenheid langzaam sluiten tot de ingangsdruk van het gas bij 119 met 20dapa vermindert de gasuitgangsdruk bij 119pbr mag daarbij ten hoogste met 10 dalen overigens moet de instelling worden gecontroleerd en gecorrigeerd de installatie mag niet in bedrijf worden genomen als de regelbaarheid onvoldoende is alleen voor brander vg2.200 · indien nodig kan het startgedrag door plaatje 4 bij behuizing geleverd verbeterd worden · kogelkraan weer openen 04/2011 art nr 4200 1037 0000a 13

[close]

p. 14

inbedrijfstelling instelling luchtpressostaat instelling gaspressostaat werkingscontrole instelling gaspressostaat · voor instelling van de uitschakeldruk het deksel van de gaspressostaat verwijderen · meetinrichting voor gasdruk pbr aansluiten · brander starten · gasdruk voor blok verminderen door het vernauwen van de kogelkraan tot ofwel gasdruk pbr na het blok vermindert tot 70 de stabiliteit van de vlam zichtbaar afneemt de co-waarde stijgt of het vlamsignaal verslechtert merkbaar · de instelschijf rechtsom draaien tot de gaspressostaat de brander uitschakelt · door verder rechtsom draaien de gaspressostaat 10 hoger dan de gemeten uitschakelwaarde instellen de instelwaarde van de gasdrukschakelaar moet hoger liggen dan de ventilatordruk maar lager dan de gasdruk na het gasventiel als de zo vastgestelde onderbrekingswaarde hoger is dan 150 mbar stel dan de drukbewaker in op 150 mbar controle van het uitschakelpunt · manuele afsluiter openen · brander starten · manuele afsluiter sluiten het gasgebrekprogramma moet starten zonder dat de branderautomaat een uitschakelen in storingstoestand veroorzaakt instelling luchtpressostaat voorinstelling van de fabriek 1,0mbar het schakelpunt moet bij het inregelen worden getest en bijgeregeld · het drukmeetapparaat installeren daartoe t-stuk in de drukleiding bouwen · brander in werking stellen · schakelpunt ongeveer 15 onder de nu aanwezige uitschakeldruk instellen werkingscontrole een controle van de vlambewaking moet zowel bij het eerste gebruik als ook na een revisie of een lange stilstand van de installatie worden uitgevoerd opstarttest met gesloten gasventiel op het einde van de veiligheidstijd moet de branderautomaat overgaan op gasgebrek of storing opstarten met gesloten luchtpressostaat de brander gaat na een controletijd van 8 sec over op storing opstartpoging met geopende luchtpressostaat na een wachttijd van 60 sec gaat de branderautomaat over op storing opstartpoging met korte geopende luchtpressostaaat gedurende de voorventilatie de branderautomaat start het voorventilatieprogramma opnieuw wanneer de luchtdruk binnen 60 sec opnieuw voorhanden is anders volgt een uitschakelen in storingstoestand 14 04/2011 art nr 4200 1037 0000a

[close]

p. 15

service onderhoud onderhoudswerkzaamheden aan de ketel en brander mogen uitsluitend door een erkende verwarmingsmonteur worden uitgevoerd om een jaarlijkse uitvoering van de onderhoudswerkzaamheden te waarborgen wordt het afsluiten van een onderhoudscontract aanbevolen afhankelijk van het type van de installatie kunnen kortere onderhoudsintervallen nodig zijn in het kader van het jaarlijks onderhoud aan de brander aanbevolen werkzaamheden test van de brander meting bij aankomst in de verwarmingsruimte reinigen van het mengtoestel en zo nodig defecte onderdelen vervangen ventilatorwiel en ventilator reinigen reinigen van het gasfilter indien nodig vervangen visuele controle van de elektrische componenten van de brander aanwezige storingen verhelpen branderstart controleren afdichtingscontrole functiecontrole van de veiligheidsvoorzieningen van de brander luchtdruk gasdrukbewaker functiecontrole van de vlambewaker en van de branderautomaat inschakelen van de brander gasdoorstroming controleren correctie van de instelwaarden indien nodig meetprotocol opstellen algemene controles controle van de werking van de noodstopschakelaar visuele controle van de gasvoerende leidingen in de verwarmingsruimte nl onderhouds en · vóór schoonmaakwerkzaamheden de elektrische voeding uitschakelen · originele vervangingsonderdelen gebruiken controle van het mengtoestel · branderkap verwijderen · ontstekingskabel aan trafozijde lostrekken · de drie dekselbouten w losdraaien · deksel verwijderen · contramoer e van de gasbuissteun losdraaien · borgbout losdraaien · mengtoestel eruit trekken · toestand van de stuwschijf controleren · stand van de ontstekingselektrode en de ionisatiesonde controleren · bij het weer inbouwen op juiste kabelgeleiding en correcte passing van de o-ring j2 letten · op lekkages controleren reiniging ventilatiewiel · toestelplaat verwijderen en in servicepositie inhangen zie afbeelding · ventilatiewiel verwijderen en reinigen zo nodig vervangen en in omgekeerde volgorde weer in elkaar zetten montage van de turbine bij het vervangen van de motor of van de turbine raadpleegt u het plaatsingsschema hiernaast de binnenste flens a van de turbine moet op een lijn zijn met de plaat b steek een liniaal tussen de schoepen van de turbine en breng a en b op gelijke hoogte zet de puntschroef vast op de turbine 04/2011 art nr 4200 1037 0000a 15

[close]

Comments

no comments yet

YOUBLISHER
About
What Others Say
Sitemap
Impressum

PUBLISHERS
Login
Signup
Tutorials
FAQ
Support

BUSINESS
Overview
Advertising
Support

DEVELOPERS
API

LEGAL
Report a Copyright Violation
Copyright FAQ
Terms of Use
Privacy Policy