p. 1
vg 1.40 vg 1.55 vg 1.85 bedieningshandleiding voor de gespecialiseerde vakman aangeblazen gasbrander 2-17 operating instructions for specialist installation engineers gas burners 18-33 nl en de fr it 4200 1015 8200 4200 1016 3800 11/2009 art nr 4200 1016 3900a
[close]
p. 2
overzicht inhoudsopgave overzicht functie pagina inhoudsopgave 2 belangrijke aanwijzingen 2 beschrijving van de brander 3 gasblok vr4625 mb-dle407 4 branderautomaat 5 aansluitschema aansluitsokkel 6 werkings en veiligheidsfunctie 7 brandermontage branderinbouwstand 8 gasaansluiting inbouwwijze 8 werking met propaan elektrische aansluiting 9 testen voor de inwerkingstelling 10 ionisatiestroommeting 10 instelgegevens luchtregeling 11 instelling van de compacte gaseenheid vr4625 12 instelling van de compacte gaseenheid mb-dle407 13 instelling van de luchtpressostaat 14 instelling van de gaspressostaat werkingscontrole 14 onderhoud 15 storingen verhelpen 16 aanduiding onderhoudsinterval 17 1 branderflens met isolatiering 1 zakje met bevestigingsonderdelen 1 etui met technische documentatie voor een veilige milieuvriendelijke en energiebesparende werking moeten de volgende normen in acht worden genomen en 676 aangeblazen gasbranders en 226 aansluiting van branders met olieverstuiving en aangeblazen gasbranders aan warmteproducerende uitrusting en 60335-2 veiligheid van elektrische apparaten voor huishoudelijk gebruik gasleidingen voor het leggen van de gasleidingen en armaturen moeten de algemene installatievoorschriften en -richtlijnen in acht worden genomen alsook de nationale regelgeving ch svgw-gasrichtlijn g1 ekas form.1942 propaangasrichtlijn deel 2 voorschriften van de kantonnale instanties z.b brandweervoorschriften de dvgw-tvr/trgi plaats van opstelling de brander mag niet worden opgesteld in ruimten met agressieve dampen bijvoorbeeld haarspray perchloorethyleen tetrachloorkoolstof sterke stofbelasting of hoge vochtigheidsgraad washok bijvoorbeeld er moet een opening voor luchttoevoer aanwezig zijn met de tot 50 kw 150 cm2 voor elke volgende kw 2,0 cm2 ch qf [kw x 6 cm2 min echter 200cm2 plaatselijke voorschriften kunnen leiden tot afwijkingen conformiteitsverklaring voor aangeblazen gasbranders wij de fabriek met erkenningsnummer aqf030 f-74106 annemasse cedex verklaren op eigen exclusieve verantwoordelijkheid dat de producten vg 1.40 vg 1.55 vg 1.85 conform zijn met de volgende normen en 50165 en 60335 en 60555-2 en 60555-3 en 55014 en 676 belgisch koninklijk besluit van 08/01/2004 volgens de bepalingen van de richtlijnen 90 396 /eeg gasapparatenrichtlijn 89 336 /eeg emc-richtlijn 2006 95 /eg laagspanningsrichtlijn 92 42 /eeg rendementsrichtlijn voeren deze producten het cekenmerk annemasse 01 oktober 2008 m sponza voor schade om de volgende redenen ontstaan sluiten wij garantie uit ongepast gebruik foutieve montage of reparatie door kopers of derden inclusief gebruik van onderdelen van andere constructeurs overdracht en gebruiksaanwijzing de installateur van de branderinstallatie dient de gebruiker van de installatie uiterlijk bij de oplevering een bedienings en onderhoudshandleiding te geven deze dient in de plaatsingsruimte van de verwarmer duidelijk zichtbaar te worden opgehangen het adres en telefoonnummer van de dichtstbijzijnde klantenservice moet daarop worden ingevuld aanwijzing voor de exploitant de installatie moet jaarlijks ten minste een keer worden geïnspecteerd door een vakman om ervoor te zorgen dat zulks niet wordt vergeten verdient het aanbeveling een onderhoudscontract te sluiten montage inwerkingstelling service belangrijke aanwijzingen de branders vg 1.40/55/85 zijn erop berekend aardgas en propaan te verbranden met geringe emissie van schadelijke stoffen in opbouw en functie zijn de branders conform en676 ze zijn geschikt voor uitrusting van iedere volgens en303 ontworpen warmteproducerende uitrusting resp van heteluchttoestellen conform din 4794 of din 30697 binnen hun vermogensbereik voor iedere andere vorm van gebruik is de toestemming vereist van elco de montage de inwerkingstelling en het onderhoud mogen alleen door erkende vaklui worden uitgevoerd waarbij de van kracht zijnde richtlijnen en voorschriften in acht moeten worden genomen branderbeschrijving de branders vg 1.40/55/85 zijn enkeltraps volautomatisch werkende branders in monoblokuitvoering de speciale constructie van de branderkop maakt een verbranding mogelijk met hoog rendement en met geringe emissie van schadelijke stoffen volgens de testen van en676 worden de waarden van de strengste emissieklasse 3 gerespecteerd alsook de vereisten van de nationale milieuwetgeving at kfa 1995 fav 1997 ch lrv 2005 de 1.bimschv nl en676 emissieklasse 3 afhankelijk van de afmetingen en belasting van de verbrandingsruimte en van het verbrandingssysteem driekanaalsketel ketel met omgekeerde vlam kunnen afwijkende emissiewaarden worden bereikt voor de opgave van garantiewaarden moeten de voorwaarden voor het meettoestel toleranties en luchtvochtigheid in acht worden genomen leveromvang in de verpakking van de brander bevinden zich 1 gasaansluitflens 1 compacte gasblok met gasfilter 2 11/2009 art nr 4200 1016 3900a
[close]
p. 3
overzicht branderbeschrijving nl a1 a4 b10 f6 gp m1 pl t1 3 5 branderautomaat display ionisatiebrug luchtpressostaat sluiterschijf voor propaangas elektromotor luchtdruknippel ontstekingstransformator gasblokaansluitflens bevestigingsschroeven voor basisplaat 7 inhangvoorziening service 8 behuizing 9 elektrische aansluiting bedekt 14 ontgrendelingsknop 15 gaskopinstelschroef 16 afdekkap 17 branderaansluitflens 18 branderbuis 103b luchtregeling 113 luchtkast 11/2009 art nr 4200 1016 3900a 3
[close]
p. 4
werking gasblok vr4625 mb-dle 407 vr4625 de compacte eenheid met geïntegreerde gasdrukregeling vr 4625 is geschikt voor de werking van enkeltraps aangeblazen gasbranders het compacte gasblok is geregistreerd onder nummer ce-0063ap3090 technische gegevens ingangsdruk omgevingstemperatuur spanning opgenomen vermogen beschermingsgraad gasaansluiting 15-60mbar 0 tot +60° c 230 v/50 hz 19w ip40 rp 1/2 mb-dle 407 de compacte eenheid met geïntegreerde gasdrukregeling mb-dle 407 is geschikt voor de werking van enkeltraps aangeblazen gasbranders het compacte gasblok is geregistreerd onder nummer ce-0085ap3156 technische gegevens ingangsdruk 13-360mbar omgevingstemperatuur -15 tot +60° c spanning 230 v/50 hz opgenomen vermogen 46w beschermingsgraad ip54 gasaansluiting rp 3/4 werkingsprincipe bij het aanleggen van de spanning aan de magneetspoel opent ventiel y12 en ventiel y13 de ventielzittingen worden door een fijn zeef aan de inlaat beschermd tegen vervuiling de ingebouwde drukregelaar regelt de gewenste uitgangsdruk de vereiste instelwaarden voor gaspressostaat gasdrukregelaar startgasdruk mb-dle407 kunnen via de bijstelschroeven worden ingesteld ingangs en uitgangsdruk kunnen aan de meetnippels worden gemeten pressostaat instelschroef onder de kap y12 veiligheidsventiel y13 hoofdventiel 2 elektrische aansluiting ventielen 8 inlaatflens 9 elektrische aansluiting pressostaat 104/c instelschroef drukregelaar 106 gaszeef 119 meetnippel gasingang 119.1 meetnippel gasdruk in de tussenruimte van de ventielen 119pbr meetnippel gasuitgang f4 4 11/2009 art nr 4200 1016 3900a
[close]
p. 5
werking branderautomaat tcg 1xx de knop r veroorzaakt indrukken tijdens 1 seconde ontgrendelen van de automaat 2 seconden vergrendelen van de automaat 9 seconden wissen van de statistieken van de automaat a4 scherm bp1 drukknop 1 opvraging storingscode bp2 drukknop 2 opvraging waarden symbool naam wacht op warmteverzoek ventieldichtheitstest door gasdrukmeting in de tussenruimte van de ventielen wacht op luchtpressostaat bij branderstart brandermotor ingeschakeld ontstekingstranformator ingeschakeld vlam aanwezig de gasbranderautomaat tcg 1xx stuurt en bewaakt de aangeblazen brander door het microprocessorgestuurde programmaverloop worden uiterst stabiele tijden bereikt die onafhankelijk zijn van schommelingen in netspanning en omgevingstemperatuur de branderautomaat is berekend op onderspanning daardoor komt de werking van de installatie ook bij hevige spanningsdalingen niet in gevaar als de netspanning onder de vereiste minimumwaarde ligt schakelt de automaat uit zonder storingssignaal nadat weer een normale spanning is bereikt start de automaat weer automatisch vergrendeling en ontgrendeling de automaat kan via de ontstoringsknop r worden vergrendeld in storingstoestand gebracht en worden ontgrendeld uit storingstoestand gehaald op voorwaarde dat netspanning voorhanden is aan de automaat voor het in of uitbouwen van de automaat moet het apparaat spanningsvrij worden gemaakt de automaat mag niet geopend of gerepareerd worden nl fasen werkingsverloop 1 geen spanning 2 spanningsvoeding aanwezig geen warmteverzoek 3 warmteverzoek controle luchtpressostaat ruststand 4 motor ingeschakeld controle luchtdruk 5 eerste fase dichtheidstest 6 testtijd 1 tussenruimte ventielen drukloos 7 tweede fase ventieltest 8 testtijd 2 tussenruimte ventielen gevuld 9 voorventilatie 9 voorontsteking activering parasietlicht bewaking 10 vlamvorming veiligheidstijd 11 naontstekingstijd 12 werking 13 branderstilstand 15 werkingsgereedheid 11/2009 art nr 4200 1016 3900a 5
[close]
p. 6
werking aansluitschema aansluitsokkel vlamcontrole afstandsontgren deling gaspressostaat luchtpressostaat stroomvoeding l1 aarde stekker nr klem ontste brandermotor display storing magneetventiel aarde stekker nr klem klem 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 benaming signaal vlamdoofveiligheid neutraal fase signaal afstandsontgrendeling fase fase signaal gaspressostaat signaal luchtpressostaat fase fase aarde neutraal aarde stekker nr 11 20 8 10 6 klem 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 benaming fase onstekingstransformator neutraal fase brandermotor aarde neutraal neutraal fase display storing fase veiligheidsventiel neutraal aarde fase hoofdgasventiel aarde stekker nr 5 4 21 1 6 11/2009 art nr 4200 1016 3900a
[close]
p. 7
werking werkingsfunctie veiligheidsfunctie beschrijving van de werking bij het voor de eerste maal inschakelen na een stroomonderbreking of een uitschakelen in storingstoestand na gasgebrek of na 24 uur stilstand wordt vóór de start van de brander een lektest van de gasventielen doorgevoerd terwijl de ventilatormotor draait na de afdichtingscontrole begint de voorventilatietijd van 24 sec tijdens het voorspoelen wordt de ventilatordruk bewaakt de verbrandingskamer bewaakt op vlamsignalen na afloop van de voorspoeltijd wordt de ontsteking aangekoppeld wordt het hoofd en veiligheidsmagneetventiel geopend brander start bewaking de vlam wordt bewaakt door een ionisatiesonde de sonde is geïsoleerd op de gaskop gemonteerd en voert door de stuwschijf naar de vlamzone de sensor mag niet in elektrisch contact komen met geaarde onderdelen als er tussen sonde en brandermassa kortsluiting optreedt schakelt de brander op storing bij branderwerking ontstaat in de gasvlam een geïoniseerde zone waardoor een gelijkgerichte stroom van de sonde naar de brandermond stroomt de ionisatiestroom moet ten minste 8 µa bedragen veiligheidsfuncties als zich bij de start van de brander toelating gastoevoer geen vlam vormt dan wordt na afloop van de veiligheidstijd van max 3 seconden de brander uitgeschakeld en het gasventiel wordt gesloten bij een verdwijning van de vlam gedurende de werking wordt de gastoevoer binnen een seconde onderbroken er wordt dan een nieuwe start uitgevoerd als de brander start wordt de werking voortgezet in tegengesteld geval volgt een uitschakelen in storingstoestand bij gebrek aan lucht gedurende de voorventilatie of de werking volgt uitschakelen in storingstoestand bij gasgebrek gaat de brander niet in werking of wordt uitgeschakeld er volgt een wachttijd van 2 minuten daarna wordt nog een startpoging uitgevoerd als daarna geen gasdruk voorhanden is volgt nog een wachttijd van 2 minuten de wachttijd kan alleen door een spanningsonderbreking van de brander worden gereset wachttijden 3 x 2 min daarna 1 uur bij uitschakelen van de regeling de regelthermostaat onderbreekt het warmteverzoek de gasmagneetventielen gaan dicht de vlam dooft ventilatormotor blijft in werking gedurende beperkte tijd 14 sec de lekkagetest van de ventielen wordt uitgevoerd de brandermotor wordt uitgeschakeld de brander is klaar voor werking nl f4 f6 y13 y12 1 gasgebrekbeveiliging luchtgebrekbeveiliging hoofdmagneetventiel veiligheidsmagneetventiel thermisch gestuurde veiligheidsafsluiter ter plekke aan te brengen 104 gasdrukregelaar 106 zeef 108 gaskogelkraan ter plekke aan te brengen 119pbr meetpunt gasuitlaatdruk 119.1 meetpunt gasdruk in tussenruimte ventielen 119.2 meetpunt luchtdruk compacte blok aanwijzing ch in de gastoevoerleiding moet volgens de svgw-gasrichtlijnen een veiligheidshoofdgasventiel worden geplaatst nummer 1 aanwijzing de gasverbrandingsruimten moeten volgens monsterverbrandingsverordening met een thermisch gestuurd afsluitventiel nummer 1 uitgerust zijn 11/2009 art nr 4200 1016 3900a 7
[close]
p. 8
montage brandermontage branderinbouwstand gasaansluiting inbouwwijze montage van de brander de branderflens 3 is voorzien van langwerpige gaten en kan worden gebruikt voor een diameter van de gatencirkel gaande van 150 tot 170 mm de afmetingen voldoen aan en 226 de flensdichting voor de brander en de bevestigingsschroeven worden samen met de brander geleverd door verschuiven van buizensteun 2 op de branderbuis kan de insteekdiepte van de menginrichting worden aangepast aan de afmetingen van de verbrandingsruimte de insteekdiepte blijft ongewijzigd bij het in en uitbouwen via de buishouder 2 wordt de brander aan de aansluitflens en dus aan de ketel gasverzorging de diameter van de gasleidingen moet dusdanig worden gekozen dat de drukverliezen niet meer dan 5 van de netdruk bedragen montage van het gasblok · de doppen op a b en c verwijderen · controleren of ringafdichting j1 aanwezig is en correct op de flens c ligt · gasblok rechts of links bevestigen zie hieronder voor andere inbouwstanden montage gasdiafragma d vg1.40 zie tabel aan de rechterkant · gaskogelkraan voor het gasblok installeren bevestigd de verbrandingsruimte wordt hierdoor dicht afgesloten inbouwen · aansluitflens 3 met schroeven 4 aan de ketel bevestigen · buizensteun 2 op branderbuis monteren en met schroef 1 bevestigen schroef 1 met een aanspanmoment van max 6 nm vastdraaien · brander enigszins draaien in de flens invoeren en met schroef 5 bevestigen uitbouwen · schroef 5 losdraaien · brander uitdraaien en uit de flens trekken aanwijzing er moet voldoende plaats worden voorzien om bij de verschillende instelpunten te kunnen komen de gasverzorgingsleiding moet grondig worden ontlucht alle verbindingen moeten worden gecontroleerd op dichtheid gebruik diafragma d brander vg 1.40 vg 1.55 85 gassoort aardgas aardgas propaangas diafragma zilver Ø 6,7 mm propaangas zwart Ø 4,5 mm toegestane inbouwstanden van de gasventielen 8 11/2009 art nr 4200 1016 3900a
[close]
p. 9
montage werking met propaan elektrische aansluiting instelling van de ionisatiesonde en de onstekingselektrode zie afbeelding nl tekening 1 standaardinstelling tekening 2 instelling van de branderkop voor oudere verwarmingsketels met tendens tot co-uitstoot · de twee schijven c tussen de stuwschijf a en het aardgasdiafragma d monteren werking met propaan voor werking met propaan moet het aardgasdiafragma worden vervangen door het propaandiafragma dat op de basisplaat is bevestigd hiervoor · gaskop demonteren zie onderhoud · stuwschijf d losdraaien en het aardgasdiafragma verwijderen · propaangasdiafragma gp met gravering naar boven installeren en de stuwschijf vastschroeven · gaskop weer monteren elektrische aansluiting brander-ketel de elektrische installatie en de aansluitingen mogen uitsluitend door een erkend vakman worden uitgevoerd daarbij dienen de geldende voorschriften en bepalingen in acht te worden genomen · controleren of de netspanning met de opgegeven werkingsspanning van 230 v 50 hz overeenstemt · zekering voor de brander 10a de brander en de warmteproducerende uitrusting worden via een zevenpolige stekkerverbinding 1 aangesloten elektrische aansluiting compacte brandereenheid · de verbinding met de compacte gaseenheid wordt gerealiseerd via twee stekkers die aan de klemmenrij van de brander voorbekabeld zijn · stekker a en b aan de overeenkomstige apparaatstekkers van de compacte gaseenheid aansluiten en met de schroeven borgen stekker a gaspressostaat stekker b gasventiel elektrische aansluiting veiligheidsgasventiel ch het veiligheidshoofdgasventiel ter plekke aan te brengen wordt op de stekker c aangesloten vr4625 mb-dle 407 11/2009 art nr 4200 1016 3900a 9
[close]
p. 10
inwerkingstelling testen voor de inwerkingstelling ionisatiestroommeting testen voor de inwerkingstelling voor de inwerkingstelling van de brander moeten volgende testen en controles worden uitgevoerd werkingsvoorschriften van de fabrikant van de warmteproducerende uitrusting instelling van temperatuurregelaar drukregelaar begrenzer veiligheidsschakelaar gasaansluitingsdruk min 20mbar stroomdruk dichtheid van de gasleidingselementen ontluchting van brandstofleidingen open rookgasleidingen voldoende toevoer van verse lucht controle programmaverloop van de brander zonder vlamvorming de branderautomaat activeert bij het eerste inschakelen de dichtheidscontrole daartoe moet gasdruk voorhanden zijn om eerst het volledige programmaverloop zonder vlamvorming te controleren na voltooiing van de dichtheidscontrole het manuele gasventiel weer sluiten als volgt te werk gaan · manuele afsluiter openen · de brander starten door de warmteproducerende uitrusting te starten · de uitvoering van de dichtheidscontrole vervolgens via de display voortzetten · na het openen van het tweede ventiel de manuele afsluiter weer sluiten · het programma doorloopt het uitschakelen in storingstoestand de storingslamp brandt na het einde van de veiligheidstijd of gasgebrek treedt op · brander spanningsloos schakelen · de manuele afsluiter weer openen de brander weer met spanning voeden eventueel ontgrendelen en opnieuw starten ionisatiestroommeting de ionisatiestroom kan op de hiertoe voorziene meetpunten worden gemeten hiertoe de meetbrug b10 verwijderen en een multimeter met een meetbereik van 0-100µa aansluiten de bewakingsstroom moet ten minste 8 µa bedragen 10 11/2009 art nr 4200 1016 3900a
[close]
p. 11
inwerkingstelling instelgegevens luchtregeling brandervermogen kw 15 vg1.40 g20 g25 25 35 40 50 62 76 86 15 25 35 40 50 59 70 85 gasdruk luchtdoseer luchtdruk in de kop trommel in de kop 119 pbr 103 b pl dapa 0 tot 18 dapa 22 4 13 36 69 36 44 76 104 126 34 84 156 50 63 76 93 123 7 10 11 15 10 12 18 3 7 11 12 18 10 13 18 14 19 26 27 46 45 55 5 12 20 28 29 45 45 56 maat y mm 10 20 25 25 30 25 30 35 22 25 30 25 30 25 30 35 100 1 instelling aanzuigluchtgaspressogeleiding staat positie dapa 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 gastype nl vg1.55 vg1.85 vg1.40 g31 vg1.55 100 vg1.85 bovenstaande instelgegevens zijn basisinstellingen de fabrieksinstelgegevens zijn vet omrand met deze instellingen kan normaal gesproken de brander in bedrijf worden genomen in ieder geval de instelwaarden zorgvuldig controleren correcties vanwege de installatie kunnen noodzakelijk zijn de luchtregeling wordt gerealiseerd op twee plekken aan de drukzijde van de ventilator door middel van een luchtdoseertrommel in de branderkop door middel van de stuwschijf en het mondstuk van de branderbuis de luchtdoseertrommel heeft een lineaire regelkarakteristiek en wordt bediend door verdraaien van de regelknop 103b de ingestelde waarde kan via de instelschaal worden gecontroleerd de luchtregeling in de branderkop beïnvloedt behalve de luchthoeveelheid ook de mengzone en de luchtdruk in de branderbuis verdraaien van schroef 15 naar rechts minder lucht naar links meer lucht op de schaalverdeling y kan de stand van de stuwschijf worden gecontroleerd de aanzuigluchtgeleiding 6 wordt in de fabriek op 1 ingesteld stand 1 max ventilatordruk stand 5 min ventilatordruk in gevallen waar een hoge ventilatordruk een nadeel is bijvoorbeeld bij sterke onderdruk in de haard kan de druk worden verminderd door de geleiding van aanzuiglucht te veranderen · de bevestigingsschroef 7 losdraaien · de geleiding van aanzuiglucht op een nieuwe waarde instellen · schroef weer aanspannen 11/2009 art nr 4200 1016 3900a 11
[close]
p. 12
inwerkingstelling instelling compacte gaseenheid vr4625 instelling compacte gaseenheid op de meetpunten 119 en 119pbr de sluiterschroeven losdraaien en drukmeetapparaten aansluiten instelling drukregelaar de drukregelaar schroef c is in de fabriek ingesteld en verzegeld als de gasdruk ontregeld of te laag is als volgt te werk gaan om het gewenste vermogen te bereiken aan de brander · de branderkop en de luchtklep volgens de tabel instellen aan het ventiel · de beschermkap aan de drukregelaar demonteren 104/c · schroef c verdraaien rechtsom hoger vermogen linksom minder vermogen opgelet geen aanslag het volledige instelbereik omhelst 10 slagen een slag 60 dapa · druk pbr via schroef c instellen · gasdruk op het punt 119 en 119pbr meten voorbeeld voor een vermogen van 25kw met een g1.40 zijn volgende instellingen van kracht instelling branderkop 20mm luchtklepstand 7 instelling van de gasdruk op pbr 42 dapa met schroef c controle van de regelbaarheid · de brander op de nominale belasting laten werken · gasdruk op punt 119 en punt 119pbr meten · de kogelkraan voor de compacte eenheid langzaam sluiten tot de ingangsdruk van het gas bij 119 met 20dapa daalt de gasuitgangsdruk bij 119pbr mag daarbij ten hoogste over 10 dalen anders moet de instelling worden gecontroleerd en gecorrigeerd de installatie mag niet in bedrijf worden genomen als de regelbaarheid onvoldoende is · kogelkraan weer openen · de beschermkap op de drukregelaar monteren 1 2 elektrische aansluiting opgelet als de grijze stekker op de gaspressostaat niet correct gemonteerd is zie afbeelding 2 dan gaat de brander over naar de veiligheidsmodus en de foutmelding wachten op gasdruk verschijnt 12 11/2009 art nr 4200 1016 3900a
[close]
p. 13
inwerkingstelling instelling compacte gaseenheid mb-dle407 instelling drukregelaar voor het instellen van de uitgangsdruk zijn 60 slagen van de instelschroef mogelijk drie slagen rechtsom verhogen de druk met 1 mbar drie slagen linksom verlagen de druk met dezelfde waarde bij de inwerkingstelling · ten minste 20 slagen rechtsom · gasdruk na de regelaar pbr moet zijn 12-15 mbar kan aan de meetnippel van de gasdrukschakelaar worden gemeten 119.1 instelling startlasthoeveelheid snelslaginstelling · beschermkap 5 eraf draaien en over 180° gedraaid als regelgereedschap gebruiken · instelstift tot aan de aanslag naar min.stand draaien dan in plus-stand tot aan de middelste stand ca 3 halve slagen terugdraaien de startgashoeveelheid is nu ongeveer half open · om zacht opstartgedrag te bereiken moet het gasdebiet bij het starten worden aangepast aan de drukverhoudingen van de warmteproducerende uitrusting verbrandingswaarden optimaliseren zo nodig verbrandingswaarden via instelling van de stuwschijfstand maat y optimaliseren hierdoor kan het startgedrag de pulsatie en de verbrandingswarmte worden beïnvloed bij reductie van de schaalwaarde y stijgt de co2-waarde het startgedrag wordt echter harder indien nodig luchthoeveelheidwijziging door aanpassing van luchtklepstand compenseren let op minimaal noodzakelijke rookgastemperatuur in acht nemen volgens opgave van de ketelfabrikant en overeenkomstig eisen rookgaswegen ter voorkoming van condensatie nl borg-schroef verzegelde schroef instelling nominale belasting · de borgschroef losmaken tot de draaiknop 6 kan worden versteld de verzegelde bout aan de tegenoverliggende zijde niet losdraaien · de hoofddoorstroomhoeveelheid door draaien aan knop 6 naar rechts verminderen resp door draaien naar links verhogen het totale traject voor verandering van minimaal tot maximaal debiet is ongeveer 4,5 slagen · wanneer de instelling met succes voltooid is de borgschroef weer vastschroeven · gasdruk op het meetpunt 119pbr meten fabrieksinstelling op pagina 11 controle van de regelbaarheid · de brander op de nominale belasting laten werken · gasdruk op punt 119 en punt 119pbr meten · de kogelkraan voor de compacte eenheid langzaam sluiten tot de ingangsdruk van het gas bij 119 met 20dapa vermindert de gasuitgangsdruk bij 119pbr mag daarbij ten hoogste met 10 dalen overigens moet de instelling worden gecontroleerd en gecorrigeerd de installatie mag niet in bedrijf worden genomen als de regelbaarheid onvoldoende is · kogelkraan weer openen 11/2009 art nr 4200 1016 3900a 13
[close]
p. 14
inwerkingstelling instelling luchtpressostaat instelling gaspressostaat werkingscontrole instelling gaspressostaat · voor instelling van de uitschakeldruk het deksel van de gaspressostaat verwijderen · meetinrichting voor gasdruk pbr aansluiten · brander starten · gasdruk voor blok verminderen door het vernauwen van de kogelkraan tot ofwel gasdruk pbr na het blok vermindert tot 70 de stabiliteit van de vlam zichtbaar afneemt de co-waarde stijgt of het vlamsignaal verslechtert merkbaar · de instelschijf rechtsom draaien tot de gaspressostaat de brander uitschakelt · door verder rechtsom draaien de gaspressostaat 10 hoger dan de gemeten uitschakelwaarde instellen de instelwaarde van de gasdrukschakelaar moet hoger liggen dan de ventilatordruk maar lager dan de gasdruk na het gasventiel controle van het uitschakelpunt · manuele afsluiter openen · brander starten · manuele afsluiter sluiten het gasgebrekprogramma moet starten zonder dat de branderautomaat een uitschakelen in storingstoestand veroorzaakt instelling luchtpressostaat voorinstelling van de fabriek 1,0mbar het schakelpunt moet bij het inregelen worden getest en bijgeregeld · het drukmeetapparaat installeren daartoe t-stuk in de drukleiding bouwen · brander in werking stellen · schakelpunt ongeveer 15 onder de nu aanwezige uitschakeldruk instellen werkingscontrole een controle van de vlambewaking moet zowel bij het eerste gebruik als ook na een revisie of een lange stilstand van de installatie worden uitgevoerd opstarttest met gesloten gasventiel op het einde van de veiligheidstijd moet de branderautomaat overgaan op gasgebrek of storing opstarten met gesloten luchtpressostaat de brander gaat na een controletijd van 8 sec over op storing opstartpoging met geopende luchtpressostaat na een wachttijd van 60 sec gaat de branderautomaat over op storing opstartpoging met korte geopende luchtpressostaaat gedurende de voorventilatie de branderautomaat start het voorventilatieprogramma opnieuw wanneer de luchtdruk binnen 60 sec opnieuw voorhanden is anders volgt een uitschakelen in storingstoestand 14 11/2009 art nr 4200 1016 3900a
[close]
p. 15
service onderhoud servicewerkzaamheden aan de ketel en brander mogen alleen door geschoolde verwarmingsvakmensen worden uitgevoerd om een regelmatige uitvoering van het onderhoud te waarborgen moet aan de gebruiker van de installatie het afsluiten van een onderhoudscontract worden aanbevolen opgelet · voor onderhouds en reinigingswerkzaamheden de stroom uitschakelen en de gasafsluiter sluiten controle van de rookgastemperatuur · regelmatig de rookgastemperatuur controleren · ketel reinigen als de rookgastemperatuur de waarde van de inbedrijfstelling met meer dan 30°c overschrijdt · om de controle te vereenvoudigen een rookgasthermometer aanbrengen nl onderhoudspunten brander na het losdraaien van schroeven 5 kan de basisplaat in de onderhoudsposities worden gehangen demontage gaskop · contramoer c van de gasbuishouder losdraaien dopmoer e inschroeven · gasbuis naar rechts onderaan uittrekken · ontstekings en ionisatiekabels losmaken · bij het opnieuw monteren letten op de correcte plaats van de kabels en de goede zitting van de o-ringen j1 en j2 onderhoudswerkzaamheden op de brander · de gasleidingscomponenten slangen leidingen alsook hun verbindingen controleren op lekkages en tekenen van slijtage eventueel vervangen · de elektrische aansluitingen en verbindingskabels controleren op beschadigingen eventueel vervangen · gasfilter controleren eventueel reinigen of vervangen · turbine en behuizing reinigen en controleren op beschadigingen · menginrichting controleren en reinigen · ontstekingselektrodenblok controleren eventueel bijstellen of vervangen · brander starten rookgasgegevens controleren eventueel branderinstellingen corrigeren · instelling van lucht en gaspressostaat controleren · regelbaarheid van het gasblok controleren · werkingscontrole uitvoeren resetten van de onderhoudsindicator het onderhoudssymbool verschijnt op het display van de automaat na 30 000 keer starten daarom is het noodzakelijk om na elk onderhoud de onderhoudsteller te resetten druk hiertoe langer dan 9 seconden op de ontgrendelingsknop van de automaat 15 montage van de turbine bij vervanging van de motor en de turbine het volgende positioneringsschema in acht nemen de binnenste flens a van de turbine moet ter hoogte van de basisplaat b worden aangebracht een lineaal tussen de schoepen van de turbine voeren en a en b op dezelfde hoogte brengen tapeind aan de turbine aantrekken onderhoudspositie 2 11/2009 art nr 4200 1016 3900a
[close]