18 82 Ledenblad Pictores Beauvoorde mei

 

Embed or link this publication

Description

18 82 Ledenblad Pictores Beauvoorde mei

Popular Pages


p. 1

1 MLaeardenblad nr 82 – mei 2018 jaargang 8 De wereld is diep En dieper dan de dag zich dacht. wordt gratis digitaal toegestuurd aan circa 900 adressen in Vlaanderen en Nederland ook ²ééééééééééééééééééééééééé Secretariaat Pictores Beauvoorde: Marie-Cécile Clerinx tel 058 51 52 96 of GSM 0476 752 404 , Dijkweg 5 8670 Oostduinkerke. Bezoek onze Website: www.pictores.be Ons Atelier Gouden-Hoofdstraat 44 Beauvoorde / elke woensdag open Inhoudstafel 1. Voorwoord 2. Art and Fear - Kunst en Angst (7) 3. Citaten (15) 4. Victor Hugo: Politieker, Romantieker en Beeldend Kunstenaar - Deel 2 5. Gehoord, Gelezen, Gezien (9) 6. Hausmann en de Barricades 7. ‘Vreemde’ maar Boeiende composities 8. Wiskunst en Transcendentie 9. Constructief Tekenen geleid door B.Bridgman (24) 10. Tekencursus Aristides (13) 11. Windenergie 1. Voorwoord - Op 10 mei is er straatverkoop in Beauvoorde. Aangezien er traditioneel veel volk op af komt en ons atelier op het parcours ligt stellen wij natuurlijk onze werkplaats open voor eventuele kunstliefhebbers: Gouden-Hoofdstraat 44 Hartelijk Welkom!

[close]

p. 2

2 2. KUNST EN ANGST (6) ( uit het Engels met titel ‘Art and Fear’ ISBN 0-9614547-3-3 Schrijvers: David Bayles en Ted Orland vertaald door Marleen Herpelinck V JE EIGEN WERK ONTDEKKEN (Vervolg) ‘Je kunt niet tweemaal afdalen in dezelfde rivier; want telkens opnieuw omspoelen je nieuwe wateren.’ - Heraklitos (ca 540-480 voor Christus) - Canon Als jij bent zoals de meeste kunstenaars die ik ken, dan zet je voor jezelf je werk te kijk een lange tijd naeen, tot op zekere dag – zonder aanwijsbare reden – het je niet meer bevalt. Dat je door zo’n moment overvallen wordt is een cliché. De kunstenaar stelt vast dat hij in herhaling valt en interpreteert dat als een beangstigend falen. Schoolvoorbeelden van zo’n artistieke depressiegevoelens zijn: (1)Vaststellen dat je helemaal zonder nieuwe ideeën zit, of (2) je hebt de indruk dat je al een hele tijd op de verkeerde weg bent. Uit zoiets is geen winst te puren. Een van de best bewaarde geheimen in de kunst is dat nieuwe inspiratie veel minder frequent is dan kleine praktische ideeën. Met nieuwe inspiratie bedoelen we zicht op duizend en een nieuwe mogelijkheden in allerlei toepassingen voor een toekomstig oeuvre en dat heel ver wat nodig is voor een enkel kunstwerk, overstijgt. De vrees op het verkeerde pad te zijn is de onvruchtbare mening over vondsten die je werk zoveel beter zouden gemaakt hebben, had je maar…Het voordeel van de twijfel is de wetenschap dat je werk veel beter is dan je denkt, dat het beter voor de dag zou komen had je het een klein beetje anders had aangepakt. Sta je voor een ontgoochelend werkstuk dan heb je de neiging het te verloochenen en te zeggen: ‘Dat

[close]

p. 3

3 is toch niet wat ik wenste te maken; ik had het groter of kleiner moeten schilderen; had ik er maar meer tijd en geld aan besteed of had ik toch maar die domme groene verf niet gebruikt…’.We hebben er alles voor over om van dit werk af te geraken. De waarheid is echter dat je kunst niet zomaar het mager restje is dat overblijft na al dat gejammer over wat je niet gedaan hebt – zie het toch als een niet te verwaarlozen resultaat van wat je wel gedaan hebt. Zo niet, dan kun je even zo goed wensen terug te kunnen keren naar de winkel om nieuwe loten te kopen voor een gokronde die al voorbij is.. Tijdreizigers en roddeljournalisten daargelaten, leven de meesten van ons van dag tot dag. Als je je werk dagen naeen ter controle te kijk zet kun je onmogelijk op nieuwe ideeën komen. Eenvoudig gezegd, je resultaat is wat je ervoor gedaan hebt en als je opnieuw dezelfde methodes gaat gebruiken, zal je ook een zelfde resultaat opnieuw bekomen. En dat is juist niet alleen voor artistieke downperiodes maar ook voor alle andere situaties die over je heen komen, ook situaties van hoogconjunctuur met denderende productie. Praktisch is het zo dat ideeën en methodes van werken die in het verleden resultaat hadden, ook in de toekomst zullen renderen. Als je arbeid ooit vlotte en nu in het honderd loopt, heb je misschien ergens wat veranderd aan een tactiek die vroeger wel werkte. (Jaren terug deelde ik mijn werkdagen in, schilderde ik overdag en schreef mijn romans in de avonduren; ooit heb ik dat schema omgewisseld, en pas na maanden realiseerde ik me hoe mijn literaire inspiratie opdroogde - niet door een gemis aan ideeën maar gewoon door het feit dat de juiste woorden me beter te binnen komen ’s nachts dan overdag. Als het slecht met je gaat doe je er goed aan zeer bewust terug te keren naar je gewoonten en werkschema’s van tijden waarin je je goed voelde. Keer terug naar tijd en ruimte waar je vanaf geweken zijt, er is een grote kans dat ook je goed werk terug zal komen. Jawel, soms lukt dit niet. Kunstenaars (als anderen ook trouwens) zitten soms conceptueel vast. Ze richten koppig hun eigen kompas net in een richting tegenovergesteld als wat ieder ander zou kiezen. Wanneer Columbus terugkeerde uit de Nieuwe Wereld en beweerde dat de aarde rond was, dachten de meesten in die tijd dat de wereld vlak was. Maar ook zij stierven – en de volgende generatie groeide op in de overtuiging dat de wereld rond was. Zo gaat het als mensen anders gaan denken.

[close]

p. 4

4 Meestal, maar niet altijd, zal wat je morgen zult maken gestalte krijgen met behulp van de werktuigen die je vandaag hanteert. In zekere zin is de kunsthistorie ook die van de technologie. De pre-Renaissancefresco’s in Italië, de Vlaamse temperaschilderijen, de plein air olieverfschilderijen in het Zuiden van Frankrijk en de acrylwerken in New York kwamen allemaal tot stand door elkaar opvolgende technieken betreffende kleurkeuze en gebruik van bijvoorbeeld verzadigde kleuren, penseelvoering en dragers, uitwerking emotioneel of formalistisch. Eenvoudig gezegd: bepaalde werktuigen maken bepaalde resultaten mogelijk. Maar de werktuigen die je gebruikt, bewerken heel wat meer dan het uitzicht van je werken – in grote mate bepalen zij wat je in je kunstwerk wenst uit te drukken. Als bepaalde materialen en werktuigen uit de handel verdwijnen (omdat men bijvoorbeeld niet meer weet hoe ze gemaakt worden), dan verdwijnen tegelijk ook bepaalde artistieke mogelijkheden. Reken maar onder wat in kunst op verdwijnen staat , zaken als de tonaliteit van barokke muziekinstrumenten, de mooie zetting van goed gedrukte teksten, het timbre van platina-fotoafdrukken. Maar even zo goed brengen nieuwe werktuigen nieuwe mogelijkheden. Wat life geschilderd wordt brengt een totaal andere expressie dan wat van uit het hoofd gemaakt is. Dit was bijvoorbeeld duidelijk in de jaren 1870 wanneer ambachtslui het uitvonden verfpigmenten in metalen tubes op te slaan. Zo konden schilders ook buiten het atelier in het open veld gaan schilderen. Sommigen deden dat ook, anderen niet. En zij die het deden noemde men later Impressionisten. Het dilemma waarmee elke kunstenaar vroeg of laat geconfronteerd wordt is te kunnen kiezen wanneer er moet voortgewerkt worden met de vertrouwde apparaten en materialen en wanneer men moet gebruik maken van nieuwe mogelijkheden. Gewoonlijk zal een jongere er eerder toe komen een gevarieerd aantal apparaten en materialen uit te testen waar een ancien zich eerder zal beperken. Naarmate hij echter vertrouwd geraakt met al dat nieuwe wordt zijn techniek meer trefzeker en worden zijn werktuigen verlengsels van wat in hem leeft. Het kan dus wel gebeuren dat op exploratie gaan naar wat nieuw is ook je impressies verbetert. Hoe ook is het voor iedereen moeilijk halfweg een wordingsproces halt te houden om ergens diepgaand te corrigeren. In de methodes die wij

[close]

p. 5

5 toepassen hebben we zelf zo weinig inzicht. En waarom is dat ook nodig als het werk maar goed vlot. Verreweg het leeuwenaandeel van de stappen die we zetten bij het maken van een kunstwerk (of over een jaarproductie als geheel bekeken) gebeuren zonder erover na te denken. Of we nu onze werken in rechte of ronde stroken vernissen, daar denken we gewoon niet aan. Waarom luister je bijvoorbeeld graag naar country muziek als je schildert? Kies je daardoor misschien mooiere kleuren? Waarom zie je ervan af je studio te verwarmen, zelfs als dat betekent dat je moet werken met een overjas aan? Maakt dat misschien je borstelstreken vinniger? Hoe voel je het juiste moment aan waarop je bevochtigd aquarelpapier optimaal je waterverf opneemt? Tast je eraan met je vingers of ruik je dat? Is het de slapheid van het papier? We doen zoveel zonder nadenken. Wil je een ander eindresultaat dan moet je eerst zaken bewust herdenken die je tot zover automatisch deed, dingen als de manier waarop je de klei verdeelt bijvoorbeeld. Feitelijk is dat even subtiel belangrijk als de manier waarop je met een boog een pijl afschiet. (wordt vervolgd) 3. Citaten (15) CITATEN... WIE IS WIE? (15) Ter inleiding We hadden het in onze allereerste bijdrage over 'kunst' in het algemeen. Later, in onze zevende inzending, volgden vijf citaten over 'schilderkunst'. Nu nemen wij 'bouwkunst' als centraal thema. "Kan de bouwkunst op prestaties als die der bijen bogen?" Dat vroeg de humanist Erasmus zich reeds af in zijn "Lof der Zotheid" (1511). We plaatsen de vijf uitspraken in hun chronologische volgorde Bijdrage 15 : vijf citaten in verband met de BOUWKUNST

[close]

p. 6

6 15.1 "Via modulen rationeel en economisch verantwoord ontwerpen." (Jean Nicolas Louis Durand) Jean Nicolas Louis Durand, geboren te Parijs in 1760, ontwikkelde zich tot een gereputeerde architect, docent, ingenieur en schrijver. Hij deed eerst ervaring op bij architect Etienne-Louis Boullée en bij ingenieur Jean-Rodolphe Perronet. Dan werd hij professor bouwkunst aan de 'Ecole Polytechnique' in de Franse hoofdstad waar hij zijn eigen opvattingen kon uitbouwen. In 1809 verscheen zijn 'Précis des leçons d'architecture données à l'Ecole royale polytechnique', vier jaren later gevolgd door 'Nouveau précis des leçons d'architecture données à l'Ecole impériale polytechnique'. Daarin promootte hij het gebruik van modulen in de bouwkunst : eenheidsmaten waarmee de architect plattegronden uittekent en daarop zonder problemen verder kan variëren. Zijn theorieën over deze universele bouwmethode leunden aan bij wat men nogal smalend 'academisme', 'gerationaliseerd classicisme' of 'neoclassicisme' durft noemen. Maar Durand zelf was ervan overtuigd een pionier van de bouwkunst te zijn. En inderdaad, in de volgende eeuwen zou hij gelijk krijgen en werd hij met zijn bouwcomponenten als een 'moderne' ontwerper beschouwd. Vooral industriële gebouwen zoals fabrieken en markthallen zouden op deze wijze worden opgetrokken, en dit met diverse nieuwe materialen als beton, ijzer of staal. JNL Durand overleed op de laatste dag van het jaar 1834. Zijn ideeën vonden een ruime weerklank. Zijn 'Précis des leçons d'architecture', gepubliceerd in 1802 en 1805, bleek achteraf uiteindelijk zijn meest invloedrijke publicatie. 15.2 "De bouwkunst is de drukpers der eeuwen, en bouwwerken verhalen de staat der maatschappij waarin zij werden opgericht." (Lady Morgan) Lady Morgan - eigenlijke naam : Sydney Owenson - hield haar geboortedatum heel haar leven geheim. Vermoedelijk zag ze het levenslicht in december 1781, dit uit een Ierse katholieke vader en een Engelse protestantse moeder. Het eerste deel van haar jeugd bracht ze door te Dublin waar ze vlug haar ma verloor. Uit financiële noodzaak

[close]

p. 7

7 zette ze haar studies stop. Ze werd een soort kinderoppas en begon geleidelijk een schrijversloopbaan. In 1804 verscheen een eerste roman ('Saint Clair'). Twee jaren later volgde 'Het wilde Ierse meisje' waarin ze opvallend reclame maakte voor haar vaderland. In 1812 huwde ze met Sir Thomas Charles Morgan, een medicus-filosoof. Ze bleef vlot publiceren. Zo verscheen twee jaren na haar huwelijk 'O'Donnell', volgens velen haar beste roman. Bijzonder graag portretteerde ze de lagere klassen. Die kende ze goed uit haar eigen jeugdervaring. Tot haar latere boeken behoorden ook exemplaren die zich historisch in Frankrijk en in Italië situeerden. Rond 1840 viel na 'Vrouw en haar meester' (1840) en 'Het boek zonder naam' (1841) haar productie bijna helemaal stil. In 1859 kwam 'Passages uit mijn autobiografie' tot stand. Haar memoires zouden na haar dood nog eens uitgegeven worden, maar dan uitgebreider (met onder andere heel wat brieven). Ze stierf in de maand april van voormeld jaar 1859. Haar man was reeds vroeger, in 1843, overleden. In het bekende Victoria en Albert Museum te Londen staat een buste van Lady Morgan, dit met de (eigenaardige) vermelding "less than four feet tall" (1 voet = 0,3047m). 15.3 "De bouwkunst is tot op zekere hoogte de uitdrukking van de beschaving van een volk." (Honoré de Balzac) Honoré (de) Balzac werd geboren te Tours in 1799. Hij onderbrak zijn studies rechten om te kunnen schrijven. Aanvankelijk richtte hij zich op filosofische geschriften. Dan volgde het 'echte' werk. Maar zijn eerste romans vonden geen weerklank, met financiële problemen als gevolg. Die situatie dwong hem tot veelschrijverij. En ja, in de jaren 1830 groeide het succes : 'Eugénie Grandet' (1833) en 'Le Père Goriot' (1835) betekenden zijn doorbraak. Zo kwam hij met hogere (literaire en andere) kringen in contact. In de jaren 1840 werd 'La comédie humaine' uitgegeven : een geheel van 80 à 90 boeken die een nauwkeurige beschrijving brachten van de maatschappij in zijn tijd. Dus, de doorbraak van het realisme bij een schrijver die geplaatst wordt bij de romantiek! Voor hem waren het eerder 'studies' die van drievoudige aard waren : morele, filosofische en analytische. Zo bevatte 'Etude des moeurs' meer dan vijftig boeken waartoe ook zijn meest bekende werken behoorden. Zij raakten de diverse aspecten van het toenmalige leven in Frankrijk

[close]

p. 8

8 aan, ook het militaire en het politieke. Balzac oefende dan ook veel invloed uit op andere, ook latere, auteurs. Enkele van zijn werken werden verfilmd, zoals 'Le Colonel Chabert' in 1994 met Gerard Depardieu in de hoofdrol. Op het einde van zijn leven huwde hij met een Russische gravin op wie hij reeds lang verliefd was. Uitgeput en ziek overleed hij op amper 51-jarige leeftijd te Parijs. 15.4 "De Griekse bouwkunst is de bloei der meetkunde." (Ralph Waldo Emerson) De Amerikaan Ralph Waldo Emerson, geboren in 1803 te Boston, heeft honderden citaten op zijn naam staan. Hij was dan ook één van de belangrijkste denkers van zijn land. Aanvankelijk stond hij sterk onder invloed van zijn vader, een predikant die het unitarisme aankleefde en doorgaf aan zijn zoon. Unitaristen verwerpen de drie-eenheid (Vader, Zoon, Geest) en zien Jezus Christus niet als een goddelijke persoon. Aanvankelijk was er sprake van 'bijbelse unitaristen' die zich nog als christelijk aanzagen. Maar onder invloed van vooral Ralph Waldo Emerson groeide het 'universalistisch unitarisme' uit tot een algemeenreligieuze stroming die geleidelijk naar het radicaal-vrijzinnige evolueerde. Maar Emerson had hiermee zijn eindpunt nog niet bereikt. Meer en meer toonde hij zich een transcendentalist, een aanhanger van de strekking die naar een 'ander' mens streeft. Een mens die zich afzet tegen de bestaande ideeën en op zoek moet trekken naar wat Emerson aanduidde als 'een oorspronkelijke relatie met het universum'. Voor een transcendentalist is de mens oorspronkelijk goed, maar wordt hij door de samenleving - met godsdienst en politiek op kop - verdorven gemaakt. De mens moet zich dan ook veel persoonlijker en zelfstandiger opstellen. Het was vooral in zijn eerste grote publicatie 'Nature' (1836) dat deze nieuwe visie op mens en maatschappij werden uiteengezet. De invloed van Ralph Waldo Emerson beperkte zich niet tot de Verenigde Staten, maar strekte zich ook over Europa uit. Er bestaat zelfs een wereldverbond van unitaristen : de ICUU (International Council of Unitarians and Universalists).

[close]

p. 9

9 15.5 " De tragiek van de architectuur : telkens wil de bouwkunst het heden vangen en telkens weer zet zij het verleden op sterk water." (Godfried Bomans) De Nederlandse schrijver Godfried Bomans (1913-1971) was ook een mediafiguur, vooral door zijn radiowerk. Hij studeerde rechten en filosofie, maar niet de volledige richtingen. Hij werd een veelschrijver van wie in 1940 met 'Erik of het kleine insectenboek' het meest bekende werk verscheen. Tijdens en na de Tweede Wereldoorlog besteedde hij veel tijd en aandacht aan de vertaling van 'Pickwick Papers' van Charles Dickens. Intussen verscheen vanaf 1945 in de Volkskrant zijn bijzonder populair stripverhaal 'Pa Pinkelman en Tante Pollewop'. Later werd dit bewerkt voor televisie. Bomans schreef ook dagboeken, essays, sprookjes, toneelwerk. Zijn stijl kon pittig zijn, ernstig of lichtvoetig, humoristisch en satirisch. Zijn taal klonk eenvoudig en zuiver. Hij was amper 58 jaar toen hij overleed na een hartaanval. Kort voor zijn dood was hij ridder geworden in de Orde van Oranje-Nassau (1968). Een jaar na zijn overlijden werd het Godfried Bomans Genootschap opgericht (1972). Maar een onderscheiding met een gewaardeerde literaire prijs bleef ondanks zijn geweldig oeuvre zijn hele leven uit. Merkwaardigheid : Bomans was een gematigde katholiek die vele jaren met plezier de rol van Sinterklaas op zich heeft genomen. Stef Declerck, Poperinge 4. Victor Hugo: Politieker, Romantieker en Beeldende Kunstenaar - Deel 2 Victor Hugo: Filosoof Victor Hugo bedoelt met ‘Les Misérables’ niet zomaar een historische roman te schrijven. Tegelijk wilde hij dat dit werk een weerspiegeling zou zijn van zijn sociale en religieus-filosofische inzichten. Het verhaal van de ‘boef’ Jean Valjean en zijn bekering via Bisschop Myriel alias Monseigneur Bienvenu, ook zijn relatie met Fantine en Cosette, zijn genoeg gekend via film en bewerkingen voor Music Hall.

[close]

p. 10

10 Ons interesseert niet zozeer het verhaal op zichzelf maar wel zijn filosofische teneur. Hugo wil als filosoof en socioloog de geschiedenis ingaan en doet dat op zijn eigen persoons- en tijdsgebonden manier. De stijl die hij hierbij hanteert (romantisch-realistisch zoals ook bij Honoré de Balzac) is hopeloos verouderd. Het kost volharding het werk tot het einde toe te lezen. Aldus is ook het filosofisch karakter helemaal apart en heel ver van de theoretische analyses van de grote sociale filosofen van diezelfde eeuw (Marx,Engels..). Victor Hugo vertelt een eenvoudig verhaal en laat het aan de lezer over de analyses te maken die leiden tot een (vrijzinnig-gelovig) besef van wat ‘God’ zou kunnen zijn of ‘Menselijke Ziel’. Littérature et philosophie mêlées : l'hésitation du romancier quant à la destination de ces développements témoigne assez contre les limites traditionnellement assignées à la philosophie et à la littérature, limites rendues intempestives par la pratique d'une écriture « quasi-philosophique », qui, sous le nom de roman, se porte aux limites elles-mêmes indécises du drame et du poème.

[close]

p. 11

11 Die vrijzinnige sociaal bekommerde religiositeit, die Victor Hugo ‘mijn filosofie’ noemt, interesseert ons. Ze is nog altijd actueel. We kunnen een prachtige parallel trekken tussen bijvoorbeeld de confrontatie tussen bisschop Myriel en een ‘Conventionnel’ enerzijds en anderzijds een figuur als Bisschop Romero die zich via een sociaal uitgebuite volksmassa liet bekeren. Zo wordt in dit artikel voor ons, de ‘redactie’, niet Valjean maar wel Bisschop Myriel de belangrijke figuur aan wie God zich openbaart via arme parochianen, zoals een ontsnapte bandiet en een verlopen conventionnel. Het is dan blijkbaar een zeer singuliere God die hieruit tevoorschijn komt. Hugo’s God heeft het blijkbaar op een akkoordje gegooid met de koningsmoordenaars en met de mensenrechten zoals ze door de Franse filosofen gepropageerd, de Bijbel zijn komen aanvullen: Liberté, Egalité, Fraternité. Als profetische update kan dit wel tellen. Bisschop Myriel illustreert de titel van het eerste hoofdstuk van ‘Les Misérables’: ‘Un Juste’. De man is een gefingeerde figuur die gemodelleerd is op een bestaande bisschop van Digne (Digne-LesBains) in het Noorden van de Provence: François-Melchior-CharlesBienvenu de Miollis was er bisschop van1805 tot 1838. De gelijkenis met de romanfiguur is dikwijls ver te zoeken want tot grote ergernis van de adellijke familie de Miollis dicht Victor Hugo zijn held enerzijds een nogal lichtzinnige jeugd toe (een huwelijk ook al) en anderzijds sociaalevangelische sympathieën die de persoon en de familie ongetwijfeld vreemd waren. Met de werkelijkheid dus in strijd wisselt onze sympathieke Bisschop Myriel zijn paleis in voor een onderkomen hospitaalgebouwtje in zijn buurt. Hij gaat er in armoede wonen met een ascetische zus en een gezellige huishoudster, die hem regelmatig vermaant zich toch enigszins als een bisschop te gedragen. Het wordt Victor Hugo erg kwalijk genomen zijn romanfiguur geestelijke assistentie te laten verlenen aan een tot de guillotine veroordeelde. Het ‘Grote Licht’ gaat voor Bisschop Myriel schijnen als hij meent een verdwaalde ziel terug naar de schaapsstal te moeten brengen in de persoon van een stervende ‘Conventioneel’. Maar het is juist die profetische figuur die de bisschop het ‘grote licht’ laat zien.

[close]

p. 12

12 Een ’conventionnel’ in die tijd was een zgn beëdigde priester die trouw gezworen had aan de principes van de ‘Convention’, het bestuur van de Franse Republiek. Door de Kerk werden zo’n mensen als collaborateurs van een vrijzinnig gezag, geëxcommuniceerd (banvloek – zie ook onze ‘Boerenkrijg’ en ondergedoken nietbeëdigde priesters). Zelfs als vanaf 1795 de hetze ging liggen bleef in de Franse Kerk grote verdeeldheid bestaan. Heel wat ondertussen gehuwde priesters en bisschoppen bleven, ook onder Napoleon, een ‘Eglise Gallicane’ (Kerk onafhankelijk van de Paus) nastreven. Priesters die op hun eed van trouw wilden terugkeren (les rétractaires) werden dikwijls door de Romegetrouwen (les réfractaires) tot vernederende boeteprocedures gedwongen. Dit laatste is ook wel enigszins te begrijpen gezien de vele priesters die door de Conventie naar de guillotine gebracht waren of van ontbering stierven in Frans Guyana. Zeer illustratief is de volgende tekst van een berouwvolle retractant, beëdigd priester uit het bisdom Blois: ‘Enseveli dans l’abîme profond de tous les crimes, chargé de tous les anathèmes de l’Eglise, séparé de son sein, privé de sa communion, de ses prières publiques et mort depuis si longtemps à la grace, comment pourrai-je faire parvenir mes faibles soupirs jusqu’au trône de Dieu, mon créateur, mon rédempteur et mon juge, que j’ai si grièvement offensé’ In de diepe afgrond gestort van mijn misdaden, beladen met de banvloeken van de Heilige Kerk, ver afgedwaald, beroofd van de gemeenschap der Heiligen: de vrucht van haar gebeden, en afgestorven reeds zolang van haar genadestroom, hoe durf ik verhopen dat mijn zwakke gebeden zullen opstijgen naar Gods troon, mijn Schepper, mijn Verlosser en mijn Rechter, die ik zo diep beledigd heb. Bemerk dat Victor Hugo van moederszijde aanvankelijk zeer koningsgezind was (zelfs tot in 1848). Geleidelijk aan nam hij denkbeelden over van zijn familie van vaderszijde (vrijzinnig-republikeins-Bonapartistisch). Ook dat was een ‘bekering’ waar nog veel over gezegd kan worden. Enerzijds heeft hij herhaalde malen zijn leven geriskeerd voor zijn ideeën. Anderzijds bleef hij zich als gelovige gedragen, wel zonder scrupules ten aanzien van een strikt katholieke moraal. Uiteindelijk was hij dan toch telkens de gladde aal die erin slaagde te overleven en boven water te komen. We keren terug naar de ontmoeting tussen Bisschop Myriel en zijn afvallige Conventioneel. En hier herkennen we Victor Hugo in zijn stijl als ware grondlegger van de Romantiek. Het pleidooi van de Conventioneel krijgt de dynamiek van

[close]

p. 13

13 de beste epische gedichten die hij ooit schreef. Wij herkennen hier in Hugo’s proza dezelfde grootse gedrevenheid van de’ Moïse’ van Hugo’s romantische vriend: Alfred de Vigny. …Et, debout devant Dieu, Moïse ayant pris place, ...Hij stond recht voor God,Mozes Dans le nuage obscur lui parlait face à face. In een donkere wolk spraken zij , Il disait au Seigneur : « Ne finirai-je pas ? Sprak hij tot God: ’Wanneer stopt Où voulez-vous encor que je porte mes pas ? Gij mijn reizen? Je vivrai donc toujours puissant et solitaire ? Zal ik dan altijd moeten leven, Laissez-moi m’endormir du sommeil de la terre. Eenzaam en Machtig? Que vous ai-je donc fait pour être votre élu ?... Laat mij toch inslapen , de slaap van deze Aarde. Wat heb ik U misdaan dat u mij uitverkoos?... (Alfred de Vigny, vriend van Victor Hugo tot in 1852 als deze in ballingschap gaat en de Vigny gaat collaboreren met de prins-president / keizer Napoleon III) Uit het discours van de Conventionnel dat natuurlijk het discours is van Victor Hugo zelf die denkt aan de tyrannen: Lodewijk XVI en zeker Napoleon III. Je veux dire que l’homme a un tyran, l’ignorance. J’ai voté la fin de ce tyran-là. Ce tyran-là a engendré la royauté qui est l’autorité prise dans le faux, tandis que la science est l’autorité dans le vrai. L’homme ne doit être gouverné que par la science. Slechts één tyran kan over een mens heersen: onwetendheid. En die tyran hebben wij weggestemd. Deze tyran heeft koningen gebaard en koningschap is vals gezag, waar wetenschap met recht gezag voert in waarheid. Een mens heeft alleen wetenschap van doen om zich te laten leiden. - Et la conscience, ajouta l’évêque. - C’est la même chose. La conscience, c’est la quantité de science innée que nous avons en nous. Monseigneur Bienvenu écoutait un peu étonné, ce langage très nouveau pour lui. - Maar ook toch zijn geweten, zegt de bisschop - Daar komt het inderdaad op neer. Want het geweten is alleen wat wij aan wetenschap tot ons ooit konden nemen. En Monseigneur Bienvenu, hij luisterde verwonderd naar die woorden, zo nieuw voor hem. Victor Hugo beschrijft Bisschop Myriel zoals hij met zijn evangelische inzichten totaal geïsoleerd is van zijn ambitieuze seminaristen en collega-bisschoppen. Un saint qui vit dans un accès d’abnégation est un voisinage dangereux ; il pourrait bien vous communiquer par contagion une pauvreté incurable, l’ankylose des articulations utiles à

[close]

p. 14

14 l’avancement, et, en somme, plus de renoncement que vous n’en voulez ; et l’on fuit cette vertu galeuse. De là l’isolement de monseigneur Bienvenu. Een heilige die in onthechting leeft is een gevaarlijk buurman; je kunt erdoor besmet geraken en gaan lijden aan de niet te genezen ziekte die armoede is, je gewrichten die je vooruit moeten helpen in je carrière kunnen vast gaan zitten en tenslotte moet je jezelf veel meer ontzeggen dan wat je verdragen kunt; dus houden we ons ver af van deze valse deugd. Dat is de uitleg van de eenzaamheid van monseigneur Bienvenu. Het verwondert ons niet dat Victor Hugo onder het Franse Keizerrijk, met de principes van een bevrijdingstheoloog avant la lettre, geen mooie carrière beschoren was in Frankrijk. Met recht vrezend voor zijn leven vlucht hij in ballingschap via Brussel naar het eiland Guernesey. Hij ziet zijn toekomst als een roeping. Daar aangekomen in zijn leven, kijkt hij terug op al wat groots hem ooit geboden werd: ‘académicien, pair de France (vergelijk met Minister van State), lid van twee wetgevende parlementen die Frankrijk bestuurden onder republikeins bewind en die ooit Europa deden beven, na ooit een ministerzetel geweigerd te hebben, zo leef ik nu in ballingschap. En deze mens leg ik van mij af om voortaan apostel te zijn en priester. Ik ben priester!’. Jawel een ‘priester’ voor vrijzinnigen, revolutionairen, een allegaartje van naar Guernesey gevluchte antimonarchisten...maar ook voor, onder de ondertussen heersende dictatuur van Napoleon III, les ‘Misérables’.

[close]

p. 15

5. Gehoord, gelezen, gezien (9) 15 Het weten of overwegen waard... of niet? Ter inleiding Wie belangstelling heeft voor cultuur staat ook open voor de maatschappij en de wereld waarin hij of zij leeft. In deze rubriek 'Gehoord, gelezen, gezien' speuren wij sedert vorig jaar interessante berichten over die leefwereld op. Wij vermelden daarbij uiteraard telkens onze geschreven bron en de oorspronkelijke auteur. 09.01 KUNSTGESCHIEDENIS BENADEREN. In de jaren '70 van de vorige eeuw kregen we de cursus esthetica onder ogen van de Ieperse collegeleraar Albrecht Vergheynst (1938-2015). Titel : 'Van Altamira tot Zadkine'. In zijn eigen stijl zorgde hij daarin voor een inleiding die nog altijd tot nadenken kan stemmen : "De kunst is het zout van het leven. Zonder de kunst zou de mens vervallen tot het dierlijke stadium. Tot deze rijkdom en tot dit cultureel voedsel zullen wij pogen met u door te dringen. Maar de kunst is zo rijk en benadert zo dicht de kern van alle dingen en van onszelf dat alle uitleg, elke poging tot inzicht schipbreuk lijdt. 'Hoe meer kennis, hoe meer liefde', zei Leonardo da Vinci. Maar wie denkt dat hij de muze en haar schatten zal veroveren louter door harde studie en gedetailleerde analyse, komt meer dan bedrogen uit. Immers, hij weet wel zijn weetjes, maar zijn gemoed blijft bij dit alles onberoerd. Weet dat de muze zich pas openbaart wanneer de laatste realia zijn opgezocht en de laatste technische aspecten zijn belicht. Eerst is er dus de berg van droge materie die u moet overwinnen, opdat u vervolgens plots het onuitsprekelijke, de eeuwige schoonheid van het kunstwerk aan zou voelen. Eerst is er de theorie, de belachelijke woordenkramerij, maar die leidt tot die conditie waarin u plotseling voor de genade van de kunst ontvankelijk wordt. Die echte ontroering is sprakeloos. Dus, wij moeten ons eerst van onze menselijke beperkingen bevrijden door inzet en onderzoek, om dan in de kunst te kunnen opgaan. Het leven is het zout van de kunst." Albrecht Vergheynst was ook de eerste voorzitter van de in 1964 opgerichte Gidsenkring Ieper-Poperinge-Westland. 09.02 NEPNIEUWS. In 'MO' verzorgde Gie Goris een recensie over de publicatie 'Verzet en rede in tijden van nepnieuws'. Hij gebruikte daarbij een

[close]

Comments

no comments yet