Boek 'Zeilen maken'

 

Embed or link this publication

Description

Boek 'Zeilen maken' van Kees Hos (2016): Met de hand zeilen naaien van katoen- of vlasdoek op traditionele Hollandse wijze.

Popular Pages


p. 1

Dit is een voorbeeld en niet bestemd voor gebruik. Bestel daarvoor een echt exemplaar Zeilen maken Met de hand zeilen naaien van katoen- of vlasdoek op traditionele Hollandse wijze Kees Hos ISBN/EAN :978-90-813120-1-1 NUR code : 170 © Kees Hos, 2016, Westerland, Wieringen Derde 100-tal met enkele kleine aanpassingen Wilt u iets uit deze uitgave overnemen, dan is dat toegestaan mits met bronvermelding. Voor overleg kunt u contact opnemen met de auteur, e-mail keesirishos@gmail.com.

[close]

p. 2

Dit is een voorbeeld en niet bestemd voor gebruik. Bestel daarvoor een echt exemplaar Inhoudsopgave Voorwoord......................................................................................................... 5 Gereedschap...................................................................................................... 6 Naalden 6 Handleer 8 Mes en slijpplank 10 Plank 10 Zeilmakersbank 11 Zeilhaakje of bankhaakje 12 Splitshoorn 12 Zoomstrijker 13 Tang 13 Diversen 13 Materiaal. ........................................................................................................ 14 Zeilgaren 14 Was 14 Zeilringen 15 Zeildoek 15 Hennep 15 Vlas 16 Katoen 16 Samenstelling van het doek 17 Zeildoekgewicht 17 Het beoordelen van zeildoek 18 Kwaliteitseisen van zeildoek 18 Uitgangspunten voor het ontwerpen van een zeil . .......................................... 19 Innaaien 19 Brede naden 20 Onderlijk 20 Bovenlijk 20 Rond snijden 20 Grootzeil 20 Fok 20 Trekkracht of snelheid 20 Halve- of hele kleedbreedte 21 Berekening van lijnstukken in de tekening 21 Ontwerp van een smalle fok. ........................................................................... 22 Aantal kleden 22 Gillingen 22 Ondergilling 22 Voorgilling 24 Rekenvoorbeeld voor een smalle fok 25 Afschrijven en snijden van het doek 28 Ontwerp van een kluiffok. ............................................................................... 30 Afschrijven 30 Rekenvoorbeeld voor een kluiffok 31 Ontwerp van een grootzeil. ............................................................................. 33 Afschrijven 33 Ondergilling 34 Bovengilling 34 Voorgilling 34 Rekenvoorbeeld voor een grootzeil 35 2

[close]

p. 3

Dit is een voorbeeld en niet bestemd voor gebruik. Bestel daarvoor een echt exemplaar Techniek van het zeilen naaien........................................................................ 38 Hollandse methode 38 Afspelden 38 Verschillende naaisteken 39 Gewone naaisteek 39 Kruissteek 39 Rijgsteek 39 Achtersteek 39 Marlsteek 39 Oefeningen in het naaien 39 Naaien van naden 39 Innaaien 40 Naaien van zomen 41 Versterkingslappen of dubbelingen 42 Schootlap 42 Halslap 43 Tweede riflap 43 Rakhoekslap 43 Nokhoekslap 43 Marlsteek 43 Lostornen van naaiwerk en lijktouw 43 Eerste en tweede rif 44 Gaten 44 Grommer 44 Motgat 45 Brillen en staartbrillen..................................................................................... 46 Verdelen van spanning 46 Bril 46 Staartbril 47 Gedraaide staart 47 Gevlochten staart 48 Lijktouw. ......................................................................................................... 49 Het maken van een punt 49 Het maken van een verjonging 50 Aanlijken 51 Overgang van dik naar dun lijktouw 52 Knorhaan 52 Rot 52 Touw en kousleuvers....................................................................................... 52 Plaats van kous- en touwleuvers 52 Fok, smalle fok 52 Botterfok 54 Kluiffok 54 Grootzeil 54 Kousleuver 54 Touwleuver 56 Afwerken van zeilen 57 Woordverklaring.............................................................................................. 58 Verantwoording............................................................................................... 60 3

[close]

p. 4

Dit is een voorbeeld en niet bestemd voor gebruik. Bestel daarvoor een echt exemplaar Het Wieringer zeilmakerscollectief in actie op de nettenzolder van de C.I.V. in Den Oever. Hier werden het zeil van de wieringeraak WR 173 gerepareerd en de nieuwe zeilen van de Texelse blazer TX 33 gemaakt. In 2014 werden er de nieuwe zeilen van het Wieringer skuutje WR60 gemaakt. 4

[close]

p. 5

Dit is een voorbeeld en niet bestemd voor gebruik. Bestel daarvoor een echt exemplaar Voorwoord Deze handleiding gaat over het met de hand zeilen naaien van natuurvezeldoek zoals katoen en vlasdoek (linnen) en is vooral bedoeld voor de zeilen van de vissersschepen van Wadden- en Zuiderzee. Bij het maken van zeilen is kennis van splitsen en knopen vereist, hierover zijn ook genoeg publicaties voorhanden. Echter in boeken over het maken van zeilen gaat de schrijver er meestal van uit, dat de basiskennis van het zeilen naaien al bekend is. Vroeger leerde je dat dan ook in de praktijk, als leerling bij een zeilenmaker. Maar sinds de komst van naaimachines wordt het handwerk weinig meer toegepast. Mede door het gebruik van kunstvezeldoek is de traditionele handvaardigheid bijna verloren gegaan. Op de rand van het verdwijnen van deze kennis, zijn er de laatste jaren gelukkig verscheidene initiatieven ontplooid waardoor het zeilen naaien weer geleerd kan worden. Ik ging met mijn vrienden Fred en Hiltjo naar twee van zulke cursussen. Thuis gingen we verder met de praktijk. Vooral door het lezen van boeken uit het motorloze tijdperk van de zeilvaart, gesprekken met andere geïnteresseerden en experimenteren groeide ook de kennis van het vormgeven aan de zeilen. We maakten om te beginnen enkele zeilenkleden en fokkenhuiken, daarna enkele kluiffokken. Vervolgens waagden we ons aan een grootzeil en fok voor een Wieringeraak. In die tijd kreeg ons groepje versterking van Kees Jeeninga († 2015), een vakman die in zijn jeugd nog een jaar of vijf bij zijn oudoom, de zeilmaker Kees van Kalsbeek uit Den Oever, met de hand zeilen genaaid had. Van hem leerden wij dat de meeste zeilenmakers langs de Zuiderzee en ook die van de Marine, vroeger anders naaiden dan wij geleerd hadden. Hij spoorde ons aan ook op die oude Hollandse manier te gaan naaien, omdat dit belangrijke voordelen heeft voor de kwaliteit van het werk en de snelheid van naaien. Ook heeft het ergonomische voordelen. Toen we begonnen aan een kluiffok, een smalle fok en een grootzeil voor de laatste houten blazer TX 33, waarvan het tuig veel groter zou worden dan van een Wieringeraak, moesten we omzien naar een grotere ruimte dan de huiskamer. We vonden gastvrij onderdak bij de C.I.V., de visserijcoöperatie in Den Oever. Op de vloer van de nettenmakerij werd ruimte vrijgehouden voor onze bezigheden. We noemden ons in die 15 jaar enigszins schertsend "het Wieringer Zeilenmakerscollectief". Van het dubbelingen maken, zomen insnijden, grommers en motgaten maken, aanlijken, leuvers zetten en nog veel meer, leerden we met veel oefening de fijne kneepjes. Ik besloot al deze waardevolle kennis op te schrijven. Daarnaast maakte de Film- en Videoclub Schagen-Den Helder een instructiefilm, die als dvd samen met deze handleiding uitkomt. De stichting "Behoud blazer TX 33" en de stichting "Skuutje WR60 (voorheen stichting "Vrienden van de Wieringeraak" genaamd) hebben het verschijnen van dit boek en de film financieel mogelijk gemaakt. Ik wil alle vrienden en familie, speciaal Tjeerdo en Iris, bedanken voor hun steun en hulp bij het gereed maken van dit boekje, alleen had ik dit niet voor elkaar gekregen. Kees Hos Westerland Wieringen, najaar 2016. 5

[close]

p. 6

Dit is een voorbeeld en niet bestemd voor gebruik. Bestel daarvoor een echt exemplaar Gereedschap Naalden De driekante zeilnaalden, die nu in de handel zijn, komen meestal uit Engeland (William Smith & Sons). De punt is vrij kort, evenals bij de Franse naalden van het merk Bohin. Voor het midden van de 19e eeuw waren er ook in Nederland naaldensmeden. De in Nederland gemaakte naalden waren slanker, met een lange punt. Deze kleine bedrijven zijn echter na 1850 verdwenen door de mechanisatie in Engeland. Vroeger maakten Engelse naaldenfabrikanten, zoals John James & Sons speciaal voor de Nederlandse markt zeilnaalden naar Hollands model, evenals Leonard Schmauzer dat deed in Duitsland. Slanke naalden naaien veel lichter, bovendien drukt de naald de draden van het doek geleidelijker opzij, zodat je niet zo gauw gaten in het doek steekt. Bij de grotere Schmauzer-naalden is ook het eind bij het oog dunner geslepen, zodat je de draad gemakkelijk door het doek trekt, en de naald zelfs terug kunt trekken. Om de korte punt van de moderne naalden beter geschikt te maken voor het werk, slijp ik de punt slanker met een zagenvijltje of een grove wetsteen. Naslijpen doe ik met een fijne steen of polijstpapier korrel 400 of fijner. Ook van de hoeken neem ik een beetje af. Als die scherp zijn, snijden ze de draad van het doek stuk bij het naaien. Van de naalden, die ik als speld gebruik, maak ik de punten niet slanker. Voor het vasthouden van de naald heb ik de kop van een boormachine op een handvat gemonteerd. Soms is het oog van de naainaald scherp aan de binnenkant, zodat die het zeilgaren doorsnijdt. Ik haal dan een heel dun staaldraadje (uit een remkabel van een fiets bijvoorbeeld) door het oog heen en weer, om de binnenkant glad te maken. Engelse naalden zijn genummerd naar dikte volgens de British Standard Wire Gauge. Naald nummer 16 is heel dun, en ongeveer 60 mm lang, en wordt gebruikt voor het spelden van het doek en voor fijn naaiwerk. Voor zwaar doek wordt naald 16 of 15 gebruikt, afhankelijk van de dikte van het zeilgaren. Nummer 13 is iets dikker en ongeveer 77 mm lang, deze naald wordt evenals naald 12 gebruikt voor het omsteken van grommers. Nummer 10 is 96 mm lang, en wordt gebruikt voor het aanlijken. Nummer 5 is een dikke naald van ongeveer 120 mm lang, voor heel zwaar werk. Hoe kleiner de naald, des te lichter je werkt, en des te fijner je de steek kunt maken. Je moet het oog met het garen nog wel soepel door het doek kunnen trekken. Er bestaan nog kleinere naalden, nummer 17 en 18, maar die buigen in zwaar doek te gemakkelijk krom. 6

[close]

p. 7

Dit is een voorbeeld en niet bestemd voor gebruik. Bestel daarvoor een echt exemplaar 7

[close]

p. 8

Dit is een voorbeeld en niet bestemd voor gebruik. Bestel daarvoor een echt exemplaar Eerder waren er ook naalden met een vierkante doorsnede in de handel, omstreeks 1850 uitgevonden door naaldensmid Lolley in Engeland. Na de tweede wereldoorlog is de productie gestaakt. Men zegt, dat deze het doek minder snel stuk staken. Heel zelden gebruik je kromme naalden, om reparaties uit te voeren aan strak gespannen doek, waar je niet aan de achterkant bij kunt, bijvoorbeeld het presenningdoek over de luiken van een schip. Zakkennaalden zijn gebogen naalden met een platte punt. Ze worden gebruikt voor het dichtnaaien van jute zakken. Handleer Om de naald door het doek te duwen, gebruik je een handleer. Andere namen zijn zeilhand, handje, zeilplaat, palm. Het bestaat uit een stuk leer, dat om de hand past, met een schuin staand gietijzeren plaatje erop waarmee je de naald door het doek duwt. Er zijn verschillende modellen. De moderne Engelse hebben smal leer en een kleine plaat. De plaat wordt op zijn plaats gehouden door een messing huls die op het handleer genaaid wordt (zie rechts in de tekening). Bij oude Engelse handleren zie je dat het plaatje soms vastgezet is met een plakje voorgevormde koehoorn. Koehoorn is enorm sterk materiaal dat warm in de juiste vorm is te persen. Deze lichte handleren gebruik je voor algemeen naaiwerk. Bij zwaarder werk, zoals aanlijken en grommers zetten, sla je de draad na het doorsteken om je hand, om de draad beter aan te kunnen trekken. Dan heb je een breder handleer met goede duimbescherming nodig. Van zo'n handleer is het gietijzeren plaatje meestal ook groter. Achter deze platen zit een schuine leren vulling, of het metaal is schuin gegoten. Als de nokken aan de rand te groot zijn, zitten ze in de weg bij het naaien. Ook moet de holte niet meer dan 3 mm zijn, anders kan je de naald niet goed doorduwen. Na veel naaien ga je met de achterkant van de naald door de gietijzeren plaat heen. Ik weet, dat de zeilenmaker in Den Oever daarom een stalen plaat op zijn handleer had. Zo'n plaat is echter erg glad; de naald schiet er gauw vanaf. Een passend handleer voor je eigen hand kun je zelf maken van een stuk stevig leer. Maak eerst een proefmodel zodat je de uiteindelijke vorm nog kunt aanpassen. Neem de duimbescherming en de zijkant bij de pink niet te klein, je kunt er altijd nog wat afsnijden (zie bovenste handleer in de tekening). Maak een groefje aan de achterkant van het leer voor het garen, waarmee je het leer om je duim aan elkaar zet. Als het garen op de knokkel van je duim drukt, heb je kans op blaarvorming. Het handleer moet ook na een dag gebruiken nog echt lekker om je hand zitten. Heb je een dunne huid, doe dan van te voren een pleister over de kwetsbare plekken. Zorg dat het leer soepel blijft door het dik in te smeren met leerolie of vet. 8

[close]

p. 9

Dit is een voorbeeld en niet bestemd voor gebruik. Bestel daarvoor een echt exemplaar 9

[close]

p. 10

Dit is een voorbeeld en niet bestemd voor gebruik. Bestel daarvoor een echt exemplaar Mes en slijpplank Een klein vlijmscherp knipmes met een smalle punt voor het lostornen van naaiwerk is het handigst in het gebruik. De leerling zeilenmaker begon in de zeilenmakerij met de aanschaf van zo'n mes. Een nieuw mes heeft nog geen "sneed", en om dat te bereiken gebruikte men destijds een eikenhouten slijpplank met een zandbakje eraan. Het zand was zeer fijn, en kwam volgens overlevering onder de kokosmat bij de deur vandaan. Het grove vuil bleef namelijk in de mat achter, en het fijne stofzand eronder was geschikt voor het slijpen van het mes. Ook nu nog is een slijpplank eigenlijk onmisbaar want door het slijpen op een slijpplank krijgt het mes een optimale scherpte. Plank Zet de plank met het boveneind tegen een wand aan en druk met de linker dij tegen het ondereind, zodat de plank horizontaal is, met het slijpvlak boven. De linkerhand omvat het bakje met zand en de klep van de bak. Strooi een mespunt stofzand uit het bakje op de plank. Strijk het mes met gestrekte arm krachtig en vlak over de plank heen en weer. Daarna de andere kant op dezelfde wijze. Alleen met gestrekte arm zet je voldoende kracht voor het slijpen. Slijpplank Tijdens het werk houd je het mes scherp met slechts een paar streken over de plank. Dan gebruik je geen zand, anders slijt het mes te snel; er zit genoeg zand in de houtnerf. De praktijk wijst uit, dat een mes, zelfs bij veelvuldig gebruik, zeker vier tot vijf jaar meegaat. Vroeger gaf de zeilmaker de voorkeur aan een mes van Friedrich Herder, boven die van Richard Herder. De eerste was wel wat duurder, maar beter van kwaliteit. De reclameslagzin van de messenfabrikant luidde: "Een schaar die knipt, een mes dat snijdt, Gesmeed, gehard tot kwaliteit. Wiens blinkend staal vreest lap noch leer, Is Friedrich Herder's roem en eer." 10

[close]

p. 11

Dit is een voorbeeld en niet bestemd voor gebruik. Bestel daarvoor een echt exemplaar Zeilmakersbank Een bankje heeft een zithoogte afhankelijk van je onderbeenlengte. Gemiddeld is dat 43 cm. Als je erop zit, moet je bovenbeen horizontaal zijn. De zitplank mag niet geverfd of gelakt zijn. Dat glijdt teveel tijdens het werk. Deze plank is minimaal 150 cm lang, maar vooral bij aanlijken is 175 cm prettiger. Maak geen verstevigingslatten onder de zitting van de bank, een verende plank is beter voor je rug als je langere tijd achter elkaar wilt zeilnaaien. Ongeveer 2 cm doorbuiging als je erop gaat zitten is genoeg. Een grenen plank is soepel en sterk en blijft beter in model dan een vuren plank. Er is aan je rechterkant meestal een kastje onder de zitting voor een bolletje zeilgaren. Soms spijkerde men aan de zitting een zakje voor het garen. In het eind van de zitting zijn een paar gaten voor gereedschap, zowel rechts als links. Langs de lange achterzijde van de bank zijn drie of vier gaten van 15 mm diameter nodig om de splitshoorn in te zetten bij het aanlijken. Ze zijn schuin geboord, zodat je de splitshoorn er makkelijk in kunt steken en er weer uit kunt grijpen. Ook langs de voorkant komen zulke gaten. Op de tekening van het bankje zijn ze niet aangegeven. Aan beide einden van de zitting is een brede, ongeveer 5 cm lange zaagsnede, waar het touwtje van een zeilhaakje in past. Enkele knoopjes in het touwtje maken de lengte ervan regelbaar en verhinderen het doorslippen. Sommige zeilenmakers knopen het touwtje aan een stokje, dat aan de bank gespijkerd is. Mijn ervaring echter is dat het touwtje, als het in de zaagsnede vastzit, meer naar beneden trekt, zodat het werkstuk vaster over de knie ligt. Handig voor het wegsteken van volle en lege naalden is een 20 cm lang stukje henneptouw van 2 tot 3 cm dik, met een takeling op elk eind, op de kopkant van de zitting gespijkerd. 11

[close]

p. 12

Dit is een voorbeeld en niet bestemd voor gebruik. Bestel daarvoor een echt exemplaar Zeilhaakje of bankhaakje Deze haakjes gebruik je voor het op de knie houden van het begin of eind van het werkstuk. Ze zijn van staal, met een slanke rechte punt. Een gebogen punt haakt moeilijker in. De haakjes worden gemaakt door de Engelse zeilnaalden fabrikant. Probeer een goed stalen model te bemachtigen. De dunne punt van een zelfgemaakt haakje is te zacht en zal recht buigen als er flink aan getrokken wordt. Het haakje heeft een vast oog waaraan een touwtje zit van 3 tot 4 mm dik, en ongeveer 75 cm lang. Een warteloog is niet nodig, het touwtje aan het oog draait ook zonder wartel wel en een vast oog draait niet in je hand bij het inhaken. Bij een klein werkstuk gebruik je zowel rechts als links een zeilhaakje. Als je eens geen haakje bij de hand hebt, kun je dwars door het doek een grote zeilnaald steken, waaraan je een lus in een touwtje vastmaakt. Splitshoorn Een splitshoorn gebruik je voor het ruimer maken van gaten in het doek, het maken van ruimte tussen de strengen van een touw en het aandraaien van naaigaren. Hij is meestal gemaakt van pokhout en ongeveer 25 tot 30 cm lang. Daarnaast heb je een slanke stalen splitshoorn met houten handvat nodig, waarvan het staal ongeveer 200 mm lang is en plus minus 18 mm dik. Deze splitshoorn wordt gebruikt om leuvers en kruisslagen aan te draaien. Zowel de houten als de stalen splitshoorns verlopen zuiver taps behalve de laatste centimeters van de punt, die iets meer toelopen. De splitshoorns die gebruikt worden voor het splitsen van staaldraad zijn te dik en daardoor ongeschikt voor de zeilmaker. Stalen en houten splitshoorn 12

[close]

p. 13

Dit is een voorbeeld en niet bestemd voor gebruik. Bestel daarvoor een echt exemplaar Zoomstrijker De zoomstrijker of robber is meestal van hardhout. Je gebruikt hem om een inslagvouw of een zoom glad te strijken. Ook met het blad van het mes kun je echter uitstekend zomen strijken, en anders wel met de zijkant van een grote, ronde, stalen touwkous. In verschillende musea liggen mooi bewerkte robbers afkomstig van zeelui van de grote vaart. Zij versierden hun gereedschap in de ledige uren aan boord. Tang Een combinatietang is soms nodig om de naald door te trekken. Vijl de vertanding in de bek glad, om schade aan de naalden te voorkomen. Afplakken van de tanding met hechtpleister gaat ook wel, maar dat moet je af en toe vervangen. Diversen Overig gereedschap in gebruik bij het zeilen maken: Duimstok en (timmermans)potlood. Buigzame rechte lat, 2 meter lang: om rechte en gebogen lijnen langs te trekken. Holpijp van 10 mm om gaten in het doek te slaan. Hoge messing ringen no 8 of 9. Stempelset: om de ringen in het doek te slaan. Schaar: om smalle randjes van het doek af te knippen. Priem of prikker: om in dik doek gaten voor te steken. Reuzel: om de punt van de naald in te vetten als je zwaar doek naait. Ook de punt van de stalen splitshoorn vet je in als je leuvers maakt. Doosje met naainaalden no. 16, in gebruik als spelden. Doosje voor naainaalden, beide doosjes gevoerd met vettig papier of een vet lapje tegen het roesten. Zet nooit je naalden in de reuzel; ze is zuur en er zit vocht in zodat ze gaan roesten. 13

[close]

p. 14

Dit is een voorbeeld en niet bestemd voor gebruik. Bestel daarvoor een echt exemplaar Materiaal Zeilgaren Engels zeilgaren is hennepgaren, gemaakt van twee, drie of meer in elkaar getwijnde draadjes. Het wordt geleverd in vuistgrote bolletjes met een holle kern. Het garen moet mooi gelijkmatig van dikte zijn. Soms is het zó ongelijkmatig dat je het alleen als takelgaren (voor het afbinden van touweinden) kunt gebruiken. De kern van de bol garen is open, het begin van de draad zit binnen in het bolletje. Als het erg kinkt, haal je de draad er aan de andere kant uit. Nooit aan de buitenkant van de bol beginnen. Een bol tweedraads is ongeveer 440 meter, een bol driedraads ongeveer 280 meter. Het wordt blank of geteerd geleverd. Geteerd garen rot niet en blijft in het doek beter zitten. Het garen plakt vast in het doek omdat de teer droogt. Voor het naaien van doek nummer 1 gebruik je twee- of driedraads garen, voor lichter doek tweedraads. Impregneren van zeilgaren Tegenwoordig is geteerd garen moeilijk te krijgen, daarom moet je het zelf maar teren. Hiervoor heb je lichtbruine houtteer en benzine nodig. Teer kun je alleen met benzine of gomterpentijn verdunnen. Een voordeel is dat de benzine weer snel uit het garen verdampt. Verwarm één deel teer op ongeveer 10 delen benzine (euro loodvrij gaat prima) in een blik dat in een emmer heet water staat. Gebruik geen vuur en doe het buiten want het stinkt nogal. Dompel de bolletjes garen in hun geheel tot er geen luchtbellen meer uit komen en laat ze uitdruipen. Hang ze daarna buiten te drogen, totdat de benzine na een dag of drie verdampt is. Het garen is dan voldoende geïmpregneerd. Bewaar de bolletjes in een afgesloten plastic zakje. Sommige zeilenmakers gebruikten katoengaren om te naaien, goed geconserveerd gaat dit prima. Een ruim 70 jaar oud zeil, dat ik bekeken heb, was genaaid met katoengaren no. 9. Het samen met het zeil getaande garen kon je niet stuk trekken. Machine garen en kunstvezelgaren kun je beter niet gebruiken voor handwerk. Het eerste is mooi glad linnen- of katoendraad, in allerlei kleuren. Als dit draad ergens schavielt, gaat het verder los, juist omdat het zo glad is. Ook kunstvezelgarens zijn zo glad, tenzij ze met een wascoating stroef gemaakt zijn. Was Elke naaidraad voorzie je van was voordat je ermee naait, en ook tijdens het naaien strijk je regelmatig was op de draad. De draden worden er gladder van en plakken aan elkaar zodat ze minder snel kinken. Zuivere bijenwas is te hard om te gebruiken en moet je daarom zachter maken. Het maken van zachte was Smelt bijenwas in een conservenblik dat in een pannetje heet water staat. Wees voorzichtig met vuur, de was is erg brandbaar. Na het smelten voeg je ongeveer 5 tot 10 procent terpentine, rauwe lijnolie of andere niet drogende olie toe en roert het door. Hoe meer verdunning, des te zachter de was. Doe de was dan bijvoorbeeld in kartonnen koffiebekertjes (plastic bekertjes smelten), halfvol zodat je ze na het afkoelen dicht kunt vouwen. De was wordt dan niet zo vlug weer te hard door verdamping van de terpentine. Bewaar de bekertjes was in een plastic zakje. Bij gebruik snijd je de bovenste helft van het bekertje af. 14

[close]

p. 15

Dit is een voorbeeld en niet bestemd voor gebruik. Bestel daarvoor een echt exemplaar Zeilringen Dit zijn messing ringen die ter versterking van een motgat in het doek worden geslagen. Het “schoorsteentje” steekt door het doek en het ringetje wordt er over heen gelegd, waarna ze met een stempel en een zadel in elkaar worden geperst. Ze zijn in gebruik voor de gaten van de rijglijn van de gaffel (nummer 6) en voor reefgaten in het zeil (nummer 8 of 9). Ze worden gemaakt in een laag (L) en een hoog (H) model. Zeildoek 8L 8H Hennep Garens van vlas en van hennep zijn met het blote oog nauwelijks van elkaar te onderscheiden. Tot het begin van de twintigste eeuw werd voornamelijk hennepdoek voor zeilen in de visserij en vrachtvaart gebruikt. Hennepvezels zijn zeer sterk en lang. De zaden worden dicht bij elkaar gezaaid, zodat er, door gebrek aan ruimte, geen zijtakken kunnen groeien. De plant groeit tot ruim 2 meter lang. De stengels worden voor de verwerking eerst in kortere stukken gehakt, die makkelijker te verwerken zijn. Hoe meer de vezels uitgekamd of "gekarld" zijn, des te fijner is de kwaliteit die ontstaat. Het daarvan geweven doek noemt men karldoek. Zwaar hennepdoek wordt tegenwoordig niet meer gemaakt. Henneptouw nog wel. Hennepdoek is twee- tot driemaal zo sterk als katoendoek. Het werd op veel plaatsen in Nederland verbouwd, omdat het lage eisen aan de grond stelt en niet vatbaar is voor uitputtingsverschijnselen van de bodem. Nog meer hennep werd uit Italië, de Oostzeelanden en Rusland geïmporteerd. Men beweert zelfs, dat de tocht van het leger van Napoleon naar Rusland als voornaamste doel had, de hennep uitvoer naar Engeland te blokkeren, zodat de Engelse vloot geen touw en zeildoek meer zou hebben! Oorspronkelijk weefden weverijen in de Zaanstreek de beste kwaliteit hennepdoek voor zeilen. In Frankrijk gaf men zelfs de voorkeur aan dit doek boven het Franse zeildoek. Gedurende enkele honderden jaren werd al het zeildoek geweven door thuiswevers, die werkten voor een "rolreder". Deze handelaar organiseerde de productie. De meesten woonden in Krommenie. Zij kochten zowel hennep als vlas en lieten dit bewerken tot vezels voor de garens. De thuiswever haalde 's zaterdags een kruiwagen vol vezels bij de rolreder, waarna de vrouw van de wever er garens van ging spinnen. Ook veel van de garens werden in spinhuizen gesponnen, als arbeid voor gedetineerden en armlastigen. De wever zette in één dag de scheringgarens op het getouw, dat eigendom was van de rolreder, en begon dan te weven. De productie was ongeveer 50 oude ellen (één el is 68,8 cm), dat is bijna 35 meter in vier tot vijf dagen! Aan het eind van de week werd de rol doek naar de rolreder gebracht, die de kwaliteit en lengte van de rol keurde, de nieuwe vezels meegaf en daarna uitbetaalde. Uit familie overlevering (mijn grootvader was in zijn jonge jaren thuiswever in Assendelft) weet ik dat het werk zó zwaar was, dat een wever het zware doek alleen in de kracht van zijn leven kon maken, daarvoor en daarna was hij alleen maar in staat lichter doek te weven. In de zomer gingen de broodmagere wevers dan, om weer wat vetter te worden, een week of acht grasmaaien en hooien. Dit beschouwden zij als licht werk! In de tweede helft van de negentiende eeuw begon men in stoomfabrieken garen te spinnen en zeildoek te weven. Aanvankelijk alleen het lichtere doek, pas na 1890 kwamen er machines die het zwaardere doek konden produceren. De thuisarbeid was toen snel verdwenen. De machinale zeildoekweverijen in Krommenie zijn in de tweede helft van de twintigste eeuw verdwenen door de afnemende vraag en de concurrentie uit Engeland. 15

[close]

Comments

no comments yet